We Love Green 2016 - Parijs in de groene modder

, 2 juli 2018

In het Bois de Vincennes, één van de twee grote natuurparken van Parijs, vond dit weekend het We Love Green-festival plaats. Het was een indrukwekkende affiche, met namen als James Blake, Savages, Diplo, Amon Tobin, Hot Chip, LCD Soundsystem en PJ Harvey, maar de feestvreugde werd wat beknot door de nattigheid waarmee de stad al een dikke week worstelt.





De oevers van de Seine waren uit hun bedding getreden. En nu was er ook nog eens modder op het festivalterrein. Er werd aangeraden om laarzen te dragen, “op zijn Engels”. In België zijn we uiteraard al één en ander gewend, maar in Parijs zorgde een paar centimeter slijk voor lichte paniek en een te lage opkomst. Tot op de dag zelf waren er tickets beschikbaar aan de democratische prijs van 45€ per dag of 75€ voor beide dagen.

We Love Green is een festival met een missie. Zoals de naam al doet vermoeden staat het groene gedachtengoed centraal. Alles draait op honderd procent hernieuwbare energie; er zijn meer veganistische voedselstandjes dan gewone; en her en der word je aangesproken om een duit in het zakje te doen voor één of ander goed doel. Er was ook gratis water, verdeeld door de watermaatschappij van Parijs en een ontmoedigingsbeleid voor bier onder de vorm van een sponsorcontract met Heineken.

Eén (klein) podium was voorbehouden voor politiek-filosofische discussies. We zagen Olafur Eliasson een wat genante speech geven over hoe kunst geen consumptiegoed is, maar een platform waar de toeschouwer met de artiest meebouwt aan de constructie van een groter idee. Hij betrok zijn theorie ook op dit festival, toonde in preview foto’s van de waterval-installatie, die één dezer dagen geopend wordt in het Palais de Versailles, en spoorde het publiek aan met zijn allen de wolken weg te blazen als vorm van kunstbeleving. Op welke natuurlijke middelen deze man zijn high had bereikt, kregen we dan weer niet te horen.

Zoals zovelen lieten we de discussies en het groene gedachtengoed wat over het hoofd waaien en concentreerden we ons op de muziek. De heropstanding van LCD Soundsystem was waar we het meest hadden naar uitgekeken. En ze stelden niet teleur. James Murphy leek na de zes jaar durende pauze een gelouterd mens en had duidelijk zin in dit optreden.

Vroeger lieten ze al eens de teugels vieren en waren slordigheden soms dompers op de feestvreugde. Anno 2016 is het moeilijk voor te stellen dat het nog terug zo ver zal kunnen komen. Zo strak klonken ze vroeger nooit. Er waren geen nieuwe nummers. En dat leek best zo. Het plan leek: eerst terug de band op de agenda zetten en iedereen laten wennen aan het idee dat LCD Soundsystem een band is met een verleden én een toekomst; daarna gewoon verder doen alsof niets ooit anders geweest is. Wat een feestvreugde! Hoogtepunten? De hele set was één lang uitgesponnen hoogtepunt, van Us Vs Them tot All My Friends, met speciale vermeldingen voor Get Innocuous! en Losing My Edge.

De tweede avond mocht PJ Harvey het festival afsluiten. Ook zij bleek in uitstekende vorm te verkeren. We worstelen nog een beetje met haar nieuwste plaat, ‘The Hope Six Demolition Project’, maar na de live uitvoeringen te hebben gehoord, is de balans naar de positieve kant aan het doorslaan.

Ze kwam op als één van de leden van een fanfare-band, en opende met het marslied Chain of Keys. Haar stem klonk loepzuiver en de muzikanten, die ze bij zich had (onder andere John Parish en Mick Harvey) speelden meesterlijk. De mooiste momenten kwamen uit de voorlaatste plaat, ‘Let England Shake’, al maakten we ons de bedenking dat elk project omtrent De Grote Oorlog sinds 2014 de indruk geeft dat het om een marketing-actie van de toeristische dienst van Ieper gaat.

We waren nooit enthousiaste leerlingen in de geschiedenisles, en daar zal PJ Harvey nu geen verandering in brengen. De traditionele finale met hits (vooral het immer denderende 50 ft Queenie) bleef dan ook veruit het beste deel van dit optreden.

Bij de verrassingen noteerden we Floating Points als hoogtepunt. De man komt uit de entourage van Four Tet en maakt jazzy, elektronische muziek. Hij liet zich live begeleiden door een gitarist die de raarste klanken uit de gitaar kon toveren en een drummer die de meest onwaarschijnlijke ritme’s uit het drumstel mepte. Zelf speelde Sam Shepherd op een keyboard, waarbij hij vaak vooraf het ritme van de song aangaf aan de band, die dat dan vervormde en terugspeelde. Op andere momenten verzorgde hij orgelachtige melodielijnen. Het was hedendaagse jazz van de meest dansbare soort en elektronische dansmuziek van de meest organische soort; een prachtige live ervaring, die schril afsteekt tegen het prutsen op een laptop dat collega Four Tet op een podium doet.

Wat Air wist los te maken hadden we ook niet meteen verwacht. We hadden onze bekomst al lang gehad van de designer-deuntjes van het Franse duo, maar een set vol aloude kaskrakers riep herinneringen op aan hoe goed en baanbrekend ze waren in hun tijd. OK, het was meer iets voor de nostalgisch aangelegde medemens, maar de gelukzaligheid waarmee Sexy Boy, Kelly Watch The Stars of Alpha Beta Gaga (het fluitlied) door het publiek werd onthaald, sprak boekdelen. Air was Kraftwerk voor de groenen. Zo hadden we het nog nooit bekeken!

6 juni 2016
Kristof Van Landschoot