Vestrock 2017 - Zwoegen en zweten

Hulst (Vestrock), 2 juni 2017

Elk jaar tekenen wij present voor het gezellige boutique festival Vestrock en dus ook voor deze editie die startte onder het gewicht van een stalen hitte. Het beloofde een stevige editie te worden met heel veel rockgitaren, behalve dan in de tent.

De Nederlandse bluesrockers van DEWOLFF zetten de toon op de mainstage, maar wij pikten aan bij de Belgische postpunktrots Whispering Sons, die even na 18 uur De Kapel deden daveren. En het mag gezegd: we waren daar niet alleen op dat ontiegelijke uur. De kapel liep helemaal vol voor de zwarte mis, die de Limburgers voorgingen.

Niet dat Fenne Cuppens en co dwepen met het occulte zoals veel van hun illustere voorbeelden uit de zwarte jaren tachtig. Nee, Whispering Sons is een band van nu en dus wordt er gespeeld met gender. Cuppens zet met haar androgyne uiterlijk nog steeds menig concertganger op het verkeerde been, zeker wanneer ze haar diepste grafstem opzet, maar ze leidde ons samen met haar vier kompanen wel feilloos terug naar de wonderjaren waarin niet Trump en Poetin maar wel Reagan en Brezjnev de wereld in een houdgreep hielden en wij massaal schuilden in een donkere gothcave. En al is dit vijftal dan blijven steken in de jaren tachtig, qua performance blijft de band groeien en blijft het een plezier om hen opnieuw te zien.

De instrumenten van Drive Like Maria zaten vast in de pinksterweekendfiles. Zo konden we toch hun hele, verkorte set meepikken. De strakke, onversneden rock hielp onze frieten verteren, maar aan de Main viel wel op dat er nog maar weinig volk naar De Vesten van Hulst was afgezakt. Het gebrek aan soundchecktijd zorgde wel voor chaos op het podium. Welke nummers moesten sneuvelen van de setlist? Geen tijd voor overleg. Maar wat zou dat? Dit is rock-'n-roll, baby! De pensen op de eerste rij deinden niet minder enthousiast op en neer bij I'm On A Train en Ghostrider. Alleen jammer voor wie speciaal voor de stonerrockers naar Hulst was afgezakt. “Wij zijn normaal gezien een superprofessionele band", verontschuldigde Bjorn Awouters zich nog en dat klopt.

Een heel ander geluid bracht Matt Woods. In The Dark en Hiding In Plain Sight leidden ons binnen in het zwoele universum van deze singer-songwriter. Hetzelfde muzikale wereldje, waarin ook Chet Faker, Ry X en Jack Garrat rondscharrelen, waarin ze met elektronica langwimperige diva’s verleiden, die de lippen tegen het champagneglas drukken en daar een stempel van lippenstift achterlaten. Het soort stempel waar je liever niet mee thuiskomt bij moeder de vrouw.

Maar deze jonge Brit was op het pad van verleiding met een flinke dosis soul en hij liet duidelijk merken ooit in een kerkkoor gezongen te hebben. Toepasselijk was dat wel in De Kapel, maar iets zei ons toch dat we niet tot de doelgroep van deze man behoorden en we beter naar Warhaus waren gegaan. Wat was dat weer van kiezen en verliezen? De aanwezige jongedames gaven ons heupwiegend ongelijk. Misschien toch ook maar een manbun laten staan en cowboylaarzen kopen.

Toch maar weer scheurende gitaren voor ons. Dit keer van Twin Atlantic, de band die hun song Free uitleenden voor bij de laatste beelden van de sprong van Felix Baumgartner. Zanger Sam McTrusty had voor de gelegenheid oranje sokken aangetrokken en Hulst verwelkomde de schotten op hun beurt met een Schotse vlag.

