Counting Crows - Saturday Nights & Sunday Mornings
Universal Records
Kevin Vergauwen — 8 november 2008

Je zou je kunnen afvragen of een nieuwe plaat van Counting Crows anno 2008 nog relevant is. De hoogdagen van Adam Duritz en zijn gevolg zijn immers al een tijdje gepasseerd. Duritz - intussen 44 - is nog steeds dezelfde droefsnoet die in 1993 het redelijk fantastische ‘August And Everything After’ schreef. Jammergenoeg slaagde de band er nooit meer in dezelfde drive te veroorzaken. Zes jaar na ‘Hard Candy’ sluit de nieuwe ‘Saturday Nights, Sunday Mornings’ misschien wel het best aan bij hun grootste succesplaat. Toch wordt het niveau nooit echt geëvenaard.
Nog niet zo heel lang geleden werd bij de charismatische frontman een 'dissociatieve identiteitsstoornis' vastgesteld. In mensentaal wil dit zeggen dat Duritz zich voelt alsof zijn leven niet echt bestaat. Psychiaters spreken ook wel eens van een ‘meervoudig persoonlijkheidsstoornis’, iets wat de keuze voor een tweeluik - het hardere ‘Saturday Nights’ ten opzichte van het melancholische ‘Sunday Mornings’ - een extra dimensie meegeeft.
Het manische gedeelte van de plaat werd geproducet door Gil Norton, die we ondermeer kennen van zijn werk met Pixies. Opener 1492 doet ons denken aan Angels Of The Silences uit ‘Recovering The Satellites’. Ruwe gitaarlijnen over hyperkinetische basloops en schreeuwerige drums. Hetzelfde geldt voor Insignificant, waarin we weerklanken horen van het sobere maar catchy Have You Seen Me Lately uit datzelfde album.
Wie echter dacht dat de lyrics van de eerste zes songs van dit schijfje even opgewekt zouden klinken als de muziek zelf, moeten we teleurstellen. Ook hier horen we een in zichzelf gekeerde Duritz die - autobiografisch - schrijft over duistere figuren die het nachtleven induiken, op zoek naar verloren en mislukte liefdes, maar steeds opnieuw bedrogen uitkomen.
Wie echter dacht dat de lyrics van de eerste zes songs van dit schijfje even opgewekt zouden klinken als de muziek zelf, moeten we teleurstellen. Ook hier horen we een in zichzelf gekeerde Duritz die - autobiografisch - schrijft over duistere figuren die het nachtleven induiken, op zoek naar verloren en mislukte liefdes, maar steeds opnieuw bedrogen uitkomen.
Berouw over al die uitbundige uitspattingen van excessieve zaterdagnachten vinden we op het tweede gedeelte van het schijfje. De heren gooien het, onder leiding van producer Brian Deck (zie ook Iron & Wine), over een andere boeg. Slepende ballads met, soms langdradige, pianopartijen en opnieuw de allesdoordringende en herkenbare tristesse van Duritz’ stem en lyrics.
Ook hier lijkt er op bepaalde momenten teruggegrepen te worden naar het vroegere werk. Verbazend hoeveel On A Tuesday In Amsterdam ons mijmerend doet wegdromen naar Raining In Baltimore. Maar net voor we stilaan indommelen, worden we alsnog gecharmeerd door Le Ballet Dor. Een Counting Crows-song pur sang, doordrongen van muzikale emotie zoals enkel deze band dat kan.
Tijdens onze talloze luisterbeurten moesten we dan ook concluderen dat het vooral de eerste helft van het plaatje is die blijft hangen. Wanneer we het schijfje echter in ‘shuffle-modus’ beluisteren, vervalt de eentonigheid en ontdekken we keer op keer nieuwe pareltjes die beter tot hun recht komen. Vooraan in deze categorie blinken Los Angeles en You Can Count On Me. Een groeiplaatje, dat ons warm maakt voor het jukebox-gevoel dat Counting Crows ons live al meermaals bezorgde.
