W-Festival 2016 The Light gezien

W-Festival 2016

W-Festival. Het kind moet een naam hebben en gezien Wortegem-Petegem-Festival niet echt lekker bekt,... Wij zagen het wel zitten om een dagje in de donkere grotten van het muzikale geheugen te gaan doorbrengen. En dus trokken wij naar de Vlaamse Ardennen.

Het festivallandschap in België loopt over. Aan alle kanten wordt geschreeuwd dat het anders moet. En toch is er dan plots een nieuw festival. Eentje dat focust op een genre, dat nooit echt vergeten is.

Er is nogal wat te doen rond Whispering Sons sinds ze het mooie weer maakten in de Rock Rally. Op W-fest waren ze bovendien volledig op hun plaats. De zwartrokken waren blij om eindelijk nog eens iets van buiten de besloten new wavecirkel te horen; de nog zeldzame jongeling kon de nieuwe lievelingen aan het hart drukken.

Nu neemt u dat "nieuwe" best met een korrel zout, want Whispering Sons is zwaar schatplichtig aan bands als Bauhaus, maar brengen dat dan wel weer op excellente wijze: een frontvrouw, die weet te begeesteren; een gitaar, die striemen nalaat op het bezwete lijf en keyboards die enkel maar tot doel hebben je de oren af te snijden. Het geheel wist te beklijven en deed af en toe zelfs een rilling door het publiek gaan; geen sinecure bij temperaturen van rond de dertig graden.

Het zonnetje scheen (en hoe), er werd (veel) gedronken,... Het ideale moment om de greatest hits boven te halen. Dat moet zowat de redenering van Heaven 17 geweest zijn. En het werkte nog ook. Want het publiek ging lustig aan het dansen op "one of the first electronic songs ever written" als Being Boiled (eigenlijk van The Human League, maar geschreven door Martyn Ware van Heaven 17) en zong vrolijk mee met de uitstekende achtergrondzangeressen Kelly Barnes en Billie Godfrey, terwijl Martyn Ware zijn elektronische ding deed en Glenn Gregory bewees te kunnen zingen, ook al verdronken die vocalen aanvankelijk in de mix.

Het was moeilijk om stil te blijven staan op kleppers als Let Me Go of (logische) afsluiter Temptation, waarin ook nog eens een flard Donna Summer werd gedropt. En bij Come Live With Me hadden wij bijna onze buurvrouw vast, gewoon omdat ze zo triest keek. Geslaagde passage dus. Die David Bowie-cover vergeven we hen dan ook graag.

Perfectie bestaat niet. Tenzij je Green Gartside heet en een studio ter beschikking hebt. Probleem bij een live optreden is dan weer dat je die omstandigheden daar onmogelijk kunt simuleren. Gewoon omdat er te veel dingen afhangen van (andere) mensen en van techniek. En toch was het een genot om Scritti Politti eindelijk aan het werk te zien.

Hij is niet meer de jonge, blonde god, die hij ooit was, Green Gartside, maar een engelenstem heeft hij nog altijd. En als je dan ook nog eens over liedjes als Absolute of The Boom Boom Bap beschikt, hoor je ons niet klagen. Trouwens, tot onze grote verbazing schrikte Gartside er niet voor terug om rap in zijn songs te integreren, iets dat wonderwel werkte, zelfs al zijn wij nooit fan van het genre geweest. Maar het was de white soul, waarmee hij je hart een tel sneller deed slaan. En geloof maar niet dat die namen van Aretha Franklin (Wood Beez) of Michael Jackson (Airforce Two) toevallig in die songs zitten.

Perfect was het allemaal verre van - zelfs de wind deed vervelend en blies voortdurend de tekstvellen over het podium en de zenuwen speelden hem duidelijk parten - maar heel af en toe kwam het toch in de buurt. En dat alleen al volstond.

We moeten eerlijk toegeven dat we Marc Almond onderschat hebben. Hij mag dan al een buikje gekweekt hebben en niet meer zo strak in het vel zitten, zijn songs worden nog steeds volop meegebruld.

En dat was al het geval vanaf opener Tears Run Rings, toen we mannen met foute snorren en bijhorende T-shirts, netjes in de broek gestoken, uit volle borst zagen meezingen, de wijsvinger beschuldigend naar de kleine man op het podium uitstekend. En Almond kán ook een aardig stukje zingen. Zelfs op de gezegende leeftijd van negenenvijftig jaar kan hij een noot minutenlang aanhouden, zoals hij bewees in de overweldigende afsluiter Say Hello Wave Goodbye.

Maar tussen de openingssongs en de paar afsluiters (die leidden tot uitzinnige taferelen en Almond zelf tenslotte naar de gsm deden grijpen om het tafereel te filmen) zaten ook een paar minder voor de hand liggende nummers, waarin de ex-helft van Soft Cell bewees een goed gevoel voor theater en muziek te hebben, maar de aandacht niet altijd te kunnen vasthouden.

Maar dat liet de toeschouwers uiteindelijk volledig onverschillig. Die waren al lang blij dat ze een trio als Bedsitter, het met Where Did Our Love Go doorregen Tainted Love en de waanzinnige en ook ons kippenvel bezorgende, eerder genoemde eindsong kregen. Of hoe een publiek toch steeds weer kort van geheugen is, eens er wat good, clean fun komt bovendrijven. Maar begrijp ons niet verkeerd: met fun is helemaal niks mis.

Er zijn er ongetwijfeld, die het een rip-off zullen noemen, maar toen Peter Hook & The Light de baslijn van  Isolation over het (niet echt overrompelde) terrein deed galmen, waren wij volledig verkocht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat je mensen van middelbare leeftijd, de armen wijd, zag ronddansen over het terrein, bier kwistig rondsproeiend, zweet parelend op het voorhoofd. Hij beschikt dan ook over een aantal songs, die je gegarandeerd uit je schulp doen komen.

En uiteraard zette hij zijn eigen aandeel daarbij graag extra in de verf door wijdbeens de basgitaar te laten donderen. Elk van de hoeken van het podium kreeg daarbij de kans om de man van nabij te bekijken. Het leek er misschien een beetje over te gaan, maar aan de andere kant illustreerde het perfect het aandeel van diens baswerk in de songs van zowel Joy Division als New Order. Dat hij geen zanger is, vergat je dan al gauw en werd door gitarist David Potts in songs als het machtige The Perfect Kiss opgevangen.

Bovendien schrok hij er ook niet voor terug om van die verschillende songs één lange mix te maken, waarbij zelfs de onderbreking – even complete stilte – tijdens de overgang van Everything’s Gone Green naar die perfecte kus de flow niet kon doorbreken. In enkele seconden was de trein terug vertrokken.

Met Blue Monday werd het publiek daarna volledig ingepakt. Dat ze intussen ook nog eens She’s Lost Control erbij hadden gekregen, zorgde ervoor dat je geen mens hoorde klagen.

Jammer dat de organisatie zich gedwongen zag om het festival op een dinsdag te organiseren, maar gezien de omstandigheden, de bijna ondoenbare hitte en het (onvermijdelijke) geklungel hier en daar, durven wij deze eerste editie toch geslaagd te noemen.


August 25, 2016
Patrick Van Gestel