Steve Gunn Drie boze Amerikanen

Steve Gunn

Wat doe je als je land een racistische misantroop heeft verkozen? In Het Bos was het antwoord woensdagavond duidelijk: muziek blijven maken. Tegenover het nieuws dat de nacht had gebracht, boden drie Amerikaanse bands, telkens met diepe wortels in de folkmuziek, weerwerk met hun gitaar.

Van de drie bands op het programma was 75 Dollar Bill ongetwijfeld de vreemde eend in de bijt. Hun set begon een open drone met een reeks (deels geïmproviseerde) blaasinstrumenten en verschillende belletjes. De steeds uitbreidende variaties werden daarna herleid tot de aangehouden grondtoon op een manier die deed denken aan het werk van modern klassieke componisten als La Monte Young.
De combinatie van blaasinstrumenten en noise ging over in gitaar en een houten kist, die dienst deed als oversized cajón, die ook de rest van de set zouden uitmaken. De aangehouden, percussieve ritmes vormden de basis voor de gitaar om een wereld van alternatieve folk te schetsen die reikte van Amerikaans primitivisme tot Toearegblues. Die houten kist was meer dan een gimmick. Eerder was het muziek, die tot de essentie was teruggebracht, om vandaar weer verder te gaan.
Nathan Bowels gooide het over een lichtjes andere boeg. Met banjo bracht hij muziek die onmiskenbaar uit de Amerikaanse folktraditie kwam. Het mag dan ook niet verbazen dat zijn set in Antwerpen zowel een cover van Ernie Carpenter als één van Jeffrey Cain bevatte. Die laatste, Moonshine Is The Sunshine, stond ook op zijn laatste plaat ‘Whole & Cloven’. Bowles is niet meteen het grootste zangtalent, maar weet met zo’n nummer wel sfeer te zetten. Bovendien ziet het eruit of Bowels' verfijnde banjospel ongelofelijk simpel is. 
Met opener Gadarene Fugue leek zijn set even af te stevenen op oeverloos geneuzel. Het nummer had maar weinig verhaal te vertellen. Elk River Blues zette dit gelukkig snel recht. Het was dan ook een pak simpeler in zijn structuur, maar net daardoor kon het veel beter een verhaal overbrengen. Het hoogtepunt was ongetwijfeld I Miss My Dog, een epos van ruim tien minuten dat vanuit een desolaat landschap langzaam op gang kwam.
De taak van Bowles zat er na zijn soloset nog niet op. In de band van Steve Gunn verzorgde hij de drums. Net als de twee vorige acts, liet ook Gunn duidelijk zijn ongenoegen blijken over de verkiezingsresultaten. Hij had niet meteen de juiste woorden klaar, “...but maybe there are no words that we can speak.” Wat hij met woorden niet kon zeggen, wist hij wel uit te drukken met de gitaar. Al met opener Way Out Weather leek het alsof de situatie hem ertoe aanzette om nog een tikje meer van zichzelf te geven. 
Sinds zijn laatste plaat treedt Gunn niet meer op als trio, maar is er ook een tweede gitarist bij gekomen. Soms werd de klank hiermee mooi uitgebreid, maar op andere momenten vormde dat toch net iets te veel van het goede. Tijdens Ancient Jules leek de tweede gitaar maar moeilijk te kunnen kiezen wat voor aanvulling er nodig was, waardoor het geheel nogal rommelig overkwam. Tijdens de bisronde werd dit nog eens geaccentueerd. De delicaatheid van Gunns akoestische gitaar werd in Wildwood doorbroken, terwijl Old Strange (dat Gunn alleen bracht) veel duidelijker sfeer kon scheppen.
‘Eyes On The Lines’ is ondertussen al een tijdje uit, maar het album domineerde zijn set. Tegenover de albumversies hadden veel nummers een extra lange intro gekregen, die meer speelde op texturen en klank dan op een bepaalde melodie; soms misschien net iets te lang. Zeker tijdens de solo’s in Park Bench Smile had het net iets meer to the point mogen zijn . Een schoonheidsfoutje, dat we Gunn graag vergeven, gezien hij zich nog altijd een meestergitarist en een ongelofelijk songschrijver toonde.

November 10, 2016
Robbe Van Petegem