Steven Wilson Minder somber, even indrukwekkend

Ancienne Belgique, Brussel
Steven Wilson

Niemand die eraan twijfelde dat Steven Wilson de AB kon doen vollopen. De Brusselse concertzaal is de natuurlijke opstap na zijn passages in Trix en Arenberg in Antwerpen. Toch smeekte vooral de eerste set om de intimistische sfeer van een schouwburg. Maar er was een constante: Wilson en zijn band waren alweer indrukwekkend.



Wilson & Co begonnen al voor acht uur en de hele avond leken ze wel opgejaagd door de rigide deadline van half elf, maar dat was niet te horen aan de boven elke verdenking staande vertolkingen. Wie wil ontdekken op welk niveau de hedendaagse progrock opereert, moet naar Steven Wilson.

Het eerste uur was voorbehouden voor een integrale uitvoering van het lovend onthaalde ‘Hand.Cannot.Erase’. Wilson las in de krant over een vrouw, die twee jaar dood in haar flat lag voor iemand haar vond, en filosofeert op dit album over wat er gebeurd had kunnen zijn. Isolement en aliënatie keren steeds terug in zijn oeuvre.

Niettemin steekt deze performance kleurrijker en hoopvoller af tegen het erg sombere’ The Raven That Refused To Sing’. Natuurlijk blijft er voldoende miserie over, zoals ook een welbespraakte Wilson het publiek "‘geruststelde". Wat meteen duidelijk werd: het decor voor de hoekdelen was een troosteloze appartementsgevel met oplichtende ramen. Het leek wel alsof de ontwerpers van ‘The Wall’ en de Hitchcock van ‘Rear Window’ de handen in elkaar hadden geslagen.

Zowel visueel als muzikaal was het bitterzoete Routine het emotionele hoogtepunt van de eerste set. Toch bleef er een afstand tussen de aandachtige luisteraar en het verhaal. Debet hieraan waren het storende gebabbel en ge-sms van een stel Nederlandse concertgangers. Het doet je afvragen waarom ze de moeite genomen hebben om te komen. Om ermee te pochen op Facebook misschien?

Na de pauze was de grote zaal een geschikter arena voor de spectaculaire explosies van avant-garderock in Open Car, Index en Sleep Together. Als Bowie-ode werd het Porcupine Tree-nummer Lazarus gespeeld, dat toevallig over een karakter genaamd David gaat. Een verwijzing naar Bowies requiem Lazarus op diens ‘Blackstar’.

De nieuwe ep ‘4 ½’ kwam langs in verrassende gedaanten. My Book Of Regrets is een goede lap classic rock, gestut door fabuleus spel van bassist Nick Beggs, en zal live zeker nog groeien. Een nieuwe versie van de PT-klassieker Don’t Hate Me (van het doorbraakalbum ‘Stupid Dream’) heeft nog niks van zijn oorspronkelijke charme verloren.

De encores waren evenmin te versmaden. In Sound Of Muzak hoorden we drummer Craig Blundell (Pendragon, Frost*) lekker grooven. Marco Minnemann werd niet gemist. De melancholische poëzie van The Raven kreeg uiteindelijk de hele zaal stil. Wanneer dan een oorverdovend applaus losbarstte, genoot Wilson zichtbaar van het succes. Er zijn weinig artiesten die dat zo hard verdienen als de achtenveertigjarige Brit.     


January 25, 2016
Christoph Lintermans