Weval - Kinetische vervoering

Botanique, 12 april 2019

Halfweg de set overviel ons zo’n gevoel. Alsof we per ongeluk een mysterieus achterafkamertje van de eigenlijke partyroom binnengesukkeld waren; zo’n koud, vochtig kelderhok naast de wc’s, waar niemand iets te zoeken heeft. Verdwaalde zielen druppelen binnen. Hun voorzichtige glimlach wordt steeds breder. Ze hopen stiekem dat de buitenwereld hen vergeet. Ze zijn thuis. Eindelijk.

Met hun tweede worp ‘The Weight’ legde het pretentieloze Weval dit jaar het volle gewicht in de schaal. Daarmee vervelde de elektroband plotsklaps van "beloftevol" naar "matuur" en bevestigde ze wat intussen al ver buiten de Nederlandse landsgrenzen bekend was: de wereld was verrijkt met een eigenzinnige sound die – aan alle lof te horen – een gapende leemte in de elektroscene opvulde. Een leemte waar we tot voor kort het bestaan zelfs niet van afwisten. “Ik weet echt niet wat ik moet zeggen”, luidden de karige woorden die het Hollandse vijftal uitbracht. De jongens lijken na zes jaar nog steeds niet gewend aan het podium en succes – maar ach, waarom woorden vuilmaken aan bindteksten als de muziek voor zich spreekt.

De aftrap in de Botanique was met brave, zwoele versies van Are You Even Real en The Weight – hoorden we daar een funky gitaar? – enigszins verrassend. Geef ons toch maar de koele zwaarmoedigheid van de albumtracks. Het omineuze keyboardmotiefje, de grondlaag in Heaven, Listen, kwam niet helemaal uit de verf. Zijn we te verknocht aan de originals? Het zal ons aan de reet roesten – zoals ze boven de Moerdijk zo poëtisch plachten te zeggen – want de kosmische stemmentovenarij in Something deed ons al het voorgaande vergeten. Het geknutsel met vocalenflarden, die ver boven de horizon rondzweefden op enkele minimalistische keyboardakkoorden, was om duimen en vingers bij af te likken.    

Het akoestische drumstel op de planken was een absolute meerwaarde die – in combinatie met de elektronische beats – een solide ruggengraat meegaf aan de set. Eenmaal het drumwerk opgevoerd, schoten de dansbenen als vanzelf wakker.  Same Little Thing stak de lont aan het kruitvat met een clubsfeertje dat de Botanique in beweging bracht.  En ditmaal troefde het podium de plaat af: live valt het vakmanschap van Weval immers des te meer op. Harm Coolen, Merijn Albers en hun drie confraters hebben verdraaid goed door hoe je een publiek stukje bij beetje richting extase voert. Ze praktiseren de kunst van het "gecontroleerd escaleren", waarbij kinetische energie in welafgewogen doseringen prijsgegeven wordt. En hoe langer de aanloop, des te intenser de ontlading. Clubbing voor meerwaardezoekers.

Look Around breide voort op die roezige, unheimliche clubatmosfeer. Zintuigen sprongen op scherp, wijdopengesperde pupillen speurden de zaal af alsof gevaar om elke hoek loerde, maar we genoten met volle teugen van de scherpe elektrosprankels en cryptische textures die in en over elkaar kronkelden. The Most hulde zich in een warm, introvert jasje, net als bisnummer Easier, dat sloom en smachtend te slapen werd gelegd – hier hadden we heimwee naar de meesterlijke opbouw van de albumversie. Het vibrerende Gimme Some stond stijf van de adrenaline. Net toen we "Gimme more!" wilden uitschreeuwen, was het einde aangebroken. Spots floepten aan, de realiteit was op slag terug. Laat ons nog even.

13 april 2019
Quentin Soenens (Foto's: Quentin Soenens)