Matthew Dear - Black City
Ghostly International
Fabian Desmicht — 7 oktober 2010

Op ‘Black City’ daalt de rusteloze ziel van Matthew Dear – dj, danceproducer, maker van experimentele pop – af in een grimmige zelf gecreëerde stad. Ronddolend stamelt hij woorden met een ongewoon laag stemtimbre en beleeft hij ijldromen die zich afspelen in de late jaren zeventig, toen Kraftwerk en Chic voor een revolutie in respectievelijk elektronica en dance zorgden.
Een opmerking vooraf: je moet ervoor in de stemming zijn, want toegankelijk kan je Matthew Dears stijl niet noemen. Op melodisch vlak laat ‘Black City’ het afweten, maar het is duidelijk dat Dears focus niet daar ligt. ‘Black City’ is in de eerste plaats een sonisch succes, dat noch aanzet tot meezingen, noch tot dansen. In zekere zin dwingt Dear je tot passiviteit. Luisteren met de dwangbuis om.
Bewijsstuk nummer één heet Slowdance. De titel geeft het beschonken sfeertje van de song goed weer. Dansen wordt eerder zwalpen. Priemende synths komen en gaan en de bom-bom-backing-vocals verwijzen naar de speelsheid van Sébastien Tellier, terwijl Slowdance toch een overwegend donkere song is.
Met Honey vangt het album aan op eenzelfde slepende manier. Geluiden worden één na één geïntroduceerd en de muziek zwelt aan tot op het punt dat zelfs de vocale overdubs overwoekerd worden. Al even mechanisch, maar opgeleukt met een sappige baspartij is I Can’t Feel, een nummer dat aanschurkt tegen het werk van Snakefinger, de prettig gestoorde Brit die op het einde van de jaren zeventig – daar zijn ze weer! – soloplaten begon te maken.
Hoe vooruitstrevend en compromisloos ‘Black City’ ook klinkt, bij momenten menen we directe echo’s te horen uit vroegere tijden. Zo staat het begin van het negen minuten durende Little People (Black City) niet zo ver af van Chics Happy Man. Op More Surgery neemt Dear de afrit Kraftwerk. En de experimentele slotballad Gem had met zijn ijle piano niet misstaan op Brian Eno’s ‘Before And After Science’.
Dear wisselt onophoudelijk af tussen gezapige en snellere tempo’s. Dat houdt de plaat spannend, al kan Dears lage, eentonige stem bij momenten opvallende gelijkenissen vertonen met menig enkel op doktersvoorschrift verkrijgbaar slaapmiddel. Het hoogtepunt – centraal op het album – luistert naar de titel Soil To Seed en is een schitterende, maar al te korte artpopsong. Little People heeft dan weer teveel weg van een passage geknipt uit een dj-set.
Bevreemding en afstandelijkheid zijn sleutelwoorden die voor de hele plaat opgaan. En we hebben het eerder gezegd: niet voor elke maag, niet voor elke gemoedstoestand. Los daarvan is ‘Black City’ geluidsmatig een subtiel album met distopische trekjes.
