Whitney Moe maar dapper

Whitney

Touren. Dat is wanneer je overal al geweest bent, gewoon nog eens opnieuw gaan. Whitney bezocht zondag maar liefst twee keer de zolder van de Ancienne Belgique. Wij waren er bij voor de middagvoorstelling en zagen een band die, ondanks katers en vermoeidheid, toch een beklijvend optreden kon neerzetten.

Maar liefst vier keer kwam Whitney hun album voorstellen in ons land. Zes keer als je hun dubbeloptreden van gisteren meetelt. Dat is, voor een kleine afzetmarkt als België, heel veel. Hun optreden in De Rotonde begin dit jaar was in één woord magisch. Zelden een optreden meegemaakt waar je tussen de nummers een speld kon horen vallen. Niemand durfde te bewegen, te slikken of te ademhalen om zo hun wonderlijke samenspel te verstoren. Het was een optreden die haast niet in woorden te omschrijven viel.

Op Pukkelpop viel het dan weer ietwat tegen, en daar had de band geenszins schuld aan. Zelfs in een tent die speciaal werd neergepoot om de intieme sfeer te bewaren, ging hun optreden verloren in een zee van geroezemoes door toevallige passanten die al een ganse dag bezig waren met bier hijsen of pillen achterover slaan. Het deed hen oneer aan, maar de band zelf stond er wel. Gewoon nog niet genoeg ballen aan het lijf om sommige irritante cultuurverkrachters even op hun plaats te zetten.

In de AB zagen we een duidelijk vermoeide groep op het podium staan. Dat zag en hoorde je vooral aan hun frontman Julien Ehrlich, wiens stem door het lange touren enkele deuken vertoonde. Een siroopachtig goedje werd gebruikt om zijn stembanden te smeren, maar de breekbare stem werd duidelijk bedekt met abcessen, vermoeidheid en een hees geluid dat eenieder bij zichzelf al gehoord heeft na een uit de hand gelopen karaoke avond. Jammer, maar eerlijk gezegd: na twee nummers was het al vergeten en vergeven.

De grote sterkte van Whitney is ongetwijfeld het vakmanschap van alle artiesten. De gitaarriedels die Max Kakacek telkens opnieuw uit zijn vingers tovert zijn om van omver te vallen, en live is er zelfs plaats om even aan het improviseren te gaan. De bandleden kijken ook constant naar elkaar, spelen in op elkaar en genieten er duidelijk zelf van. Zelfs na de duizendste keer dat ze één van hun tien nummers uit hun debuutplaat spelen, kan er nog steeds een lachje vanaf en straalt het speelplezier er vanaf.

Nieuw in de set: Magnet, een cover die op het einde ingezet werd om alsnog aan het dansen te gaan. Met succes. Verdere hoogtepunten blijven ongetwijfeld Red Moon, die helemaal anders dan op plaat, constant verrast wordt met tempowisselingen zonder dat het knetterend haardvuur – schapenvel – glas whisky gevoel verdwijnt. Follow, No Matter Where We Go en The Falls zijn de uptempo nummers die voor vreugde en zonneschijn zorgen. Doe even de ogen toe en je waant je aan een oever van een kletterend riviertje, op een grassprietje kauwend en met de zon brandend op je smoelwerk. We gebruiken het woord niet graag, maar hier komt het dan toch: genieten.

On My Own en Polly – die trompet jongens! – zijn sfeerscheppers die zonder waarschuwing ons hart binnendringen. Constant hartje breken, hartje lijmen. En dat veertig minuten lang. Whitney is goudeerlijk, warm, melancholisch, perfectionistisch en dynamisch tegelijk. En ze stonden maar liefst zes keer in ons land. Een schande is het als je ze nu opnieuw zou gemist hebben.


October 31, 2016
Joris Roobroeck