Alex Gopher - Alex Gopher

V2

Jan Vael8 november 2008

Alex Gopher

Eén van de pioniers van de zogeheten "French Touch"-beweging keert met zijn nieuwe, titelloze album terug naar zijn muzikale roots. Dat betekent in zijn geval meer pop en minder dance, maar of Alex Gopher - want over die man hebben we het hier - hiermee ook evenveel potten zal breken, blijft wat ons betreft een open vraag.


Alex Gopher, alom gerespecteerd in de dancescene als dj, producer en remixer, startte zijn carrière ooit (we schrijven 1985) in de Franse popgroep Orange. In die band zaten toen ook onder andere Jean-Benoit Dunckel en Nicolas Godin van Air, twee vrienden die Alex ook op dit album een handje kwamen toesteken. Andere gasten zijn zangeres Helena Noguerra en gitarist Olivier Libaux (Nouvelle Vague). De plaat werd geproduceerd door zijn long-time partner in crime Etienne de Crécy (Motorbass, Superdiscount). Met de twee cd’s van het Superdiscount project en de live-optredens onder diezelfde naam kende Gopher trouwens zijn grootste succes tot nog toe.

 
Op dit soloalbum laat de man z’n traditionele vocoder achterwege en opteert hij voor gewone zang, wat het geheel een meer persoonlijk cachet geeft. Over zijn vocale kwaliteiten valt weliswaar te discussiëren, maar wat hij in een song als Go! laat horen klinkt alvast verre van slecht. Het is een luchtig, sfeervol electropopnummer waarin de Air-invloeden vrij manifest zijn. Dat laatste gaat trouwens ook op voor het midtempo Nasty Wish (let op het getwinkel!) en het melancholische, eerder lome Boulder Colorado.
 
Een van de betere tracks op 'Alex Gopher' is zeker en vast 5000 Moons: luchtige electropop waarop je ook met de mooie stem van Noguerra kan kennismaken. Niet onaardig zijn verder de uptempo, poppy electrorocktrack Carmilla en het van leuke bliepjes voorziene The Game. In dezelfde categorie valt de eerste single van het album, Brain Leech, al moet ons hierbij wel van het hart dat de remix (of "alternate version" als u het helemaal volgens het boekje wil) die hier als afsluiter fungeert weinig ter zake doet of aan het origineel toevoegt. Terug naar af, heet zoiets.
 
Overigens zijn niet àlle songs op de cd zonder meer aanraders te noemen. Opener Out Of The Inside duurt bijvoorbeeld iets te lang om de aandacht vast te houden, en The White Lane glijdt dan weer bijna ongemerkt voorbij. Globaal kunnen we dit evenwel als een lekker pretentieloos, heerlijk ontspannen popplaatje beschouwen, dat schijnbaar moeiteloos boven de middelmaat in het genre uit weet te stijgen. Een prestatie op zich dezer dagen, waarvoor wij dan ook nederig ons hoofd buigen.
← Terug naar overzicht