De liefde was dus duidelijk wederzijds. De songs werden luid meegezongen door alle Brothers & Sisters in de eerste rijen. En tegen The Chaser vroegen we ons stilaan af waarom deze band bij ons niet populairder is. Er zijn natuurlijk veel alternatieve rockbands als deze, maar niet allemaal hebben ze even goede songs als You Are The Devil, Whispers of Yes I Was Drunk. En het sappige Schots is een extra troef.

Ook hier in Hulst wilde het voor de band niet echt lukken ondanks de songs en alle zweet en fluimen die op het podium rondvlogen. Het grootste deel van de wei bleef er lethargisch bij. Al lang blij met het frisse bier en het mooie weer. Het werkte danig op de zenuwen van de frontman die zich beter had geconcentreerd op de eerste rijen, die wel meebrulden met No Sleep in plaats van afsluiter Heart and Soul om te dopen tot Fuck You.

Hij had een voorbeeld kunnen nemen aan The Graveltones, die toepasselijk startten met Forget About The Trouble. The Graveltones, dat zijn twee zwaar bebaarde gasten, die recht van de Antwerpse dokken op het podium leken gekropen en met ouderwetste rock-'n-roll vol herkenbare riffs De Kapel in een stomende hillbillykroeg omtimmerden. Weinig inspiratie maar grote houten whiskeyvaten vol transpiratie en dus gingen de handen hier vlot op elkaar. Zeker toen de drummer (wiens knuisten te groot bleken voor een enkele drumstick en er dan maar twee in elke hand nam) een Gene Simmons-imitatie neerzette. Geluidsnormen werden vakkundig tot pulp geslagen door Mickey Sorbello die een ouderwetse drumsolo mocht brengen en daarbij een drumstick in spaanders sloeg en zanger-gitarist Jimmy O dook de gruizigste gitaarrifs op uit zestig jaar rock.

Zo mogelijk nog energieker schoot Otherkin in gang. Geen van de jongens op podium haalde de meter zeventig, maar zanger Luke Reilly flitste vinnig als Dries Mertens op en af de monitors en de basdrum van zijn maat Rob Summons nog voor opener I Was Born een halve minuut onderweg was. De Ierse punkrockers waren vastbesloten om een feestje te bouwen en slaagden daar ook in.

Come On Hello leende een riff bij The Breeders; we hoorden gelijkenissen met Weezer en Parquet Courts, maar bovenal: we voelden een hardnekkige, niet te onderdrukken glimlach op onze tronie verschijnen en toen Hardcore startte als een folksong, maar Reilly dan het publiek in ging en een sit-down organiseerde, deden wij gewillig mee; ook met de pogo, die daarna losbarstte. Ay Ay!

Jett Rebel hadden we lang geleden al eens gezien toen hij nog een fris gewassen melkmuil was, die zo graag de Prince van de Lage Landen wilden zijn. We verwachtten dan ook niet veel van de man, die met zijn band het hoofdpodium mocht afsluiten, maar dat was dus buiten de waard gerekend. Rebel verraste door als opener te kiezen voor een lang gitaarduel met gitarist Nick Croes, gevolgd door het stomende Do You Love Me At All?

Die vraag kon hij ook aan Vestrock stellen, want rond ons zagen we eerder lauwe reacties. Maar Rebel bleef zich uitsloven, schoot zingend als een ongeleid projectiel over het podium, liet oudje Going On van een lekkere pianopartij voorzien, probeerde het publiek aan het zingen te krijgen, opwaardeerde Don’t Know Why van Norah Jones en gooide hits als Tonight en Louise in de strijd. En toch hield Rebel er niet veel Sleep Overs aan over.

“It's no fun when the girls aren't dancing”, zong Rebel en dat is zo. Er waren er wel, maar toch te weinig. Onterecht! Wie een echt zot feestje wou, moest weerom in De Kapel zijn voor Blaas of Glory, maar wij bliezen de aftocht. Rebel was niet de enige die vandaag moest zwoegen en zweten en hij krijgt nog veel herkansingen. Op Linkerwoofer bijvoorbeeld.

3 juni 2017
Marc Alenus