Weval Bezwerende elektronarcotica

Weval

Harm Coolen en Merijn Albers: twee behendige Nederlandse knapen die aardig op weg zijn om hun koeldonkere, in obscure riffs en ritmes omzwachtelde elektrokunsten ook buiten hun landsgrenzen op de kaart te zetten. Meer zelfs: het duo – in eigen land onlangs nog bekroond met een Edison Award voor ‘Beste Dance’ – geldt vandaag volgens velen als de meest opwindende exponent van het elektrosubgenre. Althans, als het universum waarin het eigenzinnige Weval rondzweeft nog geen subgenre op zichzelf is. Op Belgische bodem hebben ze hun rol van beloftevolle elektroformatie alvast nog wat kracht bijgezet.

Van Klangstof heeft onze man helaas geen glimp gezien wegens een inferno op het spoor, maar we zullen ervan uitgaan dat de Nederlandse concullega’s van Weval de Club op toerental hebben gebracht. De set van Weval startte meteen met een kroonjuweel: de opflikkerende intro van Gimme Some deed de ruimte vibreren met factor 6 op de schaal van Richter, de elektrogimmicks die als een springbal heen en weer stuiteren maar o zo heerlijk harmonieus in het geheel passen dienen een eerste adrenalineshot toe.

De formule is genoegzaam bekend: minimalistisch motiefje dat vooruit dreunt op een sloom ritme, gaandeweg opgevuld met inventieve fantasieën tot de basis verdampt in een zwerm van echoënde, benevelende effecten. Het geheel wordt gesterkt door helsdiepe bassen die lijf en leden omverblazen. Een knipperende lichtinstallatie die epilepsiepatiënten een zenuwinzinking zou bezorgen en een live drumstel vormden de optimale brandstof voor een één uur durende trip in het omineuze mistlandschap waar Weval zich schuilhoudt.

Nu eens een experimenteel zijpaadje, dan weer een strakke in your face-beat afgekruid met industriële klanken, en nooit heb je het gevoel dat de heren zomaar wat knoppen bespelen in het ijle. Coolen & Albers tonen zich meesters in de opbouw, waarbij ze de ingrediënten gedoseerd prijsgeven zonder ooit in gratuite partybeats te vervallen.

Het duo heeft verdraaid goed door hoe je een publiek stukje bij beetje richting extase voert – op zo’n natuurlijke wijze dat de argeloze toehoorders zelfs niet in de mot hebben hoe scherpe elektrosprankels en cryptische textures zich opstapelen tot een broeierige storm. En hoe langer de aanloop, des te intenser de ontlading: Weval weet perfect het momentum te grijpen wanneer het publiek ernaar smacht. De spelletjes tussen de drummer en Albers bijvoorbeeld: een stukje improvisatie waarbij drumsecties steeds sneller teruggekaatst werden met knetterend elektroweerlicht door zich vakkundig van de volumeknop te bedienen.

Crowdpleaser op tijd en stond, maar bovenal was Weval trouw aan zichzelf. De uitvoerige opbouw en lang uitgesponnen structuren hebben als keerzijde dat de aandacht bij momenten verslapte, terwijl pompende bassen je suf sloegen. Maar hoe elke track enig mooi tot ontplooiing kwam, bedekte de zeldzame momenten waarop de kinetische energie in de zaal afnam.

Twee behoorlijk geïntoxiceerde toehoorders – drank of drugs, zoniet beide – hadden dan maar het lumineuze idee om de bühne op te klauteren voor een schabouwelijke dansvertoning zoals die in discotheek Kokorico bij het ochtendgloren te bewonderen zijn. Een laconieke Albers keek verbaasd op maar gaf geen krimp: hoe hij in opperste concentratie de knoppen bediende was haast aandoenlijk. Nu en dan ging die serieuze pose over in een heerlijke smile toen het publiek z’n enthousiasme liet horen.

Na een intense finale met rave-allures bleef het publiek aandringen voor een bis, tot Coolen doodleuk aankondigde dat de organisatie de stekker eruit had getrokken. Lief kijken naar het AB-personeel deed wonderen: de apparatuur was weer up and running voor een troebele afscheidsdans. Dat deze act geen hobbyproject is maar een blijvertje heeft Weval nu wel echt bewezen. Na amper één (bekroond) album, een handvol singles en ep’s blijkt the sky the limit voor het fenomeen Weval, de Bazar van de elektro. De jongens zijn dan ook het levende bewijs: snel naar de hemel blijkt óók een optie.


February 19, 2017
Quentin Soenens