De Delvers - Hart In Neonlicht

Wagonmaniac

Hart In Neonlicht

Eerlijk is eerlijk: we werden niet helemaal overdonderd door de releaseshow van de Delvers in de fabuleuze Cinema Plaza in Duffel. Misschien omdat de wavepop van voorprogramma Disorientations zo straf klonk of de geluidstechnieker van dienst worstelde met de combinatie van duistere postpunk en poëtische, Nederlandstalige teksten. Maar dat euvel zet dit vijftal uit Boom op deze broeierige tweede studioplaat meer dan recht.

De gouden formule van wavemuziek en Nederlandstalige teksten scoort weer helemaal. Al lijken we eindelijk van het avant-absurdisme van Arbeid Adelt verlost, de live comebackplaat van De Brassers met het eeuwige En Toen Was Er Niets Meer bewijst dat de donkere ondergrond nog volop houdt van de vaderlandse taal. En daar duiken De Delvers met complete overgave in.

“Een zaal vol zwarte jassen / We dansen in de mist / Nieuwe golven, diepe bassen.” De tekst van de titeltrack liegt er niet om. Tom Kets en co houden van de new wave-scene - Kan iemand misschien een alternatief verzinnen voor dat “new”? - waar ze graag zelf deel van uitmaken. Maar ‘Hart In Neonlicht’ doet veel meer dan dat. De plaat balanceert tussen elektronische beats en live ingespeelde partijen, tussen neerdrukkende en zwartgallige tonen en opgewekte harmonieën en tussen donkere teksten en een lyrisch optimisme. Of hoe kan je anders verklaren dat heel de band heerlijk glorieus samenzingt: “Er is koude in ons hart / Wanneer niemand ons verwarmt”, onder begeleiding van bijna vrolijke, hoog cirkelende synthesizer- en gitaarnoten?

Om maar te zeggen dat deze mooi evenwichtige en warm geproducete plaat zeker niet in de duisternis blijft steken, maar vol leuke ontdekkingen zit zoals de ontdubbelde, hoofdtollende vocale mantra “Het is koud in Berlijn”, of de psychedelica tussen grooves, zinderende flangergitaar en zweverige synths in een kou en eenzaam (maar in feite erg rijk en vol klinkend) Appartement. In de wereld van De Delvers is het kil, eenzaam en koud, maar hun hart staat wel volop in neonlicht.

Dertien keer op rij slikken vlotte en ook solide songs lekker weg in de eigen melodieuze gelaagdheid. Met sterk uitgewerkte arrangementen die de alledaagse eenvoud en neerslachtigheid van teksten en basisstructuren niet overstelpen. Dit is nu eens echt een plaat die je met plezier beluistert, voor iedereen even leuk klinkt, geen seconde verveelt en in elke context goed overkomt. Al helpt een mistige, druilerige en typisch Boomse herfstdag waarbij je liever niet uit je kot komt natuurlijk wel als extra sfeersetting.

2 december 2022
Johan Giglot