The Lumineers - Muilen in een schrale kroeg

, 2 juli 2018

Enkele jaren geleden verrasten The Lumineers ons met geweldige optredens op Rock Werchter en het Koninklijk Circus, waarin aanstekelijkheid en vrolijke ongedwongenheid elkaar perfect in het midden sneden. Anno 2016 moeten ze bewijzen dat ze geen eendagsvlieg zijn, en hoewel men zou kunnen argumenteren dat The Lumineers bij plaat nummer twee min of meer gelijkaardig klinkt als bij plaat één, opperen wij dat meer van iets goeds ook nog altijd goed blijft. En we staan daar precies niet alleen in, want het was al lang geleden dat we een publiek nog zo uitbundig -tevergeefs- om een tweede bisronde hoorden schreeuwen.





De belangrijkste reden om naar de AB af te zakken: de niet afhoudende regenwolken verdrijven. Ook al is de lente nog ver weg, de zomerse folk van The Lumineers leek ons een ideale gelegenheid om toch een beetje zon binnen te laten. Dat lukte al meteen met een mooi opzwellend Sleep on The Floor, en de oldschool vibe in Cleopatra zette meteen de toon voor het feestelijk gevoel dat de hele avond zou overheersen. Ook Ophelia, de knallende eerste single van nieuwste plaat 'Cleopatra', is zo'n vat vol vrolijkheid die zelfs de meest deprimerende begrafenis zou opleuken.



Dankzij de veelzijdigheid van de songs ging het optreden nooit vervelen: The Lumineers gaan met een vingerknip van een door merg en been snijdend luisterconcert, zoals in Dead Sea of het angstaanjagend mooie Slow It Down, naar uitbundige songs die zich perfect lenen tot een walsje: tijdens hitsingle Hey Ho en Submarines werd er tot ver op de achterste rijen gezongen en gedanst. Flowers In Your Hair klonk dan weer net iets teveel als hun grote voorbeelden Mumford & Sons. Het feestelijke Big Parade begon zoals een oude VCR-speler die een cassette op dubbele snelheid afspeelt, maar dan zonder de stem die uit Knabbel & Babbel geplukt lijkt. Die aanpak werkte niet, maar gelukkig mondde de song halverwege toch nog uit in een uitgelaten volksbal.



Een belangrijke troef van The Lumineers is zanger Wesley Schultz. Die kan entertainen, maar met mate, en vooral, hij beschikt over het soort stem dat een publiek van bij het eerste octaaf het zwijgen kan opleggen. Onder meer het intense My Eyes plaatste de indrukwekkende stem van Schultz in de schijnwerpers. De man klinkt zoals hij op het podium staat: zelfverzekerd en vol overtuiging, maar toch met een diep, sombere tint in de achtergrond.



Nog een argument waarom The Lumineers meer zijn dan een zoveelste folkbandje die in de slipstream van de familie Mumford zijn graantje probeert mee te pikken: de onbevangen nonchalance waarmee de heren en dame op het podium staan, en die ook continu doorschemert in de teksten. "You told me I was like the Dead Sea / You'll never sink when you are with me / I was born to be, be your dead sea" in Dead Sea klinkt alsof het een levenswijsheid van de Bond Zonder Naam is, maar gezongen door Schultz krijgt het een aangenaam tongue in cheek randje mee. Andere songs hebben de opbouw van een grappig luisterverhaal: zo is Classy Girls een goede les voor wie al eens tevergeefs iemand heeft proberen te muilen in een schrale kroeg.



Als tijdreizen bestaat, dan komen The Lumineers ongetwijfeld uit ver vervlogen tijden, toen er nog met grammofoonplaten gewerkt werd en niemand ooit van Spotify gehoord had. Dat zie je aan hun retrokostuums, maar je hoort het ook hun folk met ballen die het beste gedijt in een bruine Amerikaanse kroeg met een versleten piano naast de toog.



Dat ze de cover Ain't Nobody's Problem van Sawmill Joe brachten zonder microfoonversterking (een truukje dat onder meer The National eerder al met overdonderend succes toepaste), en dat Schultz halverwege vroeg om toch vooral smartphones en fototoestellen weg te steken, bevestigt ons vermoeden: The Lumineers zijn old souls. En zo kreeg een optreden dat bol staat van de opzwepende folk waar het vrolijk kampvuurzingen op geblazen is, toch een overweldigende nostalgische gloed mee.

30 april 2016
Filip Van der Elst