METZ Strange Peace

Sub Pop Records
Strange Peace

Geen idee hoe het komt, maar telkens weer lopen wij erin. Steeds opnieuw schrikken wij op als het fantastische Mess Of Wires elektriciteit op de zenuwuiteinden zet. METZ toont met 'Strange Peace' aan dat groeien ook mogelijk is in een genre waar dat moeilijk wordt geacht.

Nog steeds halen wij graag het debuut en de opvolger van deze Canadezen uit het hoesje om even de gezinsleden de muren op te jagen. En dat zullen we ook blijven doen. Maar van 'Strange Peace' is het zo mogelijk nog meer genieten. Alsof alle puzzelstukjes hier helemaal op zijn plaats vallen.

En wie beter om dit potje herrie in de groef te krijgen dan Steve Albini. Dat hoor je er ook aan. Maar daar staat wel tegenover dat METZ het spelletje met de zich steeds herhalende riffs en de punklyrics hier vervolmaakt heeft. Drained Lake is daarvan een uitstekend voorbeeld. Even is er dat oponthoud ergens halverwege (en ook nog eens naar het einde toe), maar verder wordt er gewoon gehamerd op dezelfde spijker. En die spijker houdt de balk wel degelijk op zijn plaats.

Dat is eigenlijk wat ze een hele plaat lang doen. Drums spatten zo uit de boxen, baslijnen even ruw als een schuifpartij over asfalt. In Cellophane zit zowaar een refrein; eentje dat smeekt om meegebruld (of meegelald) te worden terwijl de band het podium afbreekt (iets dat ze op 10 november, in aanloop naar Sonic City trouwens in het De Kreun gaan doen).

Net als op 'II' zit er ook nu weer een buitenbeentje tussen. Caterpillar is opgebouwd uit een repetitieve riff en wat getrommel op een koebel. En weer misstaat dat onding niet tussen het overige geweld. Weer krijg je even de gelegenheid om op adem te komen voor Lost In the Blank City je een trap in de onderbuik verkoopt. Een tweede rustpunt, zij het iets minder ingetogen, is Sink dat knipoogt naar de new wave van een band als Gene Loves Jezebel.

(Vroege) Nirvana werd al getipt in de recensie voor de titelloze debuutplaat van METZ en ook nu ontkom je daar eigenlijk niet aan, maar zanger-gitarist Alex Adkins heeft geen zin om echt te zingen. Snauwen is het meer, zoals ook Andy Falkous van Future Of The Left dat doet, misschien zelfs nog een tikkeltje erger. Het zou ons niet verwonderen indien de man over een paar jaar geen stem meer over heeft. Maar tot dan hebben wij tenminste kunnen genieten van een paar prima platen en dito concerten.

Noteer vooral ook de twee niemendalletjes Escalator Teeth en Dig A Hole, respectievelijk zevenenveertig seconden en een minuut en vijftien seconden lang, maar desondanks lang genoeg om tot de essentie door te dringen, vooral dan het tweede nummer. Daartegenover staat dan de afsluiter Raw Materials, die bijna zes minuten duurt, maar de spanningsboog geen moment laat verslappen.

METZ is volwassen geworden, heeft zijn klasse gekanaliseerd en daarmee een pracht van een noiserockalbum gemaakt.


1 november 2017
Patrick Van Gestel