Vestrock De programmator heeft altijd gelijk

Hulst (Vestrock), 1 juni 2018 - 2 juni 2018
Vestrock

Hadden we Vestrock vorig jaar wat te veel lof toegewuifd? We hadden immers geschreven hoe leuk het was hier altijd een mix te vinden van bekende namen en te ontdekken bands. En dit jaar is de affiche vooral gespekt met die tweede categorie. We vonden amper een band waarvoor we enthousiast naar Hulst wilden tuffen. Maar kijk, daar stonden we dan toch weer op die gezellige Vesten.

Met de Belgische frieten nog op de maag waren we net op tijd op Vestrock om de eerste fluim van Thibault Christiaenssen in een grote boog op de mainstage te zien belanden. En zo lieten we ons door de stampende motor van het Kempense duo Equal Idiots meetrekken in de sfeer van ons eerste festival.

Nog niet zat genoeg om meteen volop te pogoën, maar toch al genoeg om te schuddebollen bij Hippie Man, Toothpaste Jackie en Salmon Pink, want niets zo effectief als wat pretrock over bier en vrouwen om een man in festivalmodus te krijgen. En voor de meisjes was er die guitige ginger natuurlijk die zijn examens onderbrak om hier van jetje te komen geven samen met zijn compaan Pieter Bruurs. Die gaf er bij afsluiter Put My Head In The Ground nog eens zo’n lap op dat hij bewees dat drumsticks effectiever zijn dan plastic oorstaafjes. Met propere oren op naar de volgende!

Sommige bands verdwijnen en moeten worden gereanimeerd via tribute bands zoals Green Lizard die voor de gelegenheid Kurt Cobain en de zijnen kwam eren (en dat ook overtuigend goed deed samen met Rudeboy van Urban Dance Squad). Andere komen zelf terug, zoals Johan. Een kutnaam voor een band, maar de Nederlanders zijn er gek op.

Terecht trouwens, want de Hoornaren brengen stemmige, met zorg geconstrueerde pop en rock die herinnert aan The Beatles voor die de sitar en de LSD ontdekten, maar ook lekker volwassend klonk. Songs als Anyone Got A Clue? En About Time uit de nieuwste plaat ‘Pull Up’ bewezen dat de band rond Jacco De Greeuw ook in de nieuwe constellatie vintage Johan blijft klinken, al bleek het punkverleden verder weg dan ooit en was de show vrij statisch.

Heel wat grijze haren en wijkende haarlijnen dus op de eerste rijen, maar toch ook dertigers en rijpe twintigers die de malse regen voor lief namen. Johan doet niets exuberants, maar wat ze doen, doen ze met liefde en die krijgen ze dan ook terug. Al stond er tien keer meer volk te schuilen in de tent dan voor het grote podium.

Onverwacht veel publiek voor de Deense Lydmor dus. Je kan haar kennen van Temul Fly (Lie Low), haar samenwerking met Arsenal of van hitjes als New Cars And Babys (naar eigen zeggen een song over neuken) en Drugs In My Pocket. Enkel gewapend met loopstation en andere elektronica en getooid in een soort van kapot geknipte en slecht dichtgeknoopte mannenpyjama, probeerde zij de harten van Vestrock te winnen.

Dat lukte beter met de dansbare nummers dan met de dromerige in haar set, al mag de nieuwe single Killing Time er zeker wel zijn. Daarin verbindt ze beide aspecten van haar muziek en zijn wat echo’s te horen van haar tijd in Shanghai, waarnaar ze verhuisde na een serieuze quarterlifecrisis. Daar bracht ze ook wat geishabewegingen van mee, waarmee ze de boel nog wat opzweepte.

Dat deed ze ook met haar eigen versie van Girls & Boys van Blur, haar vorige single Money Towers (waarin het woord “blur” meermaals voorkomt) en een intense versie van oudje I Love You. Nu Chvrches wat op de dool lijkt, zou de toekomst van de elektropop wel eens Lydmor kunnen heten. Vestrock heeft dan toch de vinger aan de pols van de tijd.

Terwijl Lydmor helemaal in haar uppie op het podium stond, was het kleine podium in de Kapel overbevolkt door Ham Sandwich - of HamsandwicH, zo u wilt. Tweede ridicule bandnaam van de dag, maar wat een overtuiging en enthousiasme spreidden deze Ieren tentoon! En de toetseniste bleek een nog fraaiere navel te hebben dan Lydmor!

