Swans - Een oefening in uithouding

, 2 juli 2018

In het opbod van bands, die een hoog volume brengen, moet er uiteindelijk altijd één de luidste zijn en SWANS neemt die rol graag op zich. Recentste album ‘The Glowing Man’ was op voorhand al aangekondigd als het laatste in de huidige line-up. De passage in de Botanique was dan ook de laatste keer dat ze de stevige, live reputatie waar konden maken. Met een tweeënhalf uur durende aanslag op de trommelvliezen deden ze dat ook.

De band rond het voorprogramma, de Zweedse Anna Von Hausswolff, was herleid tot een drietal. Om dan geen halfbakken versies van haar nummers te moeten spelen, besloot ze een geheel nieuwe set te componeren. Nu ja, geheel nieuw was het niet. De set opende met een cover van Tim Hardins If I Were A Carpenter. Getokkeld op akoestische gitaar met wat extra ondersteuning van haar gitarist, had dit nummer dezelfde soort intimiteit als pakweg The Stranger uit ‘The Miraculous’. Het nummer liep via een aangehouden akkoord op toetsen over in Källan Revisit, een bewerking van haar solowerk voor orgel ‘Källan (Prototype)’. Von Hausswolff bracht trage tonen op een mondharmonica over een drone van gitaar en synth waardoor een duistere sfeer werd gecreëerd.

Die sfeer zette zich ook door in Restless. Door het ontbreken van drums voelde dit abstracter en uitdagender aan dan haar recente albums. Met de zin “I’m Restless”, sneed Von Hausswolff a capella door het publiek heen, waarna het nummer langzaam werd opgebouwd tot een stevige wall of sound. Door het gebruik van een drumpad (en een serviesschotel die met een drumstick bewerkt werd) voelde het nummer tegen het einde als techno aan, maar dan wel techno met snedige gitaren en indringende orgels. 

Als het indrukwekkend klonk dat Anna Von Hausswolff met drie nummers een goede veertig minuten kon vullen, dan was de prestatie van Swans nog net iets straffer. In een set van tweeënhalf uur zaten slechts zes nummers waaronder monolitische stukken, die makkelijk het half uur overschreden. Thor Harris hield het enkele maanden geleden al voor bekeken om zich te concentreren op andere projecten en werd vervangen door een nieuw lid op piano en orgel. 

Het was die piano, die meteen opviel in opener The Knot. Op plaat komt het instrument af en toe, subtiel ingewerkt, voor, maar hier stond het nadrukkelijk in de mix (soms zelfs iets te). Gecoördineerd door Gira, vielen de verschillende instrumenten één voor één in om golven van geluid te vormen. Toen de drums voor het eerst te horen waren, klonken die als klappen die worden uitgedeeld. Zoals in de meeste van Swans’ langere nummers, doorliep ook deze song verschillende fases. 

Screen Shot week niet zo ver af van de versie op plaat en moest het live vooral hebben van, de punch die ze uitdeelden. Ook op het podium steunde het sterk op een bepaalde riff of groove, die lange tijd aangehouden werd en in intensiteit toenam. De Botanique had op voorhand aangekondigd dat het luider dan gebruikelijk kon worden, maar zelfs met oordoppen was dit soms oorverdovend (op een gegeven moment wees de decibelmeter 114 dB aan). De muziek was dan niet langer enkel te horen, maar had zijn effect op het hele lichaam.

Duidelijk was dat deze groep enorm goed op elkaar was ingespeeld. Op het podium was enorm veel concentratie te zien. De verschillende bandleden hielden vooral Gira in de gaten om te weten wat ze moesten doen. Die gesticuleerde vaak heel uitbundig terwijl Christopher Hahn en Norman Westberg (op respectievelijk lapsteel en gitaar) stoïcijns hun ding deden - ongeacht het volume dat ze uitstuurden. 

De zeldzame keer dat hij zich tot het publiek richtte, kondigde Gira aan dat het volgende nummer een nieuw idee was dat tijdens de soundcheck was ontstaan. The Man Who Refused To Be Happy werd vooral gedreven door een korte basriff en de drums. Ergens voelde dit nummer meteen vertrouwd aan. Zowat alle elementen, die erin voorkwamen, waren ook aanwezig in de andere nummers van de laatste twee platen ‘To Be Kind’ en ‘The Glowing Man’. Het toont aan dat Gira met deze line-up zowat alles heeft gedaan wat hij kon doen en dat het misschien inderdaad tijd is om er een einde aan te maken.

Tegelijk illustreerde het ook wel dat deze band steeds blijft verderwerken en evolueren, ook al zal het gros van dit gezelschap niet op de volgende plaat te horen zijn. Maar voor het zover is, moest duidelijk nog eens bewezen worden waar deze groep toe in staat was. Een concert van tweeënhalf uur is lang niet iedereen gegeven en met een band als Swans was dat voor zowel publiek als artiest een ware uitputtingsslag. Met The Glowing Man werd nog een laatste mokerslag (van bijna een half uur) uitgedeeld. Going out with a bang heet dat dan.

7 oktober 2016
Robbe Van Petegem