The Arcs Content

Ancienne Belgique, Brussel
The Arcs

Wie The Arcs een nevenproject noemt, heeft het aan de stok met Dan Auerbach. Voor hem is The Arcs even veel groep als dat andere groepje van hem. Het is een beetje zoals The White Stripes en The Raconteurs: Jack White zit in allebei en dat heeft zeker een invloed, maar verder zijn de twee zo verschillend dat ze eigenlijk niet te vergelijken zijn. En The Arcs was zo verrassend goed, zo levendig en zo veelzijdig dat we zonder schaamte kunnen zeggen dat onze eerste keer The Arcs beter was dan onze laatste twee keer Black Keys. 



En nog voor de eigenlijke show begonnen was, was het duidelijk dat het menens was. Het doek was neer en nog voor de start van de show werd daarop ARCS in grote witte letters geprojecteerd. Toen de show startte en het doek openging, kwam de groep niet op, maar zaten ze al klaar , in een halve cirkel om hun frontman. En de band was uitgebreid: er waren twee drummers waarvan er eentje ook kon bijstaan op gitaar, een bassist, een toetsenist, die ook gitaar kon spelen, en drie backingvocalisten? die gerecycleerd waren van het voorprogramma (Mariachi Flor De Toloache) en die respectievelijk ook mini-gitaar, viool en trompet speelden. En dan was er nog Auerbach zelf natuurlijk. Achter hen: een grote videowall met een andere visualisatie per nummer. Het mocht duidelijk iets kosten, maar het was dan ook mooi om te zien.

Dat de groep op de site van Ancienne Belgique in de genres blues, rock, funk en soul werd geplaatst verraadde al een beetje wat voor veelzijdig kleurenpalet The Arcs gebruikt. Er werd geopend met Stay In My Corner, het meest soulvolle nummer op de plaat ‘Yours, Dreamily’. En meteen daarna kregen we iets voor de kiezen dat niet eens op die plaat te vinden was. Het tweeledige Bad Girl/Dreamin’ was een lang en complex nummer dat frivole en psychedelische delen afwisselde. Ondertussen was Auerbach helemaal in zijn sas, want hij glimlachte zichtbaar, genoot en gleed – schreed - over het podium alsof het zijn hoogsteigen dansvloer betrof.

Er waren trouwens nog meer deuntjes te horen die niet op het debuut stonden. Voor My Mind, een soort van powerballad maar wat voor één, liet Auerbach zelfs zijn gitaar aan de kant staan en dat ging hem wonderwel goed af, tot het theatraal knielen op het podium toe. Een andere keer klonk The Arcs als een gospelgroep uit de jaren zestig (Chains Of Love), als Queens Of The Stone Age die Klaas Janzoons van dEUS even hadden geleend om de viool te doen krassen (de intro van Velvet Ditch) of als iets spookachtigs in Everything You Do (You Do For You). En zelfs als er een nummer was dat in eerste instantie wat minder wist te beklijven - Like A Ship bijvoorbeeld - kwam er dat moment dat Auerbach begon te soleren en het nummer alsnog de hoogte in wist te spelen.

Slechts één keer moesten we aan Black Keys denken en dat was bij Outta My Mind, een jammerlijke, eerste single omdat die de indruk gaf dat de tweede groep van Auerbach gewoon hetzelfde zou doen als de eerste, maar zonder de hits van de voorganger. Dat is dus niet zo, The Arcs zijn dermate veelzijdig en getalenteerd dat élk nummer beter klinkt dan de soms bleke versies op plaat en dat radiohitje Outta My Mind zelfs het minst goede nummer van de avond werd.

We gingen met gematigde verwachtingen richting AB en kwamen helemaal opgetogen terug. Van ons mogen The Arcs blijven en nog een plaatje maken. Dan Auerbach was, zichtbaar genietend van de bijval die hij kreeg van zijn publiek, helemaal content. En wij waren content dat hij content was.


November 10, 2015
Geert Verheyen