The Antlers - Om te koesteren

Het Depot, 25 april 2019

Twijfels doemden op bij het vernemen van het nieuws dat multi-instrumentalist Darby Cicci de band had verlaten. Maar in Het Depot bleek dat die twijfels overbodig waren.

Het was echt geen toeval dat net Tim Mislock door The Antlers werd opgepikt als voorprogramma. Hoewel diens muziek puur instrumentaal is, sloot ze gevoelsmatig mooi aan bij de emotierijke geluiden van de hoofdact. Met een elektrische gitaar, een loopstation en een stevige voorraad pedalen legde hij een sferisch klanktapijt neer, waarbij hij je letterlijk uitnodigde om ervan te maken wat je wilde en, indien gewenst, het zelfs te gebruiken als aanzet voor je hazenslaapje. Maar let wel: dit werd nooit saai. Mislocks ambient had evengoed rauwe kantjes als meeslepende lijnen. En dat alles werd geleidelijk aan opgebouwd. Al lang niet nieuw meer, maar wel met klasse gebracht.

Diezelfde Tim Mislock werd meteen ingezet als extra gitarist binnen de beperkte line-up, waarmee The Antlers het tienjarige bestaan van conceptplaat ‘Hospice’ kwam onderstrepen. Voor zover dat al nodig was, want dat album heeft zo stilaan een cultstatus bereikt. Niet alleen omwille van het onderwerp (de letterlijk dodelijke relatie tussen een verpleger en een patiënte), maar waarschijnlijk nog meer omdat songschrijver Peter Silberman nooit heeft willen ingaan op de vraag of de plaat nu al dan niet autobiografisch was. Mysteries spreken nu eenmaal tot de verbeelding.

Maar dan toch ook weer niet in die mate dat Het Depot tot de nok toe vol zat. Vooreerst werd de staanruimte ingenomen door stoelen en dan nog waren er heel wat plaatsen beschikbaar. Sold out? Nee, niet echt! Staan hoefde ook niet, want voor deze muziek mag je al eens gaan zitten. En het publiek hoorde de prachtige, uitgeklede versies van de liedjes ademloos aan, in die mate zelfs dat het er soms op leek dat het applaus eerder voorzichtig werd ingezet; alsof ze bang waren om de betovering te verbreken.

De derde tovenaar van dienst, naast Mislock (elektrische gitaar, effecten en achtergrondzang) en Silberman (zang en akoestische gitaar), was nog drummer Michael Lerner, die zich beperkte tot een enkele snare, die hij bewerkte met zijn handen, borstels en een occasionele paukenstok. Maar uiteraard was het vooral de stem van Silberman, die je bij de lurven vatte in Prologue en je tot aan de door Silberman solo gebrachte Epilogue in de ban hield, aangevuld met de prachtige effecten, die Mislock uit zijn set-up puurde. Een song als Sylvia sneed in deze sobere versie nog dieper dan het dat op plaat al doet en het kwartet Atrophy, Bear, Thirteen en Two zorgden voor een geladen stilte in de zaal, die zelfs het irritante meeneuriën van een fan achter ons niet kon doorbreken, alsof eenieder de eigen dood en/of relatie (of de combinatie daarvan) overpeinsde.

Dit had eigenlijk volstaan om de avond volmaakt te kunnen noemen, maar het trio keerde nog terug uit de coulissen voor een uitgebreide toegift met bijna-hit I Don’t Want Love voorop en het van huilende gitaar voorziene Surrender als hoogtepunt. Het publiek leek nog even te moeten bekomen van de hoofdmoot, want de aandacht leek zowaar te verslappen tot met Putting The Dog To Sleep toch nog een waardig einde aan een somber getinte, maar desondanks prachtige avond te maken.

Ook in deze vorm waren The Antlers imposant en wij kunnen dus enkel maar hopen dat hier nog een vervolg wordt op geschreven in de vorm van nieuwe muziek. Maar ook als dat niet het geval is, zal dit een avond blijven om te kosteren.

26 april 2019
Patrick Van Gestel (Foto's: Patrick Van Gestel)