We Are Open 2016 - Bloemen om de pijn te verzachten

, 2 juli 2018

Wat een weelde! Dat was de eerste gedachte die ons inviel op deze Valentijnmorgen, terugblikkend op de tweede dag van 'We Are Open'. Geen enkele band, die we zagen, stelde teleur. Door verscheurende keuzes hebben we nog een paar toppers gemist; en hoe knap is het ook dat bands hier bij ons elkaar bevruchten door gastrollen bij elkaar te vervullen. De Belgische scene leeft.





De avond begon rustig met de zachte klanken van Winterslag. Oudje How She Lost Control was het allereerste nummer van de avond, maar in Limburg gaat dat controle verliezen erg beheerst. Prachtige samenzang en de nodige onderaardse elektronica, een spaarzame drumslag en daarbovenop wat gitaartapijtjes van puur kasjmier, meer was er niet nodig om al het goede van ‘The Might-as-well’ tot leven te brengen. Toch beweerde frontman Rolf Verresen dat dit voor hen een harde set was; omdat de zachtste nummers sneuvelden omwille van de beperkte tijd die de band toegemeten kreeg. Hoe dan ook, aan de einder gloort een rooskleurige toekomst voor deze Limburgers. Dat bewees het nieuwe, meer postrockerige Yawn, dat voor het eerst live werd gespeeld.

Tin Fingers tapte aanvankelijk uit nagenoeg hetzelfde vaatje als Winterslag al hebben zij geen zangeres van het kaliber van Renée Sys. Hier geen meerstemmigheid dus, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door de emotioneel geladen stem van Felix Machtelinckx; en stilaan werden de songs meer dansbaarder en psychedelischer. Kortom: deze nog jonge band bevestigde de goede indruk die zij al achterliet in de voorronde van Humo’s Rock Rally. Een geslachtsverandering om nog meer aandacht te trekken dringt zich echt niet op ondanks teksten als: "I'll be your mother", en "I could even be a girl / How can I know how to be a boy"; de songs en de présence van deze jongelingen volstaan.

Ook bij Faces On Tv was het aanvankelijk wegdromen, ook al sprong wizard Jasper Maekelberg energiek het podium op nadat zijn band de eerste noten ingezet had. Maar al die pedalen en elektronische snufjes lagen niet voor niets verspreid over dat podium. “It’s coming in”, zong Maekelberg; en ja, vanaf song twee werd die elektronische bron gretig aangesproken en konden de aanwezigen zich dansend laten verleiden door deze muzikale rattenvanger. Golven van herkenning natuurlijk bij singles Run Against The Stream en Love/ Dead. Bezweren, afschrikken, aanhalen en ten dans uitnodigen, Faces On Tv deed het allemaal.

Protection Patron Pinkerton kwam eind vorig jaar keihard terug met ‘Good Music, Beautiful People’, de plaat met de meest toepasselijke titel van de avond, want goede muziek was er zeker en Trix was ondertussen goed volgelopen met schoon volk. Geen wonder ook: Protection Patrol Pinkerton is altijd een feest voor oor en oog. Jelle Denturck smijt zich iedere keer en van hun muziekjes gaat elke keer de zon weer schijnen. De band was duidelijk gegroeid in vergelijking met twee jaar geleden toen Denturck het nog bestierf van de zenuwen. Even liep hij een blauwtje toen hij vroeg wie de laatste plaat al had; en vooral toen hij vroeg wie ze ging kopen na de show, maar hij liet zich niet uit het lood slaan en vervolgde met het toepasselijke Can't Decide. De band speelde een typische festivalset met vooral uptempo nummers en dus dansten wij na This Time  en A Small Request Just To Leave Me Be weer vrolijk ons sexy gat af op Backseat, Sorry (van Justin Bieber) en andere Future = Our Home’s.

