Doodseskader - The Change Is Me
45 Records
Patsker Omaer Beguin — 29 april 2026

Het was even wachten en nadien herkauwen, maar hier is ons schrijfsel over het derde album van Doodseskader. Terwijl wij nog maar net die prikkelende en bevrijdende lenteschoonmaak inzetten, had het duo Tim De Gieter (Sloth Prince, Fär, Amenra) en Sigfried Burroughs (Kapitan Korsakov, Onmens, Paard) al veel eerder rigoureus komaf gemaakt met het derde, afgewerkte album 'Year Three' door het simpelweg in de prullenmand te kieperen. De ontkoppeling tussen de live ervaring en de uiteindelijke studioversie zorgde voor een vreemde ambiguïteit, die hen ertoe aanzette nieuwe muzikale horizonten te verkennen.
De “reis naar verbetering”, zoals Doodseskader het zelf omschrijft, kristalliseert in een nieuw album dat verfijnder en positiever klinkt dan het vorige werk. Geen reden tot paniek: het eigenzinnige Doodseskader-geluid blijft overeind. De Gieter brult en schreeuwt nog steeds vol overgave, maar trapt op 'The Change Is Me' geregeld op de rem en verkent ook meer dromerige, bijna dreampopachtige zangpatronen. De nummers bouwen zich op volgens een soort beauty-and-the-beast-principe, waarbij de traumatisch geladen teksten uitmonden in meer opgewekte passages. Vette baslijnen en strakke drumpatronen worden aangevuld met elektronische klanken en effecten, waardoor, samen met de cleane zang, een toegankelijker, maar nog steeds gelaagd geluid ontstaat.
Doodseskader flirt met uiteenlopende stijlen en genres, die op een grensverleggende manier worden samengesmolten. Op 'The Change Is Me' worden we meegezogen in een hybride mix van grunge, hiphop, sludge, noise, dubstep, met toetsen van techno en pop, waarbij het gebruik van Auto-Tune naar ons gevoel soms richting overkill neigt. Maar soit, 'The Change Is Me' is een fijn stukje balsturigheid dat ons niet de uppercut toedient zoals 'Year Two' dat deed, maar wel garant staat voor een reeks rake klappen die tegelijk ook een zekere zalving meekrijgen.