Maar we lieten ons niet afleiden van de muziek en de reacties van het publiek. Al van bij tweede nummer Never Talk gingen de handen van de kerkgangers spontaan op elkaar en liet zangeres Niamh Farrell de zon schijnen. Het deed ons bijna het spuuglelijke, Afrikaanse eightballhemdje en de ukelele in Ants van zanger-gitarist Podge McNamee vergeven.

Voor de eerste keer op Vestrock zagen we een band die zich echt smeet. En er gebeurde ook iets op het podium: een gekke bril werd uit het publiek gevist, de zangeres trok de glitterpumps uit en schudde met alles wat ze had en kroop bovenop de basdrum. Rock, pop en jazz werden hier tot een aanstekelijk geheel gesmeed en opgeleukt met trompetgeschal.

Plots lustten we Ham Sandwich dan toch! Op plaat smaakt de band wat zoutloos, maar live was het een feest. En wat een zangeres, die Farell! Ze haalde de Donna Summer in zich naar boven voor de cover van I Feel Love en liefde was inderdaad wat ze kreeg.

Maar veruit het meeste volk was gekomen voor Rowwen Hèze, zoveel was duidelijk. Voor het eerst was het aan het grote podium drummen en meehossen. De Nederlandse Limburgers gaan al meer dan dertig jaar mee en verenigden jong in oud in een typisch Hollands volksfeest. Of zoiets bij ons zou pakken, is twijfelachtig, maar Vestrock was er duidelijk klaar voor.  

Met accordeon, Tex-Mex-blazers en dat overstaanbare, maar zacht taaltje brouwden Jack Poels en co een onweerstaanbaar sfeertje. Na Wakker Wère ging de wei aan het dansen, Bestel Mar was goed voor een gele regenbui van bier en het polonaisebeest slingerde onhoudbaar door de massa tijdens Vergeate. D’n Duvel Was Los in Hulst. Wie ging dit feestje toppen?

October Drift alleszins niet. Was het bij Rowwen Hèze feest, dan was October Drift de kater van de day after. Manische bezetenheid schoot vanuit de oogkassen van zanger-gitarist Kiran Roy en gitarist Daniel Young. Nooit zagen we iemand zo driftig op zoek gaan naar een whiplash als bassist Alex Bispham en drummer Chris Holmes mepte zo hard doorheen het mistgordijn dat de soundcheck een maat voor niets bleek.

Na twee valse starts spatte de hyperkinetische shoegaze / punkrock van You Are, You Are dan toch op volle kracht de Kapel in. Maar even verder bleekt dit kwartet uit Taunton meer in de mars te hebben dan enkel rammen en deden ze denken aan een vroege White Lies.

Roy zocht regelmatig het publiek op, speelde gitaar met een nadarhek, maar zong even goed gevoelig een song als Lost in het midden van de Kapel en de intro van Forever Whatever helemaal a capella. Deze jongens hebben de melodieën, de sérieux en de frontman om het helemaal te maken. Nu alleen nog werken aan die bindteksten. Wie biedt hen een platendeal aan?

Nog meer emotie bij Tom Odell, de zanger-pianist die een aantal jaren geleden plots doorbrak met Another Love, de song waarmee hij uiteraard ook vandaag afsloot. Odell liet weten ondertussen naarstig aan een derde plaat  te werken en vanavond  speelde hij al één van de nieuwe songs.

Vanachter zijn zwarte vleugel stak hij van wal met Still Getting Used To Being On My Own. Maar alleen was hij allerminst. Odell liet zich flankeren door een prima band en bewees meteen dat piano ook rock-‘n-roll kan zijn. Voor wie Jerry Lee Lewis al vergeten mocht zijn.

Af en toe zoals bij Storms en Concrete liet hij de piano voor wat ze was en zocht hij het publiek op. Dat werkte heel goed en in Can’t Pretend bewezen drummer, bassist en gitarist ook nog eens allemaal prima zangers te zijn. Het resultaat was een gevarieerde show van grote klasse, een echte afsluiter waardig, al werd het nooit zo’n feest als bij Rowwen Hèze. Meer zelfs: vanaf halfweg de wei was Odell niet meer dan een barpianist die nauwelijks een blik waardig werd geacht door de taterende festivalgangers. Wat was dat weer met die parels en die zwijnen?

En zo zat dag één erop en bleek de programator toch weer gelijk te hebben gehad: zowel Lydmor, Ham Sandwich als October Drift waren geen namen waarmee je de massa weet te lokken, maar stuk voor stuk bewezen ze potentieel te hebben en maakten ze van de affiche van Vestrock geen van dertien in een dozijn. Jack Haegens, mogen we je loftrompet even lenen?

Vestrock @ Hulst 1/6/2018


2 juni 2018
Marc Alenus (Foto's: Bert Gysemans)