TW Classic 2016: Bruce Springsteen & The E Street Band Muziek gedefinieerd

Festivalterrein, Werchter
TW Classic 2016: Bruce Springsteen & The E Street Band

Muziek, mevrouw, meneer, dat is een aantal geluiden. Maar het is ook veel meer dan dat. Men moet het kunnen beleven, bij voorkeur met een aantal gelijkgezinden. Bruce Springsteen & The E Street Band was, ongeacht wat je er nu van vond, muziek. En wat ons betreft, muziek van de soort zoals er meer zou mogen zijn.



O, er waren voorprogramma’s, maar terwijl Lionel Richie de laatste rijen wel degelijk in beweging kreeg en Lana Del Rey resulteerde in verveeld rondkijken naar je buren, was er bij Bruce Springsteen een samenhorigheidsgevoel, dat je zelden ziet. Wij zagen stevig bebuikte kaalkoppen hun T-shirt uittrekken en ermee boven hun hoofd zwaaien; wij zagen vrienden elkaar in de armen vallen; wij zagen meisjes de woorden van hun favoriete liedje zachtjes meezingen; wij zagen emotie. Is dat niet wat muziek betekent?

Wij voelden euforie toen the Boss voor de eerste keer zijn typische “One, two, three, four” scandeerde; wij voelden kippenvel toen No Surrender massaal werd meegezongen; wij voelden de woede van Springsteen tijdens het fantastische American Skin (41 Shots) – de woorden “You can get killed just for living in your American skin” waren nooit meer van toepassing dan vandaag. Telkens weer was er een moment in ons leven waarnaar we werden teruggeflitst, waarbij die oude Amerikaan daar vooraan op dat podium op één of andere manier aanwezig was. Is dat niet wat muziek betekent?

In tegenstelling tot wat wij hadden verwacht was het aantal nummers uit ‘The River’ eerder beperkt. Er was The Ties That Bind, het – zoals dat hoort - joelend ingezette Sherry Darling en uiteraard mochten de titelsong en Hungry Heart, waarvan de eerste strofe als vanzelfsprekend door het publiek werd voorgedaan, niet ontbreken; en even verder werd You Can Look But You Better Not Touch een hoogtepunt, maar daar bleef het bij. Maar beschouw dit niet als een punt van kritiek: zelfs If I Should Fall Behind uit de (misschien niet helemaal terecht) wat verguisde plaat ‘Lucky Town’, dat de man solo met akoestische gitaar als bisnummer bracht, was fenomenaal en kreeg de wei na tweeënhalf uur opwinding verbazend stil. Dat is toch wat muziek inhoudt?

Nog een ander akoestisch solomoment (Mansion On The Hill) was het gevolg van de vele verzoekjes, die vanuit het publiek werden gevraagd op de honderden, vaak erg mooie en originele handgemaakte borden, die de lucht in werden gestoken. De man, wiens vrouw met Springsteen mocht dansen als hij zijn exemplaar van ‘Born To Run’ handtekende, won daarbij de originaliteitsprijs, maar de baas koos evengoed simpelweg geschreven songtitels (Bobby Jean dat als laatste nummer werd opgediend, was er daar één van). Tijdens Dancing In The Dark pikte hij er een aantal goed gerichte verzoekjes uit en voor Waiting On A Sunny Day was er een jongedame, die zelfs even mocht zingen. Noem het entertainment, maar het gaf de muziek en dit optreden wel kleur.

En intussen werden de songs gespeeld alsof het niets was. Springsteen schudde de solo’s losjes uit de mouw, terwijl ook zijn rechterhanden Steve Van Zandt en misschien nog meer Nils Lofgren hun kunnen toonden. Soms was het rock-‘n-roll van de simpelste soort (de cover van Shout van The Isley Brothers was een feestje), dan weer folk waarbij het lieflijke van de viool, accordeon, grote trom en banjo in schril contrast stonden met het onderwerp (Death To My Hometown) of de grotestadsrock van Because The Night. Altijd was het muziek.

Als u erbij was, begrijpt u waarschijnlijk wat we bedoelen. Indien niet, dan hopen wij een greintje van wat wij hebben gevoeld te hebben overgebracht en leest u dit nu met spijt in het hart. Hoe dan ook, Bruce Springsteen & The E Street Band was muziek zoals muziek hoort te zijn: recht uit het leven, naar believen in te passen in je eigen leven.


July 11, 2016
Patrick Van Gestel