The Dream Syndicate - It's gonna be alright
Botanique, 5 februari 2026
Met 'The Days Of Wine And Roses' had The Dream Syndicate zich al van een vooraanstaande plaats verzekerd in onze platenkast. Toen in 1984 de opvolger er dan kwam, was de beslissing snel genomen. Talloze keren toerde 'The Medicine Show' rond op de oude Philips in dat kamertje. Dit was geen rock, geen punk, geen blues, maar tegelijk allemaal weer wel. Veertig jaar later is de plaat opnieuw uitgebracht en tourt de band om die heruitgave onder de aandacht te brengen.
Maar The Dream Syndicate heeft in al die tijd ook niet stil gezeten. Daarna kwamen er nog heel wat platen, gemaakt met verschillende muzikanten, maar met frontman Steve Wynn wel als draaischijf. En dan hebben we het nog niet eens over de uitstapjes, die dezelfde Wynn maakte met The Miracle Three, Gutterball, The Baseball Project en talloze andere projecten, om nog te zwijgen van zijn solowerk, dat hij op regelmatige basis kwam aanprijzen hier te lande.
Vandaar dat het eerste deel van de show volledig gewijd werd aan wat The Dream Syndicate onder die naam in de eenentwintigste eeuw had uitgebracht. En ook al was het vooral dat andere deel, waarop het publiek zat te wachten, dan nog was ook het enthousiasme voor dit werk (“The Twenty First Century Schizoid Dream Syndicate, zeg maar”, in Wynns eigen woorden) echt wel groot. Ook de band zelf met in de rangen vaste waardes als drummer Dennis Duck, bassist Mark Walton, jonkie Jason Victor (“Hij zat in zijn kamer naar Kiss-albums te luisteren toen 'The Medicine Show' uitkwam”) op leadgitaar en onverwachte (hoewel, hij was al en route geweest met Wynn solo) gast Chris Cacavas (ex-Green On Red) op toetsen.
Het recept voor de latere songs was gelijkaardig gebleven. Ook daar werden dubbele gitaarsolo's binnengesmokkeld (Filter Me Through You) of werd wat als een introspectief nummer leek te beginnen, uitgebrouwd tot een massieve gitaarmuur (How Did I Find Myself Here). Dat Cacavas niet zomaar werd ingelijfd, bleek uit een song als Black Light, dat draaide rond een donkere toetsenriedel en zich tot onze favoriet van het eerste stuk kroonde.
Waar het eerste deel werd ingezet met Roy Orbisons In Dreams, was het Miles Davis' Rated X die de hoofdmoot van de avond aankondigde. Als ware het om te zeggen dat het er niet eenvoudiger op zou worden. Wynn liet tussendoor weten dat ze niet de intentie hadden om de plaat te spelen in de volgorde dat ze werd uitgebracht, maar eerder zoals de band ze in 1984 zou gebracht hebben. Daarbij haalde hij ook nog herinneringen op aan Futurama, het festival dat in die tijd in Deinze werd georganiseerd, en waar Wynn “lange gesprekken met Tom Verlaine voerde”.
Wel was het Still Holding On To You waarmee de tweede set werd ingezet, maar songs als Bullet With My Name On It, Armed With An Empty Gun en absoluut pièce de résistance John Coltrane Stereo Blues veranderden van plaats. Voor de fans had het allemaal weinig belang. Er werd volop gezwelgd in nostalgie en gulzig meegezongen en geheadbangd, terwijl de band zich duidelijk amuseerde, elkaar uitdaagde en Wynn en Victor als gimmick zelfs de handen over de nek van andermans gitaar lieten fladderen. Het droeg allemaal bij tot de fantastische sfeer die de orangerie van de nodige energie voorzag. Opvallend was ook dat de toetsen van Cacavas echt wel aanwezig waren in de oudere songs. Dat werd nog eens onderstreept in de bisronde, toen Tell Me When It's Over werd ingezet met een krachtige toetsensolo.
In diezelfde bisronde werd tot tweemaal toe gepoogd om ook Halloween te brengen, maar dat liep twee keer vast op discrepanties in akkoordenschema's, waarover duchtig, maar vooral ook luchtig werd gediscussieerd op het podium. Geen nood, met Boston hadden ze nog een publieksfavoriet achter de hand.
“It's gonna be alright”, werd, naar verluidt, aanvankelijk overwogen als titel voor John Coltrane Stereo Blues, maar te licht bevonden. Voor deze avond konden wij nochtans geen betere omschrijving bedenken.

