White Denim - Wilde paarden

, 2 juli 2018

Kwaliteit gegarandeerd. Het keurmerk dat geldt voor de optredens van White Denim. Dat was niet anders in Muziekcentrum TRIX.

“Zorg dat je op tijd bent want Grand Blue Heron speelt in het voorprogramma”, was wat ons meermaals op het hart gedrukt werd. En dus waren wij tijdig aanwezig om die uit de as van Hitch verrezen band te zien knallen. Het publiek leek alvast onder de indruk want automatisch werd er – zoals wel vaker bij voorprogramma’s - een zekere afstand bewaard tot aan het podium. Op dat verhoog werd dan ook met vuur gespeeld. De vonken vlogen er namelijk vanaf van bij de eerste song. Zanger-gitarist Paul Lamont sloeg letterlijk wild in het rond terwijl drummer Olivier Wychuyse pufte als had hij vooraf al een halve marathon gelopen. Fugazi en aanverwanten waren nooit ver uit de buurt en wij voelden het bloed kloppen in de slapen. Altijd een goed teken.

Dat bekkentrekken was ook iets dat White Denim allerminst vreemd was. Zanger-gitarist James Petralli testte van bij aanvang hoeveel rek er in de hoofdhuid zat en naar goede gewoonte ging bassist Steven Terebecki, samen met Petralli nog de enige twee originele bandleden, daarin gewillig mee. Het blijft ons opvallen hoe die laatste steeds weer als een jongetje overkomt terwijl je hem steeds roder ziet aanlopen, met dat petje scheef op zijn hoofd. Maar bas spelen kan hij als de beste.

Dat geldt trouwens ook voor de rest van de band. Want nieuwe drummer Jordan Richardson had er geen enkele moeite mee om zijn twee snarenplukkende kompanen te volgen. En dan was er nog Mike St-Clair, die niet alleen zorgde voor de nodige aanvulling op toetsen, maar ook al eens de trompet bovenhaalde.

De basis van White Denim is nog steeds de mix van allerlei stijlen, die tot een geheel worden samengesmolten en je steeds weer doen opschrikken als er weer eens een scherpe bocht wordt genomen of als je je plotseling al in de volgende song bevindt. Het is precies dat wat een optreden van deze band zo spannend maakt.

Deze keer werd er uiteraard veelvuldig geplukt uit de meest recente plaat ‘Stiff’. Ook hier schrok Petralli er niet voor terug om zijn hoogste stemmetje boven te halen en in een nummer als Take It Easy (Ever After Lasting Love) een schitterend eerbetoon te brengen aan Curtis Mayfield terwijl hij twee noten verder dan weer klonk als Paul Weller. White Denim ten voeten uit, quoi.

Daarvoor werd je als luisteraar ook al van bij aanvang in het diepe gegooid toen een verschroeiende start werd genomen met het trio Real Deal Mama, Ha Ha Ha Ha (Yeah) en het ironische There’s A Brain In My Head. Maar dat tempo werd doorheen de setlist regelmatig gebroken, waardoor je af en toe wel eens de kluts kwijt was.

Trouwens, Petralli was veel minder beweeglijk dan we van hem gewoon zijn. Deze keer draafde hij niet rond over het podium, maar beperkte hij zich tot zijn plaatsje aan de microfoon. Maar geen nood, ook dan was het bijzonder om de band te zien overschakelen van southern rock op jazzy gepingel of om vast te stellen dat drie nummers naadloos aan elkaar werden gelast waardoor een met punk geïnjecteerd Holda You (I’m Psycho) werd gekoppeld aan een virtuoos I Start To Run.

Toen de set dan ook werd afgesloten met bisnummers Pretty Green en een werkelijk fenomenaal Mirrored In Reverse stelden wij verbaasd vast dat anderhalf uur was voorbijgevlogen. Zelfs al was dit niet het beste concert dat wij van White Denim zagen, dan nog lieten deze wilde paarden de teugels zelden vieren.

14 oktober 2016
Patrick Van Gestel