Chevreuil - Stadium

Computer Students

Patrick Van Gestel6 mei 2026

Stadium

Waar stopt experiment en begint muziek? Of is het andersom? We vroegen het ons soms af bij het beluisteren van de comebackplaat van Chevreuil.

Comeback, inderdaad, want het laatste wapenfeit van Chevreuil dateert uit 2006. Vanaf de oprichting van het duo 1998 tot dan maakten gitarist Tony C. en drummer Julien F. vier langspelers, een ep en een aantal singles. En drie daarvan werden zowaar door niemand minder dan Steve Albini geproduceerd. Niet zo gek, als je deze plaat hoort. Want de laat-maar-lopen-mentaliteit zit ook in 'Stadium' verankerd.

Bedoeling was eigenlijk niet eens om nieuw werk op te nemen, maar de omstandigheden beslisten daar uiteindelijk anders over. Het opzet om de vorige platen opnieuw uit te brengen mondde uit in nieuw werk. Voor Julien was bovendien het proces dat zijn zoon doormaakte om te leren drummen de aanleiding om zelf weer achter dat instrument plaats te nemen. Een dubbelalbum was het resultaat.

Verwacht niet iets rechtlijnigs. Of jawel, soms valt er toch een lijn te trekken in het eigenaardige werk van dit tweetal. Zoals in Plexus, waar de gitaarpatronen de drums volgen (of is het omgekeerd?). Maar evengoed kunnen ze dwars op elkaar komen te staan. Zoals in single Tartarus, waar het lijkt of de drums geen zin hebben om te volgen (of stellen we ons dat alleen maar zo voor?). Het is alsof de twee je voortdurend op het verkeerde been willen zetten.

Wonderlijk genoeg blijft dit alles wel beluisterbaar en moet je niet voortdurend naar speeksel zoeken om het verteerd te krijgen. Als geheel is deze plaat echt wel de moeite om eens te beluisteren. Het mooie is ook dat je steeds weer iets nieuws ontdekt. Geen wonder, want niet alleen de live opgenomen, niet versterkte drums zijn altijd weer anders zonder aan zekere patronen te verzaken, Tony C. weet het gitaarspel ook voortdurend aan te passen zodat je toch blijft luisteren. We kunnen ons voorstellen dat ze hier live ook steeds op gaan voortbouwen. Dit is niet het einde, maar slechts het begin van wat nog volgen moet.

Chevreuil ziet zichzelf als een kunstinstallatie, niet noodzakelijk als een rockband. Als iets levends, dat nooit stopt, maar steeds weer verdergaat. (Grappig dat de liner notes allemaal in een antieke taal als het Latijn zijn.) En dat is uiteindelijk best boeiend. Zouden we dit ook beluisterd hebben, als we het niet hadden besproken? Waarschijnlijk niet, maar net die uitdaging maakt het voor een recensent interessant, toch? Experiment of muziek, deze mag hoe dan ook aan onze collectie worden toegevoegd.

← Terug naar overzicht