Taxi Taxi, Isbells

Futloos parcours

Mattias Devriendt
Vooruit Kunstencentrum, Gent26 maart 2010

Dat Isbells voor elke concertzaal “succes gegarandeerd” betekent, was ook de Vooruit niet ontgaan. Een uitverkochte zaal staat echter niet altijd gelijk aan een wervelend concert, zo stelden we vast.


Barstensvol was de balzaal. De hele studentenbuurt leek wel verzameld in het Gentse cultuurmekka, en dat bewijst nog maar eens de populariteit van de band rond Gaëtan Vandewoude. Op hun eerste langspeler stond meteen een monsterhit en de band werd ook uitgenodigd op 10 jaar Duyster in de Ancienne Belgique, eind januari.

Taxi Taxi, Isbells

Allemaal prima, zo lijkt het. De Vooruit had dan ook gezorgd voor een opwarmertje in de vorm van het het Zweedse Taxi Taxi. De groep bestaat uit twee identieke vrouwelijke gezichten met een compleet verschillende haardos. Dat de meiden kunnen zingen, hoorde een doofstomme. Twee gouden stemmen namen het publiek gewillig mee langs songs die qua sfeer erg in de lijn van het hoofdprogramma lagen.


En toch kon deze support-act niemand écht boeien. Vocaal is de tweeling sterk, maar aan de songs is nog veel werk. Er waren geen duidelijke structuren en de nummers misten vaart, waardoor de ze nergens heen gingen en dan maar uitmondden in een onduidelijk gekabbel. Een goed concert is meer dan twee jonge keeltjes.


Isbells dan maar, en dat betekent zo stilaan “vier op een rij”. Frontman Vandewoude meldde vooraf dat hij zich wat ziekjes voelde en hoopte dat alles goed ging. Niet dus. De man kon dan wel zijn stem onder controle houden en de band werkte de plaatjes netjes af, maar meer was er niet te horen of te zien. 


Integendeel. De futloosheid waarmee het kwartet zijn plaat afhaspelde, sloeg over op het publiek, dat matige applausjes uitdeelde, wat wegdroomde en niet eens ontgoocheld bleek toen Isbells het na één bisnummer al op een lopen zette.


Een slecht optreden kan je het bezwaarlijk noemen, maar voor een uitverkocht publiek mag het toch eens iets meer zijn. Mooi dat de band ondanks de zieke frontman de zaal toch niet in de steek wou laten, maar iets meer bezieling had wel gemogen.


De band heeft slechts tien nummers, en als daar niets extra aan toegevoegd wordt – wat intensiteit, wat energie, wat intimiteit – dan kan je de plaat net zo goed thuis beluisteren zonder aan het einde met vermoeide benen te zitten.


Uiteindelijk werd het zelfs een beetje beschamend, toen Vandewoude krampachtig zocht naar de lyrics van I’m Coming Home. Terwijl ze aanwijzingen gaf en wat rondwees, enerveerde zangeres-keyboardspeelster Naïma Joris zich intussen het hele optreden lang al dan niet terecht over de kwaliteit van haar monitor, wat de beleving en de drive van de groep ook al niet ten goede kwam.


Zo werd deze passage van de band met het wondermooie debuut een futloze herinnering, die hopelijk na een volgende passage weggewist zal zijn.
← Terug naar overzicht