TW Classic Vraag en antwoord

Werchter Weide, 24 juni 2017
TW Classic

Hadden wij bedenkingen bij dat optreden van Guns N' Roses? Zeker wel! Waren wij nieuwsgierig. naar dat optreden van Guns N' Roses? Absoluut! Werden we teleurgesteld door Guns N' roses? Wel...

Wolfmother? Dat was ooit een succesband, zowat anderhalve minuut lang. En nu zijn ze terug. Een tweede leven, dat hen ook terug tot in België bracht. En wonderlijk genoeg was het publiek hen niet vergeten. Meer zelfs, ze gingen meermaals enthousiast mee in de koortsige draaikolk van het trio op het podium.

Terecht waarschijnlijk, als je beschouwt dat bassist-toetsenist Ian Peres zijn Korg bespeelde met één hand, terwijl hij met de andere vrolijk verder baste, enkel op de frets. Frontman, zanger en gitarist Andrew Stockdale wist dan weer zijn adoratie voor Jimi Hendrix over te brengen; in Dimension met name - voorwaar een hoogtepunt! - maar ook met zijn T-shirt. Of we het Guns N’ Roses-petje op zijn weelderige krullenbol even serieus moeten nemen is een andere kwestie. Hij schopte het in elk geval na twee nummers het podium af.

Verder was dit een prima show, die niet niet te lang duurde en uiteraard afgesloten werd met The Joker And The Thief (alweer een Hendrix-referentie, zij het gepikt van Dylan), waarbij we zowaar een eenzame crowdsurfer opmerkten. Missie geslaagd dan, zeker?

Ze staat er zowaar nog altijd, Chrissie Hynde, en 't is nog steeds een pronte madam met haar juwelen, dijlaarzen en nagellak, maar ze is ook een rockster van het eerste uur. Dat ze hier vooral teruggreep naar de hits van The Pretenders vergeven wij haar dan ook graag. Vooral omdat de afsluitende paar songs (waaronder Mystery Achievement en Middle Of The Road) aantoonden dat ze het nog steeds kan, rocken.

Tussendoor werd er ook voorzichtig wat nieuw werk tussengegooid, maar dit is een festival en op een festival willen ze (jammer genoeg soms) de hits horen. Ze kregen ze allemaal; van Brass In Pocket over Back On The Chaingang tot Message Of Love. En het drumloze Hymn To Her droeg ze ook nog eens op aan de Europese Unie. Haar T-shirt maakte op dat vlak trouwens ook haar voorkeur duidelijk. Misschien niet het juiste podium daarvoor in Werchter, maar ze heeft het toch maar gezegd en meteen de boodschap kracht bijgezet met een portie rock. Dan mag het, toch?

Guns N’ Roses dus, dat jongensclubje rond die twee snaken, die nooit meer zouden samenspelen, maar toch weer stiekem met een paar andere jongens het tuinhuis in slopen om er stoere verhalen over geweren te verzinnen, naar "vieze" blaadjes te kijken en uit te zoeken wie de grootste heeft.

Dat mag dan allemaal wel zo zijn. Er mochten dan al halfnaakte vrouwen, allerlei soorten schiettuig en skeletten, die standjes uitprobeerden, getoond worden op het monumentale scherm achter de band, het nam allemaal niet weg dat de show verdorie stond als een huis. En dat hij ook nog eens stipt op tijd begon, hetgeen in het verleden helemaal niet zo vanzelfsprekend was.

Met een letterlijk knallend It’s So Easy (want vergezeld van vuurwerk) werd een drie uur lange show opgestart waarin niet enkel de voor de hand liggende klassiekers werden gespeeld, maar ook minder voor de hand liggend spul als Coma – absoluut één van de hoogtepunten – en Rocket Queen; nummers die woord voor woord werden meegezongen door de fans. Zij hadden hierop duidelijk veel te lang moeten wachten en zongen nu alle frustraties van zich af.

Enige uitzondering, wat dat meezingen betrof, waren de onverwachte covers, die rijkelijk werden rondgestooid. Soms hoefde dat niet, want waren het instrumentals zoals Speak Softly Love (Nino Rota), één van de thema’s uit ‘The Godfather’, Wish You Were Here (Pink Floyd) dat door de twee gitaristen werd aangepakt (naast Slash was er ook nog Richard Fortus, die de rol van Izzy Stradlin moest overnemen), de outro van Layla (Derek & The Dominos) voor November Rain). Maar The Seeker bijvoorbeeld, het nummer van The Who, dat nu al een tijdje verankerd is in de set van GNR, werd ondergaan eerder dan gesmaakt voor de massa nog één keer uit de bol kon gaan op Paradise City. En hetzelfde gold voor Attitude (The Misfists), het moment de gloire van bassist Duff McKagan, die de microfoon drie minuten lang voor zich alleen kreeg.

Het was desondanks vooral smullen van de eigen songs van de band als Welcome To The Jungle, het onverwoestbare epos waarmee de band haar stempel drukte op de muziekgeschiedenis, of Civil War (GNR, die zichzelf voor één keer serieus neemt), You Could Be Mine en het onverwoestbare, waarschijnlijk op het meeste gegil onthaalde Sweet Child O’ Mine. Want Slash en Axl Rose (die even vaak van tenue veranderde als Beyoncé) mogen dan wel elkaar naar de kroon steken als het op ego aankomt, het zijn ook fantastische songschrijvers, die precies de juiste knopjes in je brein weten te vinden om tot extase te komen.

En dat was er gisteren aan te merken. Axl gooide, net als hij dat dertig jaar eerder deed, opnieuw zijn draadloze microfoon het publiek in, maar deze keer was de sfeer toch helemaal anders, diende er niet anderhalf (of was het twee) uur gewacht te worden voor de band een middelmatige (en veel te korte) show bracht. Hier kreeg je drie uur lang waar voor je geld. Dus het antwoord op de vraag in de inleiding luidt volmondig: neen, verdorie, integendeel!


25 juni 2017
Patrick Van Gestel