ZZ Top - Prehistorisch lekker

Vorst Nationaal, 25 juni 2019

Als dienstdoend muzikaal paleontoloog brengen wij u graag verslag uit van de recentste observaties aangaande de ZieZieToppus Rex, kortweg ZZ Top. Het betreft één van de zeldzame dinosaurussen in het rockolithocum die in een halve eeuw niet gemuteerd is qua bezetting. En dat viert hij met een wereldtournee. Wij konden dit schepsel niet geheel ongehinderd observeren in de natuurlijke biotoop, de concertzaal, in casu Vorst Nationaal.

Voorafgaand spotten we nog een op het eerste gezicht geheel ander creatuur: Larkin Poe. Kenmerkend zijn de twee frontvrouwen, gezusters waarvan de ene een gemeen stukje slidegitaar speelt en de andere achter een weinig snedige Stratocaster rondhuppelt wijl heur haren L’Orealreclamespotgewijze rondvliegen. Qua zang is dit schepsel nauwelijks te onderscheiden van Alannah Myles’ Black Velvet en qua uitzicht zou men kunnen denken met een Miley Cyrus-afgeleide te maken te kunnen hebben. De aanstekelijke roep, die een publiek al bij het tweede nummer spontaan deed meeklappen, en de snijdende slidegitaar konden evenwel niet vermijden dat we Larkin Poe wel als een sterke opwarmer willen beschouwen, maar er geen memorabele headliner in zien. De covers van Black Betty en Preachin' Blues deden vooral verlangen naar de originelen (en in eerstgenoemd geval is dat niet de versie van Ram Jam, zoals het bluesrockminnend volk vaak ietwat kortzichtig meent te weten).

Wat ZZ Top betreft, willen we eerst nog het populaire geloof dat dit iets met “echte” blues te maken heeft uit de weg ruimen. Daarvoor dient men veel verder terug te graven naar figuren als Muddy Waters, Howlin’ Wolf of recenter T Model Ford en de rest uit de Fat Possum-stal. ZZ Top valt onder “vettige bluesrock”, dat als voornaamste kenmerken een eerder eenvoudige songstructuur, ronkende gitaren en een gezonde dosis fun heeft. Wat de Ziezietoppus Rex uitzonderlijk maakt, is dat zij met deze beperkte ingrediënten twee uur songs kunnen spelen die soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn en dat toch interessant kunnen houden.

De ondertussen klef naar zweet dampende observatieput van het parterre begon tegen kwart na negen ietwat ongeduldig te worden, toen roadies het podium kwamen aanvegen, maar snel daarna mochten vierentwintig Magnatone-versterkers ten prooi vallen aan het baardige beest. Hoe zij het achter die baarden, met een bandana, een hoed en een jas uithielden in deze temperaturen bewijst dat zij niet van gewoon vlees en bloed zijn. Men ziet slechts vier van de zes achterpoten, maar die vier kunnen ondanks de gezegende leeftijd nog steeds in de maat shuffelen. Van de twee onzichtbare benen werd niet geheel duidelijk of ze beiden in gebruik waren dan wel of de dubbele basdrum met vermoedelijk Aztekenmaskers vooral ter decoratie was. Frank Beard drumde voorovergebogen, kettingrokend, zonder op te kijken, als een machine op automatische piloot.

Dat Billy Gibbons’ stem met de jaren rauwer wordt, vinden wij zeker niet erg; bij de versie van Sixteen Tons, die hij zong, stelde je je een gestoorde trucker from hell voor in plaats van de wat goeiige Merle Travis. De hits Got Me Under Pressure, Gimme All Your Lovin’, Pearl Necklace, Legs, Sharp Dressed Man, La Grange en Tusk klonken misschien wat minder snel dan ooit het geval was, maar de riffs van Gibbons blijven pittige grove snee; vooral tijdens Gimme All Your Lovin’ demonstreerde Gibbons zijn bedrevenheid in allerhande boventonen en flageoletten en Dusty Hill ging tijdens I’m Bad, I’m Nationwide wat graag met de psychedelische P-bas het duel aan met Gibbons’ assorti Telecaster. Ook voor de cursief luisterende fan minder bekende nummers als Gotsta Get Paid en Just Got Paid, die in correcte volgorde in de setlist zaten, zorgden ervoor dat er geen dode of zelfs maar rustpunten vielen.

Ware het niet dat de observatie bijwijlen verstoord werd door oetlullen die op seniorennet geleerd hebben dat ze met hun gsm filmpjes kunnen maken en die dan facetimend met thuis zittende slachtoffers met de schermen voor onze neus stonden te wapperen, hadden wij van een avondvullend vertier kunnen gewagen; nu hadden we zin een barfight te starten. En daar is de muziek van ZZ Top evenzeer voor geschikt. Ware het niet dat een halve liter bier ondertussen vijf euro kost, zouden we ons bekwamen in het mikken van pinten naar smartphones vijf rijen verder. Beer Drinkers And Hell Raisers? Hell Yeah.

27 juni 2019
Stefaan Van Slycken