Wacken Open Air

Afsluiten in stijl

Kris Hadermann
The Holy Wackenland, 8 november 2008

De broeikas was lichtjes afgekoeld en de modderstroken waren aardig geslonken. In menige tent was de stank van ongewassen metalheads en hun vuile was niet te harden. We kunnen ervan meespreken. Nog één dag vol gaan en het thuisfront met gratis douche wenkte. In ons geval moest het feest vooral in het tweede deel van de dag losbarsten.

Sonic Syndicate mocht de spits afbijten van de laatste dag. Een talent waar hun label Nuclear Blast enorm wild over doet. Live voerden ze hun samenraapsel van metalcore en industrial heel stroef op. Laat die industrial maar al vallen, want van samples noch van een keyboardspeler was er sprake. Volwaardige songs konden de dame en heren niet aanbieden. Er zaten aardige momenten in de set, maar die laakten overtuigingskracht. Goede cleane zanglijnen wel van de keurig gekapte zangers, maar hun grunt mistte voldoende baard in de keel. Nog even laten groeien en kijken wat dat geeft. Voorlopig trokken alleen de looks van de bassiste de aandacht.


Verschillende bands vierden hun terugkeer op Wacken. Possessed stond gisteren voor het eerst sinds 1993 weer op een podium en later op de dag kreeg ook Immortal hun reüniemoment. Maar ons oog viel op de comeback van het Amerikaanse Sacred Reich. Hun laatste studioalbum dateert al weer van 1996 en het was tien jaar geleden dat de thrashers nog op een podium stonden. En je zag aan de gezette frontman Phil Rind dat hij dolblij was om terug te kunnen spelen. Vol overgave smeet hij zich – en dat is een heleboel mens – in de traag opbouwende thrash die we van Sacred Reich kennen. Headbangkloeften als Ignorance of The American Way deden het nog steeds uitstekend en klonken door een goede afstelling een stuk helderder dan op hun oude albums. We werden er helemaal vrolijk van.

Daarna namen we een schandalig lange pauze, tijdens dewelke een bezoek aan de Biergarten (niet het eerste) verplicht was. Het Becks bier was nog steeds niet te zuipen, maar gelukkig ontdekten we dat het Franzisskaner Weissbier dat wel was. De in Duitsland zo beruchte literglazen zijn ook op Wacken te krijgen en al gauw haakten we aan bij een groepje Nederlanders en Britten. Om maar aan te tonen dat Wacken een samensmelting is van nationaliteiten, die zonder elkaar te kennen gewoon lekker socializen op het grootste metalfestival ter wereld.

Drie uur speelde er werkelijk niets dat ons kon boeien. Die periode eindigde in de tent van de WET-stage, waar alle Wackenbattle-winnaars en later de op papier mindere grootheden speeltijd kregen. Tot die laatste categorie behoort voorlopig nog het industrial metalgezelschap van The Vision Bleak. Maar als wij het goed voor hebben gaan die met wit poeder gerestaureerde heren nog potten breken. Dat bewezen ze ook live. Diep in de modder pruttelende, mid-tempo riffs hapten een stevige brok van de aandacht weg. Al mocht de diepe zang, die veel aan de Deathstars deed denken ook het etiket feilloos dragen. Wat meer volume had gemogen, zeker omdat een groot deel van de mysterieuze samples verdwenen in het mistige sfeertje dat The Vision Bleak in hun muziek verwerkt. Het geheel ademde diezelfde achttiende eeuwse sfeer als hun outfit en albums uit. We herhalen: deze heren zijn op komst.

Het derde album ‘Hope’ van nog zo'n rijzende ster werd bejubeld in de pers en dat is toch altijd een veeg teken. Afwachten of Swallow the Sun uit Finland ook live zo’n goede beurt kon maken. Echt verzorgd zagen de gescheurde kledingstukken en stoffige pet van de zanger er niet uit, maar zijn diepe, borrelende brul was dat wel. Spijtig dat hij de cleane stukken uit de weg ging. Daarnaast kropen ook de zielkervende noten voorzichtig uit de gitaren. De keys weenden ellendige wijsjes, maar vielen regelmatig weg. Ingetogen, netjes op een rij en headbangend op het trage ritme brachten deze jonge kerels magnifieke doom metal. 

Een flinke inspanning was vereist, maar we geraakten op tijd aan de party stage, waar de melodische metal van Norther nog niet begonnen was. Maar ook toen de babyfaces op de planken stonden was er bitter weinig te horen. Vlagen van weggewaaide melodieën uit zowel het klavier als snaarinstrumenten waren de enige begeleiding voor de duidelijk hoorbare schreeuw van de blonde tandenstoker achter de microfoonstandaard. Voor de redelijk cleane zang moest je de oren spitsen. Norther kan nochtans een goede liveset spelen wisten we nog van twee jaar geleden, maar het geluid besliste daar anders over.

