Josh Ritter - The Historical Conquests Of Josh Ritter
V2
Patrick Van Gestel — 8 november 2008

'The Historical Conquest Of Josh Ritter'. Wat moet je met zo’n plaattitel? Trekt de eeuwig lachende jongeman ten strijde? En zo ja, tegen wie of wat dan wel? Een heleboel vraagtekens waarmee een objectief luisteraar zit wanneer hij een cd als deze in handen krijgt.
Het vorige werkstuk van Josh Ritter, ‘The Animal Years’, was een parel. Het bijhorende concert was al even magisch. En dus dringt zich weer een nieuwe vraag op: zal en kan hij de pure schoonheid van die cd overtreffen?
Het album vraagt de nodige tijd, maar na meerdere speelbeurten blijkt ook dit schijfje even intrigerend en vooral even mooi. Op zijn website (www.joshritter.com) vind je enkele podcasts waarin de singer-songwriter uiteenzet hoe het album tot stand kwam. Hij vertelt onder andere dat hij zijn liedjes zo rauw en puur mogelijk wilde opnemen. Met succes, zo blijkt al meteen uit opener To The Dogs Or Whoever. Het lijkt wel of hij in een oude schuur staat met een roestige microfoon - ooit van zijn overgrootvader geërfd - terwijl zijn kompanen nog aan het oefenen zijn op de achtergrond. Dat is uiteraard slechts schijn. De intro draagt gewoon bij tot wat een fris rootsnummer wordt.
Het is in elk geval duidelijk dat hij even van het brave van zijn debuut en het intieme van de opvolger afwil. Hier wordt een nieuwe weg ingeslagen, één die leidt naar aan americana verwante indiepop. En de resultaten mogen gehoord worden. Eens doorgedrongen tot de blanke pit van deze cd, is het op en top genieten geblazen.
Right Moves vreet zich meteen een weg naar je hersenen om zich daar de volgende paar dagen comfortabel te nestelen. En er staan wel meer dergelijke pareltjes op dit kleinood. Neem bijvoorbeeld het langzaam opgebouwde Open Doors. Het begint met een eenzame akoestische gitaar. Zachte drums vallen in. Een simpel baslijntje volgt. Het ultieme bewijs dat eenvoud toch prachtig kan zijn.
Maar niet getreurd, liefhebber van de oude Josh Ritter, er staan ook nog deuntjes van “man met gitaar” op dit schijfje. The Temptation Of Adam, dat na de inzet van enkele treurige blazers evolueert naar een mooie ballade, is daar een goed voorbeeld van. Het desolate dat uitging van Idaho op ‘The Animal Years’ mag dan ontbreken, ook hiervan gaat treurnis uit, onderstreept door de wat eentonige gitaarakkoorden.
Verrassend is het instrumentaaltje Edge Of The World dat lukraak tussen de uptempo liedjes verzeild geraakt lijkt te zijn en op dezelfde manier als het gekomen is, wegsterft.
In Real Long Distance gooit Ritter het dan weer over een andere boeg. Met de man zelf hamerend op zijn piano – waarop hij trouwens de meeste van de nummers componeerde – klinkt een gejaagde rocker inclusief vervaarlijk krassende gitaren en ogenschijnlijk lukrake blazers. Opnieuw word je verrast. Zoals telkens weer op deze cd: steeds opnieuw weet Ritter de nummers een ander gevoel mee te geven, steeds opnieuw levert dat mooie resultaten op.
Je moet even door de wat zure schil bijten om uiteindelijk het heerlijk zoete vruchtvlees van dit prachtplaatje te kunnen proeven. Maar uiteindelijk raak je verknocht aan de veelzijdigheid van Josh Ritters beste album tot nu toe. Tegen wie hij dan ook ten strijde trekt, vast staat dat met deze plaat nog heel wat harten zullen veroverd worden.
