Girlpool Powerplant

Anti Records
Powerplant

Als uit Los Angeles afkomstig indierockduo trachten gitariste Cleo Tucker en bassiste Harmony Trividad opnieuw een plaatsje te veroveren tussen de sterren.

Het duo, deze keer ondersteund door drummer Miles Wintner, brengt ninetiesrock met snuifjes shoegaze en een noisy popfeel. Hoewel het uiteraard de bedoeling is om de hele wereld te veroveren, moet je al snel toegeven dat wat Girlpool brengt, niet echt wereldschokkend of zelfs enigszins innovatief is.

Op debuut 'When The World Was Big' volstond het nog om songs te brengen die bestonden uit twee, maximaal drie akkoorden. Net dat minimalistische was waar Girlpool voor stond. Zij zochten een zekere, wat naïeve onschuld en trachtten nergens te verbergen dat wat zij brachten, niet vrij van fouten was. De songs op dat debuut kenmerkten zich net door directheid en eerlijkheid.

Van die formule zijn ze op 'Powerplant' gelukkig niet afgeweken. Wederom liggen de vaak erg korte songs erg goed in het oor. De lo-fi pop van Girlpool slaat hier wel degelijk aan. Het meest opmerkelijke aan dit album is de ondersteuning van drummer Miles Wintner. Maar de focus van de songs ligt nog steeds op de knappe harmonyvocals, die soms tegen elkaar botsen, soms elkaar overlappen en soms ook gewoon in elkaar vervloeien.

Van het rustig openbrekende 123 ("One two three will you list it off to me") tot het bruisende, naar grunge verwijzende Static Somewhere brengt het trio in net geen halfuurtje een reeks songs. Hoogtepunten? Sleepless dat qua melodie naar Pinback lonkt en waarin lyrics als "I paint the wall / The wall is paint" voor vertier zorgen. Het vrolijk huppelende Corner Store is nog een grapje dat zo uit de schuiven van Lemonheads zou kunnen komen. Your Heart flirt met shoegaze met vage echo's van My Bloody Valentine. En Kiss And Burn staat bol van de rammelende pretmelodietjes.

Songs als Fast Dust, twee minuten van kop tot staart, geeft dan weer aan dat het duo dan wel trio zich amuseert. Wereldschokkend is het niet, maar Girlpool zorgt wel voor prettig in het oor liggend materiaal. Naar het einde toe wordt er meer en meer ingezet op hedendaagse Beatlespop (titeltrack Powerplant). Andere songs zijn gewoon wat waziger (High Rise). Die trivialiteit (She Goes By) is net ook de charme van de groep en levert soms interessante bespiegelingen op. Wat valt er overigens tegen een oneliner als "I said I faked global warming just to get close to you", in te brengen? Verderop worden er al eens meer elektrische gitaren gebruikt (Soup) en naar het einde toe worden de songs wat langer en valt er zelfs wat grunge (Static Somewhere) te bespeuren.

'Powerplant' is dus een uiterst charmant en bij vlagen straf plaatje.


24 juni 2017
Philippe De Cleen