Confuse The Cat - We Can Do It

Zeal Records

Kevin Vergauwen8 november 2008

We Can Do It

Fenomenen als Echo & The Bunnymen, New Order en The Clash sierden de eighties. De jaren negentig waren hoogdagen voor ondermeer Sonic Youth en Fugazi. Nu, even na de eeuwwisseling, maken formaties als Interpol, Bloc Party en Maximo Park het mooie weer. De Belgische band Confuse The Cat gebruikt de invloeden van bovenstaande grootheden als ingrediënten om uit de grote post-punkhoed hun derde geesteskind ‘We Can Do It’ te toveren. Bij voorkeur te beluisteren op een koude, gure, regenachtige en vooral donkere winteravond met een glas Highland Park scotch binnen handbereik.


Geert Plesser, in een vorig leven nog drijvende kracht achter het ter ziele gegane Reiziger, was ziek, heel erg ziek. Het overwinnen van kanker was dé grote inspiratiebron voor deze plaat. ‘We Can Do It’ als titel voor dit schijfje kiezen was naast een statement om U tegen te zeggen dan ook een evidentie voor de charismatische frontman van Confuse The Cat. Hierop neemt hij ons mee op een duistere, obscure maar vooral angstige muzikale trip.

Loeihard wordt de plaat in gang geschreeuwd met “There’s a Flip side on that coin and she knows it. There’s a dark side in my mind and she feels it”. Lyrisch is de toon hiermee volledig gezet. Shockwaves is naast het meest overtuigende nummer op dit plaatje bovendien ook één van de betere singles die een Belgische band in dit genre ooit op de markt bracht. Spijtig genoeg wordt het niveau van deze sterke opener –op het mooie Akela na- niet meer geëvenaard. Neem nu het angstige, schreeuwerige, soms naar Mclusky neigende, Principessa. De chaotische opbouw, ondersteund door het Braveryachtige synthloopje naar het zelfdestructieve einde kunnen we nog pruimen. Het refrein met daarin ontelbare “Daddy, daddy, cools” en “lala, lala’s” daarentegen lijkt ons toch een beetje achterhaald. In dezelfde lijn stoten we op Senkrecht Waagerecht, waarin we een verbitterde Plessers over zijn lange en zware lijdensweg horen. Lyrisch zit de toon helemaal juist, muzikaal is het hier dan weer de beat die de schelle en scherpe gitaarrifjes net iets teveel naar de achtergrond verdringt.

Dat het niet allemaal moet klinken als een donderslag bij heldere hemel met op de achtergrond een dreigende orkaan bewijst het zweverige The Deepest Blue. Bijna kwam er een goedkeurende en welgemeende grijns op ons aangezicht, ware het niet dat de vier minuten lange noise-outro ons zenuwgestel al na enkele seconden zwaar op de proef stelt. Tijdens het horen van dit nummer gingen onze gedachten overigens even terug naar het voortreffelijke ‘Heartworm’ dat in 1995 op de markt gegooid werd door het onderschatte en miskende Whipping Boy. In Brake Out herkennen we dan weer een portie Flaming Lips. Afsluitend krijgen we een (overbodige?) verkrachting van radiohitje Akela door Styrofoam voorgeschoteld. Hoe moeten we dit interpreteren? plaatvulling?

 
In Italië is men naar verluidt enorm wild van dit Belgische collectief. Wij van onze kant kunnen alleen maar hopen dat de nummers die ‘We Can Do It’ sieren live net iets opwindender en spectaculairder klinken dan op schijf. In dat geval bestaat er nog een waterkansje dat we front stage als een losgeslagen baviaan achterwaartse salto’s maken terwijl we met onze wereldberoemde, en ultrahippe “gabba gabba hey”-shakes de duistere medemens overdonderen.
← Terug naar overzicht