Windhand - Vat vol emoties

Ancienne Belgique, 17 maart 2019

Het was een beetje afwachten of Windhand de verwachtingen, die ze met de twee meest recente langspelers hadden gecreëerd, konden inlossen. Dat bleek uiteindelijk geen probleem.

Net als Dante komen ze uit Italië. Net als Dante lijken ze iets te hebben met de hel. Dante zette dat om in een literair meesterwerk. Grime koos voor een andere aanpak. Over de literaire kwaliteiten van het trio gaan we ons niet uitlaten, maar heel rooskleurig kan het niet geweest zijn. Maar, zoals de BBC ons onlangs leerde, hoeft dat ook niet echt. Zo lang je er maar in gelooft. En dat doet Grime zonder een greintje twijfel. Ze koppelden sludge aan doom en death (Bell Witch x Baroness, zoiets) en lieten dat ook nog eens overtuigend klinken. Dat, toen wij aankwamen, de AB-Club al voor twee derde gevuld was en het aanschuiven geblazen was aan de oordopjesautomaat bovenaan de trap, zei al genoeg. Het zou ons alvast niet verwonderen dat een deel van dat publiek speciaal voor de Italianen was gekomen. Of hebben we die opgestoken vuisten en blote basten dan toch fout geïnterpreteerd?

Even werden de wenkbrauwen gefronst toen we in de pauze Steely Dan kregen voorgeschoteld, maar het Phantom Of The Opera verjoeg dit olijke duo algauw uit de boxen en liet de grommende gitaren en ronkende bassen de plaats innemen. Hier zou Windhand regeren en dan is er geen plaats voor jazzy gepiel en gepruts. Zwart was de kleur die regeerde. Zangeres Dorthia Cottrell droeg over haar T-shirt een soort van zwarten wollen poncho, waaronder het ongetwijfeld zweten was in de snikhete club, maar hem afleggen was nooit een optie.

Toen de band gereduceerd werd tot vier (gezien gitarist Asechiah Bogdan er vorig jaar de brui aan gaf) was het even zoeken naar het juiste live geluid, maar leadgitarist Garrett Morris leek dat moeiteloos op te vangen. Op de momenten dat hij zich uitleefde in solo’s, was hij één en al concentratie en werd even het hoofd stilgehouden, maar verder was het een explosie van rondzwierende krullen die boven de gitaar woedde. De bas van Parker Chandler ving het gemis aan ritmegitaar dan mooi op.

Het was Old Evil waarmee het concert werd ingezet, afkomstig van de split-ep met Satan’s Satyrs en daarom een beetje onterecht aan de aandacht ontsnapt. In de AB-Club bleek dat dit nummer nergens moet onderdoen voor de rest van de songs. Ook Diablerie, wel afkomstig van het meest recente album, werd enthousiast ontvangen. Maar echt openbarsten deed het concert pas met First To Die, waarbij de openende basriff voor herkenningsgejuich zorgde. Steeds verder leefde Cottrell zich in in de eigen, donkere teksten en steeds meer zag je haar wegzinken in dat moeras van pijn en verdriet zonder ook maar een tikkeltje aan kracht in te boeten.

In Forest Clouds zag je het vat aan emoties vollopen om vervolgens met de brug even de druk op de ketel weg te nemen, maar als woeste golfslagen kwamen daarna weer de volgende riffs aangespoeld. Een dergelijke brug - de eenzame, uitgeklede strums van Morris - was ook een rustpunt in Grey Garden. En Feather zou de reputatie van dodenmars alle eer aandoen.

Uiteindelijk zou van elke plaat van het gezelschap een nummer gespeeld worden met het karaktervolle Winter Sun als encore. Cottrell mocht hier nog één keer de prachtige, duistere vibrato bovenhalen. Het was trouwens in deze song dat die het best tot zijn recht kwam. Gezien de allesoverheersende muziek van deze groep, bleek ze meer dan zomaar haar mannetje te staan en niet onder te moeten doen voor één van haar voorbeelden Chris Cornell, wiens stijl hier en daar zeker doorschemerde.

Met de twee meest recente albums heeft Windhand terecht naam gemaakt binnen het doomwereldje. In de AB-Club bleek dat ze bands als Electric Wizard naar de kroon kunnen steken.

18 maart 2019
Patrick Van Gestel (Foto's: Sven Tognie (Brothers In Raw))