Little Man Tate - About What You Know
V2
Kevin Vergauwen — 8 november 2008

Zuipen, vrouwen, borsten, voetbal, vrouwen, bier, zwetsen, zuipen, borsten, voetbal, bier, enfin: we made our point. Wij horen, bij het lezen van deze begrippen, bijna spontaan de naam Gallagher in uw hersenpan weerklinken. Helaas moet dit teruggefloten worden. Hoewel! Gitarist Edward ‘Maz’ Marriot beweert dat Little Man Tate zonder Oasis nooit zou bestaan hebben. Na amper één jaar samen te spelen brengen deze jonge honden onder de wijde vleugels van giant V2 hun debuutalbum ‘About What You Know’ uit.
Dat er inderdaad enkele gelijkenissen zijn tussen het Sheffieldse viertal en de halfgoden uit Manchester zal u ons niet horen ontkennen. Wilde feestjes (lees orgieën) tot vroeg in de ochtend na een rommelig optreden bijvoorbeeld rekenen we tot de belangrijkste in deze categorie. Een debuutplaat uitbrengen waarmee wij in zeven haasten, geheel naakt met de shampoo nog achter onze oren, de straat op rennen om de blijde boodschap te gaan prediken behoort dan weer tot de verschilpunten met Oasis.
Aanvankelijk zou dit schijfje ‘Man I Hate Your Band’, naar de gelijknamige openingstrack, gaan heten. Om de bal niet direct op de penaltystip te leggen werd er wijselijk gekozen om toch maar naar een andere titel op zoek te gaan. Nu we het toch over die bewuste openingstrack hebben: enig opzoekwerk leert ons dat dit al de vierde single van het plaatje moet zijn. Het beluisteren van deze poppy track doet ons overigens wegdromen naar tijden van weleer, toen we nog aangenaam verrast waren (lees: omver werden geblazen) bij het horen van Franz Ferdinands Take Me Out, Bloc Party’s Banquet en Kaiser Chiefs I Predict A Riot. Eveneens singles, die in 2004 en 2005 in ditzelfde genre nog schering en inslag waren voor het hele muzieklandschap. Enkele jaren na datum tellen we karrenvrachten aan pogingen om dit te evenaren. Zelden echter overmande hetzelfde “ji-ha-gevoel” ons. Helaas is het hier niet anders.
Als we het over een uitschieter moeten hebben, plukken we European Lover uit de tien nummers die dit schijfje telt. Recht toe recht aan poprock waarbij we ons bijna laten verleiden vergelijkingen te maken met het enthousiasme van The Beatles, de drive van The Jam en de flair van Pulp. House Party At Boothy’s leidt ons dan weer over paden die Blur met zijn ‘Parklife’ zo’n twaalf jaar geleden reeds effende. This Girl Isn’t My Girlfriend doet een gooi naar de scherpheid van The Kinks over de smerigheid van The Clash. Heter dan dat wordt het allemaal niet.
Begrijp ons niet verkeerd, de nummers op dit plaatje klinken helemaal niet slecht. De (autobiografische?) teksten over triootjes, penetratie op de trap en dikke tieten brengen meermaals een glimlach op ons gelaat. Maar toch blijft onze maag grollen en schreeuwen om een nieuw gerecht, zo eentje dat we niet elke dag geserveerd krijgen. Meer woorden gaan we er niet aan vuil maken.
