U2 Nostalgie wint van cynisme

Koning Boudewijn Stadion, 1 augustus 2017
U2

Weer eens een show met veel toeters en bellen; weer eens I Will Follow; weer eens… Maar de zucht naar nostalgie won het van het cynisme. En maar goed ook.

Het kan niet eenvoudig zijn om te moeten openen voor een groep als U2 en al zeker niet als die tour draait rond één van de meest populaire platen aller tijden. Maar Noel Gallagher kan met zijn High Flying Birds zelf ook terugvallen op een paar kaskrakers. En dat is precies wat hij deed. Alleen, Noel is niet de zanger die broerlief Liam is. En dat had zo zijn weerslag. O jawel, Don't Look Back In Anger, Wonderwall en Champagne Supernova werden luidkeels meegezongen, maar het effect dat die songs bij Oasis hadden, was er helemaal niet. En jazeker, Noel blijft een uitstekend songschrijver - getuige nummers als Lock All The Doors - en dan mag je al enkele blazers meebrengen, dan nog is het niet hetzelfde. Leuk als entree, maar zeker niet spectaculair.

Uiteraard werd I Will Follow gespeeld; als ultieme afsluiter nog wel. En allicht ging de massa dan uit de bol. Natuurlijk moest Bono ons weer een geweten schoppen. Ook al doet hij dat al bijna veertig jaar lang zonder dat de wereld er een tel trager om draait. Maar je moet zijn volharding bewonderen, dat dan weer wel.

Er wordt niet meer in torens geklommen, hoogstens nog een keer gedraaid rond de microfoonstandaard. En in plaats van rennen is het eerder schrijden over het podium dat de band nu doet, maar muzikaal zat het nog steeds verdomd goed in elkaar en kon je niet anders dan bewondering hebben voor de expertise van The Edge. Bovendien was Bono verbazend goed bij stem op enkele, minimale uitschuivertjes na. En Larry Mullen Jr. en Adam Clayton blijven een superritmeduo.

Het eerste deel van de show was dan ook van hoogstaand niveau, iets waartoe de indrukwekkende visuals op dat zestig meter brede scherm (van Belgische makelij, zoals Bono ons tot twee keer toe op het hart drukte) uiteraard ook bijdroegen. Anton Corbijn leverde fantastische beelden en de regie deed de rest. Het duurde trouwens tot Bullet The Blue Sky – nota bene het achtste nummer in de set – dat de band voor het eerst te zien was op dat scherm, maar geen hond die daarom huilde.

Vanop het vooruitgeschoven podium, een soort van uit de hand gelopen catwalk, werd de show in gang gemept door Larry, die met de typische roffel van Sunday Bloody Sunday aangaf dat de tijd gekomen was. De rest van de band druppelde daarna binnen om verder op te warmen met New Year’s Day en een prachtig Bad, met daarin ook nog een stukje van Bowie’s Heroes verwerkt; dat trucje werd nog meermaals herhaald en The Beatles,The Rolling Stones en Leonard Bernstein werden zo de show in gesmokkeld.

Het leeuwendeel van de eigenlijke setlist was uiteraard voorbehouden voor ‘The Joshua Tree’, dat kan terugbuigen op een onwaarschijnlijk sterk eerste kwartet songs. With Or Without You was een eerste keer aanleiding om de gsm-lichtjes boven te halen. Ons zal vooral Bullet The Blue Sky bijblijven, niet in het minst vanwege de soms hallucinante beelden van de band, die als het ware op je netvlies werden gebrand.

Verder verdienen ook In Gods Country en het al naar later werk als ‘Achtung Baby’ verwijzende Exit een vermelding voor het eerste deel met Mothers Of The Disappeared werd afgesloten. Dat wij een paar keer de rillingen over het lijf hadden voelen lopen, was genoeg om alle voorbehoud dat we vooraf bij dit concert hadden gemaakt, te doen verdwijnen als sneeuw voor de woestijnzon.

In de bisronde (als je dat zo al kan noemen) was er ruimte voor meer recent werk, als was het om de echt jonge fans te plezieren. Maar met songs als It’s A Beautiful Day of Vertigo haalde U2 nooit meer het niveau van de vroegere platen. Gelukkig werd er nog twee keer teruggegrepen naar ‘Achtung Baby’ met Ultra Violet (Light My Way), dat als eerbetoon aan alle vrouwen werd afgetekend (met koningin Mathilde (??), Marleen Temmerman en Nafi Thiam als Belgische vertegenwoordigers),en One, dat werd opgedragen aan de net overleden Sam Shepard.

Het bleef een “trip down memory lane”, maar het was er wel eentje, die nog even zal bijblijven. En voor één keer droegen ook de visuals daartoe bij. Dan word je van ex-fan even terug fan en kan het cynisme veilig worden weggestopt.


2 augustus 2017
Patrick Van Gestel