The Divine Comedy - Geen gewone kantoordag

Paradiso Amsterdam, 21 oktober 2019

The Divine Comedy</b> - Geen gewone kantoordag

Op één van die dagen die historisch zouden worden in de apotheose van het Brexit-proces, maar het dan toch weer niet werden, speelde de Noord-Ierse band The Divine Comedy in het Amsterdamse Paradiso. “Don’t mention the B-word”, grapte frontman Neil Hannon, zich verontschuldigend voor de complete chaos in het Verenigd Koninkrijk. De band, die dit jaar het dertigjarig bestaan viert, zal later nog wel eens terugdenken aan de tijd dat je op Europese podia kon spelen zonder een immense papierwinkel aan de douane te hoeven presenteren.

Na het prima voorprogramma Man And The Echo, dat ons in de verte deed denken aan Arctic Monkeys, trad The Divine Comedy aan voor een avondje plezier, waarmee de Brexit-ellende gelukkig snel werd vergeten.

Wij moeten bekennen dat we The Divine Comedy pas volgen sinds 'Foreverland', dat uitkwam in 2016. Toen zagen we het vehikel van Neil Hannon in 'Later With Jools' en waren we gecharmeerd van die dandy met die typisch Britse tongue-in-cheek-humor, verpakt in smaakvolle arrangementen. Hannon grossiert in synthpop met breed uitwaaierende instrumentaties. En in variété! Het is theatrale muziek, geserveerd met een vette knipoog. The Divine Comedy, dat is Monty Python, Yellow Submarine, Noël Coward, Doctor Who en stiff upper lip. Met teksten vol literaire verwijzingen, dubbele bodems en bon mots.

Ook het laatste album 'Office Politics', waarin de nine to five kantoorterreur op de hak wordt genomen, past in die traditie. Het podium van het lang niet uitverkochte Paradiso was voor de gelegenheid veranderd in een ouderwetse kantoorruimte. Als om te symboliseren hoe lang zo’n kantoordag kan duren, hing boven het podium een enorme klok, waarvan de wijzers stil stonden: het was negen uur en dat bleef het. Achter de in een oranje kostuum geklede Hannon stond een bureau met een antieke Philips-computer, waarachter hij bij tijd en wijle neerzeeg om iets onduidelijks te doen. De hoorn van de kolossale telefoon, die op één van de keyboards stond, bleek tijdens de ballroom swing van You’ll Never Work In This Town Again gevuld met rijst, zodat hij dienst deed als shaker. En om de meligheid compleet te maken kondigde Neil Hannon halverwege het optreden een “office party!” aan, waarop de zes bandleden een feesthoedje aangereikt kregen van de dienstdoende “office manager”, een roadie gekleed in stofjas en pet, die Hannon liet tekenen voor ontvangst van een aantal feestballonnen. Vervolgens werd het vrolijke At The Indie Disco uit 'Bang Goes The Knighthood' ingezet.

Er passeerden nog meer golden oldies, maar het nieuwe album domineerde de setlist. En hoewel die enigszins werd ontsierd door de experimentele ongein van The Synthesiser Service Centre Super Summer Sale en Infernal Machines, mochten de andere acht liedjes van 'Office Politics' er zijn. Hannon verontschuldigde zich (“We’re so damn polite!”) voor de hoeveelheid nieuwe nummers, maar het publiek vond het prima. Het waren stuk voor stuk fraai uitgevoerde liedjes, van het opgewekte Queuejumper, via publieksfavoriet Norm And Norma tot afsluiter When The Working Day Is Done.

Het gekke was dat daartussen een iets ouder nummer als het Beatlesque To The Rescue, op 'Foreverland' culminerend in een schitterende finale, live minder uit de verf kwam. De hoornpartijen werden nagebootst op een gitaar en de klassieke trompetsolo werd noot voor noot, angstvallig binnen de lijntjes, nagespeeld op een keyboard. Het zorgde voor een korte dip, die gauw weer vergeten was toen de band het feestje vervolgde met I Like (dat wel een songfestivalinzending leek, zo vaak werd de toonsoort gemoduleerd) en vooral de jubelende hit National Express uit 1998.

Tegen die tijd was de een beetje geforceerde kantoorhumor losgelaten en converseerde Hannon ontspannen met het Amsterdamse publiek, dat hem op handen droeg. Zo werd de toegift het ware hoogtepunt van het concert, met de drie oudjes Your Daddy’s Car, Songs Of Love en Tonight We Fly, die in pubsfeer akoestisch werden uitgevoerd, met de band verzameld rond één microfoon.

De makke van The Divine Comedy is dat het, zowel live als op plaat, weliswaar razendknap topentertainment is, maar dat het je niettemin nooit echt bij de strot grijpt. Door al die ironie dreig je soms te vergeten dat Neil Hannon een fantastisch songschrijver is, die grossiert in memorabele melodielijnen. Wat dat betreft kan hij ook zonder kantoorrekwisieten in de voetsporen van zijn jeugdheld Jeff Lynne treden. Dat scheelt weer ruimte in de vrachtwagen, als de apparatuur moet worden ingeklaard.

23 oktober 2019
Hans Croon