The Slow Show - Meesters van de ingehouden spanning

, 2 juli 2018

De platen van The Slow Show passeerden nagenoeg onopgemerkt. Nochtans zijn zowel ‘White Water’ uit 2015 en ‘Dream Darling’ van dit jaar pareltjes. De Rotonde van de Botanique was dan ook te klein en volgepropt met fijnproevers die de band wel in het hart hadden gesloten.

Zeker wie er vorig jaar bij was op 15 november 2015, heeft Rob Goodwin en zijn maten een speciaal plekje in het hart toebedeeld. Toen, amper twee dagen na de aanslagen in Parijs, speelde het vijftal in deze zelfde Rotonde een concert dat mede daarom onvergetelijk was.

Ook nu startte het concert in een sacrale sfeer terwijl de politie buiten enkele straten om God weet welke reden had afgesloten en de blauwe zwaailichten reflecteerden in de plassen van de straten van Sint-Joost. Het was het instrumentale slotnummer Bricks uit de laatste plaat, dat voor deze sfeerzetting zorgde.

Pas daarna besteeg de band het podium om met Strangers Now en Breaks Today meteen alle kaarten op tafel te leggen: de sfeervolle piano van Frederik ’t Kindt (jawel, Belgische roots!), de meestal ingetogen drumslagen van Chris Hough, de subtiele bas van James Longden, het fragiele gitaarspel van Joel Byrne-McCullough en natuurlijk het belangrijkste wapen van de band, de diepe, Tom Smithachtige stem van Rob Goodwin. Daarover legde een extra trompettist een warm patine van koper.

Na het openingsduo mocht het wat steviger met Augustine en het podium baadde meteen in warm geel en rood. Wat opviel was dat Goodwin de spots ook aan zijn bandleden gunde. Hij zong vaak hurkend zodat enkel de eerste rijen hem nog konden zien en zijn band meer aandacht kreeg.

Natuurlijk kwam The Slow Show dit keer vooral zijn laatste album voorstellen en we kregen het meteen integraal, maar tussendoor zat er ook nog veel uit ‘White Water’, dat met negen songs ook meer dan behoorlijk vertegenwoordigd was. Vier ervan zaten vooraan in de set. De rest werd opgespaard voor de lange bisronde. Ook Hopeless Town, dat tussendoor als single uitkwam, werd gespeeld.

Vooraf vreesden we dat een lange set op den duur wat eentonig zou worden. The Slow Show blinkt namelijk niet meteen uit in variatie. Maar die vrees bleek ongegrond. De band toonde zich meester in de ingehouden spanning en wist met kleine verschuivingen in volume en instrumentarium toch de aandacht vast te houden. Vooral in Lullaby en Brawling Tonight speelden ze volop de kaart van de subtiliteit door de drums achterwege te laten. Ook Lucky You, Lucky Me, dat door de aanslagen in Parijs aan inhoud won, was subliem subtiel.

Anderzijds kregen we steviger nummers als This Time en kon er zelfs gedanst worden op Flowers To Burn en zeker Bloodline, dat nog een extra Belgische toets kreeg door Wim, de extra inlandse trompettist, en het koor aan Belgische stemmen dat opklonk uit het publiek in een meezingmoment.

En dan waren er ook nog de kleine verhalen die Goodwin tussendoor vertelde. Zo leerden we dat Dry My Bones gaat over in je eentje gin drinken. Dresden vertelt dan hoe Goodwin voor het eerst door Europa tourde en ontdekte hoe heerlijk excessen en hedonisme smaken. En Brawling Tonight gaat over een man die tegenover zijn zolderappartement in Manchester woonde en elke dag in een oud trainingspak kung-fu-bewegingen kwam doen op de stoep.

The Slow Show bewees in de Botanique dat ook een band, die het niet moet hebben van grote gebaren en van pijn vertrokken mimiek, kan boeien. Goodwin had niet meer nodig dan zijn grafstem, gesloten ogen en minieme gebaren zoals het frunniken aan zijn halskettinkje om het publiek aan hem te binden. The Slow Show liet de songs voor zich spreken en die klonken perfect.

19 november 2016
Marc Alenus