Yeasayer

Panfluiten zonder de straatmuzikanten

Sanne De Troyer
Zebrastraat, Gent8 november 2008

In de zomer is er doorgaans weinig sprake van gewone concerten aangezien we zowat elk weekend om de oren geslagen worden met festivals her en der. Toch maakte Democrazy een uitzondering voor Yeasayer. Een gezelschap uit Brooklyn dat zich specialiseert in psychedelische samenzang met hier en daar zelfs een streepje panfluit.


Yeasayer
Du Parc mocht het boeltje opwarmen, maar slaagde daar uiteindelijk niet echt in. We ontkennen niet dat het stuk voor stuk goede muzikanten zijn, maar niets van het muzikale geheel bleef echt hangen, hoewel we hun afsluiter wel konden smaken. De bassist zou zijn instrument wat meer met het nodige geweld mogen aanpakken. Zoals bij dat laatste nummer want dat gaf het nummer net iets meer ballen dan al het voorgaande.
 
Yeasayer daarentegen bezat wel voldoende overtuigingskracht. Ze komen uit Brooklyn en dat lijkt de laatste tijd wel een broeihaard van ongelooflijk catchy talent. Anderzijds zorgt dat ervoor dat ze al snel over één kam als MGMT en Vampire Weekend gescheerd worden. Hoog tijd dus om zich ten volle te bewijzen. Vorig jaar kwam ‘All Hour Cymbals’ uit. Dat album bepaalde het grootste deel van hun set, hoewel we ook onbekend nieuw werk hoorden. Dat klonk behoorlijk goed, dus wij zitten alvast te popelen om die nieuwe plaat in handen te krijgen. 
 
Yeasayer is zo’n band die je onmogelijk in een hokje kan plaatsen, maar iets wat wel in bijna elk nummer terugkeert, is een of ander oergeluid. In Waves wisselden lage basklanken elkaar af met de hoge, ietwat oosters aandoende zangstemmen van de hele bende. Het nummer eindigde in een langgerekte soundscape die wat ons betreft gerust nog enkele minuten langer mocht duren. Daarbij maakten ze gebruik van kapotgeslagen cimbalen en een verzameling rammelende bellen. Originaliteit ten top en zo zagen ze er zelf ook uit. De bassist had z'n tenue samengesteld uit een foute eightiesgarderobe, inclusief verdachte pornosnor en lange pijpenkrullen terwijl de zanger moeite had om z'n lichaam in bedwang te houden. Hij zwalpte meestal spastisch van de ene naar de andere kant van het podium. 
 
De sfeer zat er pas goed in bij aanvang van 2080. Vooraan had iemand er niets beters op gevonden dan een hele zak confetti op het publiek los te laten, hoewel het hier niet bepaald om een vrolijk carnavalsnummer ging. De melancholie droop ervan af en wij vroegen ons ook af of het er in 2080 rooskleuriger zal uitzien dan nu. Maar op dat moment was het ons worst. We waren tenslotte getuige van een wel zeer geslaagd concert. Ook Wait For The Summer – iets wat wij al twee maanden doen – zorgde voor een hoogtepunt. Door het melige geluid van christmas bells zou het evengoed een winterse kerstsingle kunnen zijn en daarmee is het ook meteen de meest poppy song uit hun hele repertoire. 
 
Nadien vuurden ze nog vol overgave de singles Sunrise en Final Path op ons af. Allebei ondergedompeld in een overvloed aan samples en riedels van de vreemdste instrumenten die wel eens geassocieerd worden met een bende vrolijk uitgedoste Peruaanse straatmuzikanten. Met het ietwat flauwe excuus dat de buren ook stilte en rust verlangden dropen ze het podium af. Volgens het publiek konden de buren ofwel de boom in ofwel best nog even meegenieten van een streepje fijne muziek. Na het donkere en ruwe Wintertime was het onherroepelijk gedaan. Als Yeasayer in de winter nog eens terug wil komen, mag het van ons snel gedaan zijn met die zomer.
← Terug naar overzicht