Was het vrijdag de ruige avond, dan moest je voor je portie gitarenherrie naar de Foyer waar El Yunque , It It Anita en The K van Jetje gaven. Met een Onmens achter de drumkit was de band alvast zeker van een solide basis. Sébastien von Landau, de nerveuze zanger-gitarist van het noisetrio stond strakker dan het te warm gewassen slipje van onze minister van volksgezondheid en het duurde dan ook geen nummer vooraleer hij ons met de arm van zijn gitaar bijna de tanden uitmepte, vervolgens de basdrum besteeg en dan zijn stembanden aan repen scheurde. Enkel bassist Geoffrey Mornard hield het hoofd koel onder het mutsje. Met de looks van Jezus, maar de blik van een bezetene spuwde hij zijn getormenteerde ziel uit net zoals op ‘Burning Pattern Etiquette’ en eerste album ‘My Flesh Reveals Millions Of Souls’. Voor The K was het de tweede keer WAO en het beleefde een zegetocht, die tot in het publiek leidde. Von Landau dook bij de laatste song het publiek in, gaf zijn gitaar aan een verbouwereerde blonde. Brak de drumkit af, deelde de onderdelen ook uit en sleepte dan de rest van de band mee het midden van de zaal in om daar de set kronkelend op de vloer af te maken.

Van de hel naar een swingend, heidens feestje was maar vijftien meter, want in het café plantte King Dalton zijn totem en riep daarna de geest van ‘Thilda’ tot leven. De in blues en country gedrenkte sound van King Dalton mag dan voor burgerlijk Vlaanderen wat te speciaal zijn, wij lusten er meer dan pap van. De Daltons zijn immers stuk voor stuk integere rasmuzikanten en Jorunn Bauweraerts blijft één van 's lands beste zangeressen. We namen het woord bezwerend al in de mond bij Faces On Tv maar dit was nog andere koek. Hierin zat iets wat het café omtoverde in een zweethut waarin vijf sjamanen voor muzikale dampen zorgden. En of het nu met een donkere ballade als 1600 was, een opzwepende rocker Diligence of een zwoel Sheperd’s Shadows waarin Bauweraerts als een echte sirene tekeerging: de sfeer bleef broeierig. Enkel het meer elektronische Centre Of The Circle verbrak de betovering wat, maar Ignorance bracht de trance meteen terug. En de gemene slide van Jonas Demeester op Sudden Deafness kreeg de aanwezigen weer wild. Babylon brandde vanavond weer en het was pure fun.

Het mysterieuze Raveyards zorgde voor een dubbele verrassing op deze 'We Are Open'. De band stond aangekondigd in de Foyer, maar niet alleen werden de deuren van de grote zaal opengegooid (waarschijnlijk om praktische redenen) ook bleken er rond de vijfhoek waarin de elektronica was opgesteld enkele bekende gasten te staan, Brent en Joris van Steak Number Eight, Stefanie van Brutus en verder Francois De Meyer en Stefan Bracke. Alles stond volledig in het teken van sfeer. Er waren enkele gaasdoeken gehangen rond de band, waarop de visuals beter tot hun recht kwamen, verder veel stroboscopen en zoeklichten. Muzikaal ging dit project verder dan verwacht. Noem het elektrosludge of een Gentse Nine Inch Nails, duidelijk was dat het publiek er dol op was. De vijf leden haalden het beste in elkaar boven, Brent op gitaar, Joris op elektrodrums, Stefanie, Stefan en Francois op elektronica. 

Nog meer Elektronica met Kiss The Anus Of A Black Cat. Valentijn kende nog nooit zo’n donkere start en wij werden herinnerd aan de tijden waarin we de avantgarde frequenteerden en naar onze schoenen staarden op muziek van Anne Clark, Cabaret Voltaire, Throbbing Gristle en Virgin Prunes. Stef Heeren en co putten uiteraard vooral uit ‘To Live Vicariously’ met als eerste, dansbaar hoogtepunt het titelnummer uit die plaat. Heeren en co wisselden gitzwarte danstracks als Drone For Conan af met nog meer beklijvende klaagzangen als Evening Of The Night en Be The Death Of Me dat bijna een middeleeuwse sfeer opwekte, maar dan wel één in een burcht, opgetrokken uit elektronicamuren. Die muren stortten in aan het eind van het apocalyptische Walls And Ways To Hide, de aanwezigen bedelvend onder het puin waartussen dan Cornflowers For Our Brothers opschoot om de pijn te verzachten.

14 februari 2016
Marc Alenus (Foto's: Bert Gysemans)