The Libertines Bijna schattig

Ancienne Belgique, Brussel
The Libertines

Met het prima bewijsmateriaal ‘Anthems For Doomed Youth’ vorig jaar onder de arm konden we het al vermoeden, maar na hun twee passages in Ancienne Belgique kunnen we het ook bevestigen: The Libertines zijn herboren. Pete Doherty zou afgekickt zijn en wij zagen in AB (wij waren bij de tweede show) niets om daaraan te twijfelen.



Pete Doherty en zijn kompaan Carl Barât waren zelfs braaf. Goh ja, er was die keer dat Doherty een pint ad fundum binnenkapte, maar dat deed hij ook maar één keer. En er was die keer dat hij baldadig zijn microfoonstatief onderuit stampte, maar dat was helemaal op het einde van de show toen hij zijn laatste woorden gezongen had. Of die keer dat hij zijn gitaar onverwacht en nogal ongericht naar de roadie wierp. Maar die kleinigheden even buiten beschouwing gelaten deden The Libertines gewoon wat van hen verwacht werd: steengoeie muziek spelen.

Aangezien het hun meest recente plaat is, werd er geregeld uit ‘Anthems For Doomed Youth’ getapt en daar hoeft niemand rouwig om te zijn. ‘Anthems’ is een uitstekende plaat, maar er zijn wel betere en strakkere openingsnummers te vinden dan Barbarians dat een beetje voor een valse start zorgde.

Het enige smetje op een verder knappe set, want vanaf The Delaney was ook het publiek helemaal mee en bij Heart Of The Matter werd het ook meteen duidelijk dat ook het nieuwe werk stevig omarmd werd door de fans: het nummer werd woord voor woord meegezongen. Horrorshow was de raket waar de AB op kon ontploffen en Boys In The Band was dynamiet in je achterwerk. Er werd gemoshed dat het een lieve lust was.

Het middenstuk echter, was duidelijk gereserveerd voor het rustigere werk, de songs waarmee Doherty en Barât bewezen dat ze, als ze dat zouden willen, perfect een luisterplaat zouden kunnen maken. What Katie Did bijvoorbeeld is een klassieker die zonder schroom naast het beste van The Kinks kan gaan staan, Anthem For Doomed Youth en het van een streepje reggae voorziene Gunga Din zijn nieuwe klassiekers en The Man Who Would Be King bleek een meezinger van formaat.

Het nummer dat echter met de meeste pluimen ging lopen was You’re My Waterloo, een nummer dat werd ingezet met Carl Barât aan de piano en een zeer beheerst zingende Doherty aan de andere kant van het podium, met zijn akoestische gitaar om de hals. Nummers als deze en What Katie Did bewijzen dat dit tweetal elkaar sterker maakt. Meer nog: dat het de beste songschrijvers van hun generatie zijn, zolang ze maar bij elkaar blijven. Het zijn vrienden, ondanks de problemen in het verleden. Het is bijna schattig, zoals ze vaak met z’n tweeën in dezelfde microfoon zingen.

Net op tijd wordt het gaspedaal weer diep ingeduwd met Death On The Stairs, Time For Heroes en een ontzettend luid slotakkoord met The Good Old Days. Het is ook pas nu dat de eerste crowdsurfers uit het publiek dienen te worden gehaald.

De lichten gaan uit en blijven lang uit, ondanks luide aanmoedigingen van het publiek. Na ruim vijf minuten keert de groep dan toch nog terug uit de coulissen waarna ze nog het mooie Music When The Lights Go Out brengen, een opwindend What A Waster en Don’t Look Back Into The Sun om de boel af te sluiten.

Valse noten waren er bijna niet, Doherty zong de meeste van zijn teksten verstaanbaar en liet de pinten bijna helemaal voor wat ze waren en dat loonde: The Libertines maakten een grootse indruk. Het was misschien minder vuil en onvoorspelbaar, maar dat maakte de show muzikaal wel evenwichtiger.

Er was een tijd dat we durfden te wedden op hoelang Doherty het nog zou uitzingen, maar deze jongen zit goed in zijn vel. Nog wat handjes schudden met het publiek, een diepe buiging met de groep om dan finaal de coulissen in te duiken. Hopelijk moeten we deze keer geen tien jaar wachten op nieuw werk.


March 6, 2016
Geert Verheyen