Gabriël Rios
Tropische temperaturen in een kille zaal
Vorst Nationaal, Brussel — 22 december 2007
Op 22 december stond Gabriël Rios , de Puerto Ricaan met vaste voet op Vlaamse bodem, in één van de grootste zalen van ons land: Vorst Nationaal. Hij kwam er 'Angelhead' voorstellen, maar putte daarnaast uit zijn intussen aanzienlijk breed repertoire. Het resultaat was een uitstekend, twee uur durend concert. Alleen jammer dat de concertzaal van Vorst zelf bij momenten weerom als spelbreker figureerde.

Voor de aanvang van het concert waren er een aantal kanttekeningen te plaatsen bij het verband tussen Gabriël Rios en Vorst Nationaal. Ten eerste: de locatie. Vorst wordt bij uitstek bezocht door groepen die België meestal overslaan in hun tourschema, en die – bij schaarse momenten van goodwill – een dusdanige nationale en internationale volkstoeloop veroorzaken dat enkel Vorst of het Sportpaleis groot genoeg zijn. Rios behoort niet tot die klasse. Hij woont in België, treedt op in België, en dat zelfs met een zekere regelmaat. Waarom dan Vorst Nationaal? Ten tweede – en verband houdend met de eerste kanttekening - loopt de muziek van Gabriël Rios met haar subtiele, speelse en swingende temperament het gevaar verloren te gaan in de onpersoonlijke mastodont die Vorst is. En ten derde: de akoestiek. Wie naar Vorst komt, hoopt iets mee te maken dat slechts sporadisch voorvalt, maar moet er wel de erbarmelijke geluidskwaliteit van deze betonnen bunker bijnemen. Wederom: waarom dan Vorst Nationaal, als ons land zoveel zalen met een uitstekende akoestiek telt?Dat waren de vragen vooraf. De antwoorden lieten niet lang op zich wachten. Hoewel de bovenste balkons afgesloten waren, bleek al snel dat een optreden van Gabriël Rios zelfs op een barkoude decemberavond heel wat volk op de been brengt. De parterre zat goed vol, met uitzondering van enkele lege ruimtes waar danslustigen waar voor hun geld zochten. En dat kregen ze ook. Even over half negen priemde een breekbare, warme stem door de zachtblauwe duisternis waarin de zaal gehuld was. Gekleed in een stijlvol, strak grijs maatpak verscheen Rios moederziel alleen met een uiterst sobere, vocale versie van de ‘First ever version’ van Baby Lone Star. De vraag of Rios zich met Vorst kan meten, werd meteen van tafel geveegd. Compromisloos en met een overdosis aan presence trok hij de zaal naar zich toe. Ook voor de daaropvolgende nummers putte Rios uit de ep 'Morehead'. Zijn uitgeklede versies van Hendrix’ Voodoo Chile en van de Jungle Book-klassieker I Wanna Be Like You toonden tot wat voor een begenadigd performer hij intussen is uitgegroeid.
Met The Boy Outside werd een nieuw hoofdstuk geopend. Rios werd vergezeld van de band die hij al jaren trouw aan zijn zijde houdt, en die aanpak loont. Zo intiem als de eerste nummers waren, zo explosief klonken Las Cavaleras, Let it go of Ghostboy. Het feilloze samenspel en de intense cohesie tussen drums en percussie stuwden Vorst genadeloos vooruit, aangevuld door een driekoppige blazerssectie die elk nummer optilde naar tropische temperaturen. De akoestiek werkte echter niet altijd mee, en de betonnen wand kaatste de basdrums bij momenten zo hard terug dat de dansritmiek van het publiek in het honderd werd gestuurd.
