The Killers - De nieuwe Messias

Sportpaleis, 6 maart 2018

Hebt u ‘Wonderful Wonderful’, de vijfde langspeler van The Killers, al gehoord? Afgaande op de lauwe respons op de nieuwe nummers, die in het Sportpaleis als een verplicht nummertje de revue passeerden, klaarblijkelijk niet. Maar dat mocht de pret niet drukken: The Killers boeide gemakkelijk twee uur lang, al kwam dat dan vooral door een gretig gebruikte back catalogue en het fenomeen dat Brandon Flowers heet.

Als er steeds minder grote rockbands overblijven, dan is het aan nieuwe goden om een worp te doen naar de grote arena's. The Killers probeerde het Sportpaleis te veroveren en slaagde daar goed in, maar stootte wel op een moeilijk onder de mat te vegen probleem: het nieuwe materiaal – grosso modo alles van de laatste twee albums – is simpelweg niet zo goed als de hits die de band in de beginjaren bij elkaar schreef.

Single en openingsnummer Run For Cover had wel een potige conclusie en het funky The Man klonk vooral hilarisch over-the-top arrogant. Zanger Brandon Flowers kon je voordien al moeilijk beschuldigen van valse bescheidenheid, maar nu begint hij ook in zijn teksten steeds meer op Howlin’ Pelle Almqvist van The Hives te lijken. Niemendalletjes als Tyson vs. Douglas en The Calling hadden minder pit in zich en zijn we nu alweer vergeten.

De grens tussen meezingbare, goed getimede bombast en overdreven pathos blijkt bij The Killers flinterdun. Klassieker All These Things That I’ve Done zit aan de juiste kant van het spectrum met de nu ook niet zo filosofische slagzin als “I got soul, but I’m not a soldier”, als goede meezinger. Maar de opbouw in Runaways is zo generisch en voorspelbaar dat het lijkt alsof Flowers anno 2018 vooral probeert om oude succesformules nieuw leven in te blazen.

Dan liever Read My Mind, For Reasons Unknown en natuurlijk het magische Mr. Brightside, stuk voor stuk sethoogtepunten die amper ouder zijn dan het doelpubliek van Studio Brussel. Geen wonder dat de zaal toch vooral uit twintigers en prille dertigers bleek te bestaan.  

Stiekem denken we dat Brandon Flowers zichzelf als de nieuwe Messias ziet. “He doesn’t look a thing like Jesus”, zingt hij in het epische When You Were Young, maar het is alvast niet omdat hij niet probeert. Een Jezus met een puik stemgeluid dan wel, want ook dat moet gezegd: hoeveel pirouettes hij ook op het podium draaide, het leek geen impact te hebben op zijn impressionante klankkast.

Flowers wil wel meer mensen zijn. In het op en top Amerikaanse Miss Atomic Bomb ontwaarden we de contouren van Bruce Springsteen, wiens geest ook al over andere liedjes van The Killers dwaalt, maar hier helemaal de bovenhand neemt. The Killers is misschien een beetje hoe The Boss zou klinken als hij in Las Vegas had gewoond of als hij op zijn minst in thuisstaat New Jersey wat meer tijd in gokstad Atlantic City had doorgebracht: minder blue collar, meer glitter & glamour. In de bisronde liet Flowers dan weer zijn innerlijke Elvis Presley op het publiek los, toen hij op het podium verscheen in een glitterpak waarin hij stante pede het verkeer kon gaan regelen op de Schijnpoortweg. 

Wij begonnen spontaan te gniffelen, toen Flowers voor de elvendertigste keer pseudo-sensueel over het podium schreed. Maar anderzijds verveelde de man geen seconde. Flowers slaagt er als geen ander in om een pretty boy-typetje neer te zetten die backstage eerst zijn haar goedlegt voor hij zijn bandmaten een knuffel geeft. Overgoten met een flinke scheut feelgood zelfvertrouwen brengt het een hoog entertainmentgehalte met zich mee. De flegmatieke trots, waarmee hij meermaals liet weten dat de band afkomstig is uit “fabulous Las Vegas, Nevada”, houdt je constant in verbazing. Meent hij dat nu allemaal echt? Eigenlijk willen we het zelfs liever niet weten.

7 maart 2018
Filip Van der Elst (Foto's: Rob Loud)