The Japanese House + Berg Flirten met gitaar en elektronica

Trix, 1 mei 2017
The Japanese House + Berg

Het was ladiesnight in Trix. Met Berg en The Japanese House kregen we twee bands met een frontvrouw. En beide bands hadden nog meer gemeen.

Ze was blij om te mogen openen voor The Japanese House, Sielke De Mulder van Berg. En ze deed dat goed, deze jonge zangeres-toetseniste die je zomaar de deur van de buren zou kunnen zien buiten stappen. Alleen de glitterkousen, die boven haar mannenschoenen uitstaken, verraadden enige artistieke aanleg.

Samen met haar mannen bracht de sympathieke krullenbol een mix van indie, elektronica en synthpop; ongeveer dezelfde mix als de hoofdact dus, maar dan wel met een  jarentachtigtoets (de versie van Paul Youngs Come Back And Stay) en af en toe, zoals in Justin, borrelden uit de synthetische klanktapijten niet alleen kringelende gitaren maar ook een funky groove naar boven.

En daar genoot de goed volgelopen Trix van; want zo heel ver liggen Berg en The Japanese House qua sound niet uit elkaar, al klonk de hoofdact toch een pak dreigender en meer androgyn. Dat frontvrouw Amber Bain zich ooit uitgaf voor een jongetje, leek ons op basis van de foto’s vooraf onbegrijpelijk, maar de outfit (een zwart T-shirt, een slecht afgesneden jeansbroek met daarover een afgewassen denim jasje) en het nauwelijks opgemaakte gezicht plus de manier waarop ze dat flesje Vedett soldaat maakte, legden een paar mannelijke trekjes bloot.

Bovendien werd de stem van Bain, zoals steeds, vervormd door een vocoder waardoor je met de ogen dicht niet altijd kon uitmaken of er nu een man of een vrouw zong. Maar dat stoorde allemaal niet. The Japanse House werd terecht door de BBC getipt voor hun sound van 2017, Amber Bain overtuigde eind vorig jaar al eens in de Botanique en ze bracht onlangs nog maar eens een prima single uit. Die is de voorloper van de binnenkort te verschijen ep, de vierde dus in twee jaar tijd.

Velen volgen haar, net als wij, al sinds Cool Blue of zelfs al vroeger. Getuige daarvan de vele fanshirts en de meezingende fans, die zich lieten gaan van “oudje” Clean tot recente hit Face Like Thunder, dat de set afsloot. In thuisland, het Verenigd Koninkrijk, vult ze al zalen van meer dan duizend man en het is maar kwestie van tijd vooraleer ze dat ook hier zal doen. Als Imogen Heap in 2006 een indie wereldhit kon scoren met Hide And Seek, moet deze jongedame tot nog grootsere dingen in staat zijn, want wij hoorden allemaal songs, die daar met gemak aan konden tippen.

En Bain was in vorm. Er kon geregeld een lachje af, ook al klinken haar songs meestal als de zindering net voor een zomers onweer. In Pools To Bathe In simuleerde de toetseniste zo’n bui, maar meestal waaiden de dreigende wolken gewoon over. En er mocht ook al eens iets mis gaan. Zo kondigde Bain Sugar Pill verkeerd aan en ging de outro van dat nummer de mist in door een foutje in de communicatie met haar drummer. Toch veranderde het gezicht van de frontvrouw nooit in een donderwolk.

Knap was hoe Bain speelde met gitaar en elektronica en zo veel facetten van zichzelf toonde. Good Side In startte zo met een kabbelend gitaartje, trok dan even naar de dansvloer, maar zweefde vervolgens op gitaartokkels toch weer terug naar de zijkant. Met Leon, gebaseerd op de gelijknamige film van Luc Besson, toonde Bain haar lieflijkste kant, maar het was pas in het zomerse Saw You In A Dream dat ze het waagde volledig zichzelf te zijn, de vocoder uit te zetten en de pastelkleurige gitaar om te gorden.

Bain bespeelt haar gitaar trouwens op geheel eigen wijze. Ze is linkshandig, maar speelt op onaangepaste Fenders, dus heeft ze de dunste snaar bovenaan. Dat weerhoudt haar er niet van het instrument volledig te beheersen. Voor Letter By The Water  gebruikt ze steeds een Fender Mustang uit 1976. De donkere body past perfect bij de duistere lyrics: “Current come pull me down / I won't take a breath, I wanna drown.”

Maar eindigen deden we al dansend op het poppy Face Like Thunder. En Bain, die wisselde knipoogjes en lachjes uit met de band. Trix zat in haar zak.


2 mei 2017
Marc Alenus