Danny Vera - The Way Home
Excelsior Recordings
Elf nieuwe, 24-karaats zuivere gitaarpopsongs, waarvoor menig collega-songschrijver – wanhopig op zoek naar een hit – een hand veil zou hebben. Dat is, in een notendop, ‘The Way Home’ van Danny Vera.
Nochtans ligt de “bryljant gekuifde” Zeeuw zelf niet wakker van heel dat hitparadegedoe. Het grootste plezier zit voor hem in het maken van liedjes die hìj leuk vindt, en als hij daar andere mensen mee weet te raken, dan is zijn missie geslaagd. Maar hits? “Daar geef ik geen reet om,” zo zei hij onlangs nog in een interview. Compromissen sluiten om in de gunst te komen van pers, publiek en mediamensen? Hij denkt er niet aan; het moet uit het hart komen, of het komt niet.
Trouw aan zichzelf en aan de muziek die hij al koestert sinds zijn jeugd – Elvis, Orbison, Sinatra, Cash, The Righteous Brothers,… –, speelde Danny Vera de afgelopen decennia een imposante discografie bij elkaar, met tien studioplaten, twee livealbums en vijf ep’s. Zijn muziek wortelt in Americana, country, rock-‘n-roll, rockabilly, (rhythm-and-)blues en zelfs crooner, maar uitstapjes naar andere stijlen zijn zeker geen taboe. Songs zijn voor hem net als mensen: goed is goed, hoe ze ook zijn aangekleed. Luister maar naar de covers die hij ooit opnam van I Was Made For Loving You, Too Much Love Will Kill You en Back In Black.
Uiteraard is Vera een nostalgicus, die graag teruggrijpt naar de vintage sound van de jaren vijftig en zestig. Toch mag hij niet weggezet worden als “zomaar een retrorocker”, die zijn voorbeelden klakkeloos imiteert, als muzikant en in het dagelijks leven. Danny Vera is immers altijd en overal in de eerste plaats Danny Vera, en gebruikt deze muziek als een taal om te communiceren. In zijn liedjes vermijdt hij dan ook de clichés die vaak aan oude rock-‘n-roll kleven – om kort door de bocht te gaan: mooie, snelle auto’s en dito meisjes – maar zingt hij over zijn eigen leven en verleden, en over de dingen die hem hier en nu bezighouden.
Dat doet hij in heldere, beeldende teksten, waarin bepaalde, persoonlijke elementen en symbolen geregeld terugkeren. Net daardoor weet hij de laatste jaren ook steeds meer luisteraars te raken met zijn songs: ze gaan niet over een andere wereld die ver weg is (in tijd en in afstand), ze zijn daarentegen net heel herkenbaar voor heel veel mensen. Het beste voorbeeld is natuurlijk Roller Coaster, het nummer waar in 2019 omzeggens heel Nederland zich in herkende en waarmee hij – na jarenlang ploeteren – in één klap één van de grootste sterren werd van het land.
Eén van die terugkerende symbolen is de magnolia die de hoes siert van ‘The Way Home’, en die eerder ook al opdook in de tekst van Roller Coaster. De boom staat ook echt in de tuin van zijn huis – dat De Grote Magnolia heet – en werd daar jaren geleden door zijn vader geplant, op de verjaardag van Danny’s veel te jong overleden moeder Vera. “Thuis” is ook het centrale thema van ‘The Way Home’; niet alleen thuis als de plaats waar hij woont met vrouw en kind en waar hij telkens naar terugkeert, maar ook thuis als een gemoedstoestand, een zorgeloos verleden, een basis om op terug te vallen, de kern van wie je bent en van wat echt telt in je leven.
Danny Vera maakt nooit twee keer na mekaar dezelfde plaat. Terwijl voorganger ‘DNA’ nog een onvervalste, ouderwetse rock-‘n-rollplaat was, klinkt dit nieuwe album weer helemaal anders. De thematiek en zijn vakmanschap zijn tijdloos, de sound is in vergelijking met de vorige plaat opvallend eigentijds. Als geheel voelt ‘The Way Home’ erg fris en verkwikkend aan, met goed uitgedachte – maar allesbehalve vergezochte - songstructuren, mooie teksten, uitstékende zangpartijen, en melodieën die meteen blijven plakken en niet snel vervelen, maar in tegendeel steeds beter worden.
Als basis voor de plaat werden de demo’s gebruikt die Vera op Curaçao maakte met gitarist JP Hoekstra (van Krezip) en bassist Reyer Zwart. Die waren zo goed dat het tijdens de echte opnames in Vera’s homestudio vooral zaak was dat Curaçao-gevoel zo goed mogelijk te vatten en vast te leggen voor de eeuwigheid. De liedjes klonken in dat demostadium zelfs zodanig “af”, dat er – op een paar saxofoonpartijen na – amper nog iets werd gewijzigd aan de arrangementen en de structuren. Geen toeters, bellen of andere toegevoegde smaakmakers dus, alleen maar stem, gitaar, bas en drums.
De plaat opent met de mild melancholische, in Americana gedrenkte gitaarpopparels Sound Of Long Ago, Morning Dawns Again en Plastic Jesus, drie songs die zich tijdens de eerste luisterbeurten al stevig vastzetten in onze hersenschors, en daar wat ons betreft nog heel lang mogen vertoeven. Titeltrack The Way Home – intrigerende, filmische country noir met een spooky orgeltje – klinkt veel donkerder en somberder, en zorgt voor een eerste ingetogener moment. Lang duurt dat rustmoment niet, want al snel volgt het erg aanstekelijke All Behind, dat door een heerlijke sax zelfs een wolkje soul krijgt ingeblazen.
Bloedmooi zijn het sobere, pakkende The Dark en het weemoedige Arcadia. Zij worden gevolgd door oorwurm Daydream, de dromerige pop van Card Trick (een nummer dat Chris Isaak vergat te maken) en het uitstekend gezongen en nog steeds almaar beter wordende Night Of A 1000 Lights. Afsluiter Temporary mag dan wel klinken als een lieflijk slaapliedje, het nummer gaat in de eerste plaats over hoe relatief en van korte duur alles wel is. Maak er het beste van, geniet van het moment want we lopen hier maar heel even rond, en voor we het weten is het allemaal zo weer voorbij.
Dat laatste prent de nuchtere Zeeuw zichzelf ook voortdurend in. Na lang knokken viel het succes hem plots te beurt met Roller Coaster, maar hij weet goed genoeg dat het morgen even plots weer gedaan kan zijn. Alsnog is het zover nog niet en maakt hij zich daar ook niet al te veel zorgen over, maar hij zal ook geen toegevingen doen om de roes van de roem langer te rekken. Danny Vera volgt nu al zo’n dertig jaar zijn eigen visie, en allicht is dat ook de reden waarom hij keer op keer sterk werk aflevert.
Het zal hem dus wellicht worst wezen wat wij vinden van zijn laatste plaat, maar dat houdt ons niet tegen hier te verkondigen dat hij met ‘The Way Home’ een erg toegankelijke, gevarieerde en nagenoeg perfecte gitaarpopplaat heeft gemaakt, met een heerlijke, herkenbare sound waarin we ons van bij het begin thuis voelden. Ons ticket voor zijn show in de Lotto Arena, op 11 december, ligt al lang klaar!
