Kris Dane - Songs of Crime and Passion

Bang distribution

Tom Weyn8 november 2008

Songs of Crime and Passion

De naam Kris Dane zal bij de meesten niet snel een belletje doen rinkelen. Nochtans heeft de man een indrukwekkend palmares, beginnend in 1989 bij de groep Blue Train en een jaar later bij Manic Depression, een trio met onder andere Stef Kamil Carlens in de rangen. Later zou hij nog in tal van groepen spelen, ging hij aan de slag bij dEUS en Ghinzu, werkte samen met Aka Moon en tourde door Europa met een programma vol Tom Waits-nummers. Ondertussen bracht hij onder zijn eigen naam al twee platen uit waarvan de laatste, ‘Boy 26’ al van 1999 dateert.


Dane’s derde studioplaat ‘Songs of Crime and Passion’ geeft hem eigenlijk recht op de grote doorbraak, zij het dat zijn muziek niet geschikt is voor het grote publiek. De plaat staat bol van de warme, met blues, americana en country overgoten popnummers die zich langzaam maar zeker onbewust in je hoofd settelen en er daarna met de grootste wil van de wereld niet meer uit te krijgen zijn. De grootste troef van de in New York residerende Brusselaar is zijn stem. Het ene moment warm, het andere moment hol en diep en dikwijls refererend aan die van Finn Andrews van The Veils, maar dan minder geforceerd. Dane moet geen halsbrekende toeren uithalen om met z’n stem te ontroeren, zoals bijvoorbeeld duidelijk wordt in Talking Angels. In bijna alle nummers wordt hij geruggensteund door Melanie en Catherine De Biasio die sommige nummers, zoals The Horseman en vooral Great America de hoogte in stuwen. Soms echter zijn deze achtergrondzangeressen compleet overbodig en zelfs storend, zoals in Caravan of The Blues of a Blind Man.

 
Veel schwung zit er niet in dit ingetogen en sobere winterplaatje en dat is ook niet nodig. Sommigen zouden snel beweren dat alle nummers onderling inwisselbaar zijn, er is dan ook geen enkel nummer dat écht boven de rest uit steekt, maar Kris Dane heeft negen pareltjes op plaat gezet die zich van elkaar onderscheiden door subtiele en wondermooie nuances. Zo doet Back to Nature, een meer dan geslaagde cover van Fat Gadget, denken aan Beck ten tijde van ‘Sea Change’, is in The Desert Road is een glansrol weggelegd voor de mondharmonica (wat meteen ook onze gedachten aan Neil Young verklaart) terwijl het in Great America de piano is die het nummer zo wonderlijk mooi maakt.
 
“And while the soul went pants down, naked, vulnerable and brave, I managed to stand, through my own eyes, in the eyes of god, in the eyes of Satan, and in the eyes of my family. There lies my faith. For love's sake, it was about time to unite and accept the devil and god I bare inside. It was time for musical honesty and salvation…” zegt Dane over ‘Songs of Crime and Passion’. Veel kunnen wij daar niet aan toevoegen.
← Terug naar overzicht