Een thrashband uit de States, daar kijkt niemand nog van op. Wanneer wij vorig jaar luisterden naar hun debuut was dat ook niet bepaald het next best thing. Maar dan schoven ze de promofoto’s onder onze neus en dan wreven we ons toch even de ogen uit. Die verschroeiende vocals kwamen uit een vrouwelijke keel en nog wel een fraai exemplaar ook. Veronica Freeman heet ze, de zangeres van Benedictum en ook in levende lijve was dat één brok vrouw. Haar strotverscheurende zang dekte vlot zowel hoge als lage noten. Haar onderstel was minder bedekt. Daar zijn we trouwens nu nog van aan het bijkomen. Een gezellige Afro-Amerikaan lachte de tanden bloot, terwijl hij zijn ruige riffs netjes reproduceerde. Benedictum kon de aandacht vasthouden en daar zaten niet alleen de charmes van Veronica voor iets tussen. 

Nu we dan toch aan het thrashen waren verlengden we ons verblijf in de WET stage. Geen makkelijke opgave, omdat Moonsorrow daar eerst nog bewees dat niet alles wat op Wacken speelt puur met kwaliteit te maken heeft. Gezeten op een dranghek vlakbij de controlepanels hoorden we door een walkie talkie dat onze geplande afsluiter Vital Remains er niet geraakt was en dus niet kon spelen. Alle bands kregen wat meer speeltijd op die manier, helaas gold dat ook voor Moonsorrow.
De band waarvoor we Moonsorrow hadden doorstaan, was Municipal Waste. Supersnelle thrash was dat en de moshpit nam de halve tent in beslag. Genadeloos legde de gitarist een vingeronvriendelijk tempo op, dat uit de versterkers zinderde. Drums en zang volgden gedwee, maar de bassist miste wel enkele snaarslagen. Doch als je echte old-school speelt hoeft het niet zo nauw te steken. Bier gutste uit de bekers en een modderige cirkelpit trok zich op gang, zodat enkele ongelukkigen die tegen de vlakte gegaan waren er als een soort naar bier stinkende bigfoot uitzagen. De band zelf eigende zichzelf gretig het imago van zuiplappen toe, maar liet het eigenlijke drinken aan hun publiek over. Ze pikten er zelfs iemand uit die een bierbom (een trechter met darm die gevuld wordt met bier, daarna luchtvrij gemaakt wordt en ten slotte in een mond terechtkomt) te verwerken kreeg. Op Napalm Death na het zwaarste optreden.
 
Nog nahijgend bleven we staan voor een band die we in België helaas nooit te zien zullen krijgen. We moester er dus van profiteren, al ging dat dan ten koste van Cannibal Corpse, die we al eerder zagen en nog veel zullen zien. Unheilig was zonder meer de meest omstreden band op de bill. Dat komt omdat zij ook op gothicfestivals spelen, terwijl ze industrial metal maken en dus naar onze mening hun stek dik verdienden. Inderdaad, rondom ons zagen we het tot wrijvingen komen tussen enkele gothische dames en metalheads, maar het bleef bij enkele boze blikken of een korte woordenwisseling. Ervaring zat bij het drietal en de machine geraakte meteen op toerental. Zilte samples, machtige toetsenzeeën en dansbare electrogolven: de elektronicaman jongleerde er mee. Solo leverde dat alleen al betoverende trancemomenten op. Maar Unheilig zweert trouw aan de duistere riffgitaar en die zat knap verwerkt in de uitstekende afstelling. Ten derde is er het fenomeen Der Graf, die dat in zijn smoking van diepe zanglijnen voorziet. Zachtjes chillend zoals tijdens het zwevende Astronaut of stevig crescendo bij monsterhit Freiheit, telkens weer raakte Der Graf de juiste emotie. Meestal vrij beheerst, maar, wanneer dat paste, excentriek dansend op de wilde beats van pakweg Sage Ja!. Een prachtige afsluiter, bij afwezigheid van Vital Remains.
 
Drie nummers, waaronder het niet langer verboden Hammer Smashed Face, van Cannibal Corpse pikten we vanop afstand nog mee alvorens naar de camping af te zakken. Traditiegetrouw staken de pyromanen daar hun afval in de fik, wat in sommige gevallen tot vlammen van drie meter leidde. Een brandweersirene was dan ook nooit veraf, maar voor zover wij weten, geraakte niemand gewond. Wacken was geslaagd. Laat niemand daaraan twijfelen.
← Terug naar overzicht