Stephen Stills Sober

Ancienne Belgique, Brussel
Stephen Stills
Coke, Pills and Hash, zo wordt het legendarische ensemble Crosby, Stills and Nash ook wel eens genoemd. Karrevrachten illegale sedatieven, hallucinogenen en poeders van divers allooi laten natuurlijk hun sporen na, maar volgens de geruchtenmolen zou Stephen Stills voor het eerst sinds lang relatief clean op het podium staan. Benieuwd hoe dat klinkt.


Zonder veel poeha betreden Stills en zijn driekoppige band het podium en wordt Helplessly Hoping ingezet. Onmiddellijk daarna mag de band weer de coulissen in en neemt Stills de akoestische gitaar ter hand. Het wordt pijnlijk duidelijk dat Stills’ stem de hogere regionen absoluut niet meer haalt. Dat hij niet meer zo toonvast is, is een understatement. Toch geeft hij niet op en het is aandoenlijk hoe hij zich rond de hoge noten probeert te wurmen in 4+20 en Bob Dylans Girl From the North Country

Stills neemt de tijd om tussen de nummers door wat te vertellen, bijvoorbeeld dat het optreden in Parijs gisteren erg zwaar was en dat hij daarom een beetje hees is. “If I sound like this after one hard gig, what’s the use of staying sober” vraagt hij zich af. Nuchter zijn werpt wel degelijk zijn vruchten af. Stills is geconcentreerd en speelt bij momenten fantastisch gitaar: het is een demonstratie van snelle fingerpicking-techniek en het creatief gebruik van open stemmingen. 

Sober is het ook: Stills heeft geen show nodig. Hij heeft genoeg aan een gitaar en een handvol fantastische songs om het publiek te boeien. Blind Fiddler Medley is ronduit beklijvend; Stills’ afgeleefde stem roept herinneringen op aan Bukka White en doet denken aan Levon Helms laatste plaat. Ook klassiekers als Find the Coast of Freedom en Suite: Judy Blue Eyes gaan geen seconde vervelen. 

Na een korte pauze is het tijd voor het elektrische werk, en hier laat Stills vooral zijn Stratocaster zingen. Tijdens Tom Petty's Wrong Thing To Do worden we van onze sokken geblazen door de klank die uit die vier afgeragde tweed Fenderversterkers komt. Stills soleert dat het een aard heeft. Vergeet Clapton, Stills is God. Zelfs Neil Young zou op zijn tandvlees zitten bij de solo van Isn’t It About Time. Daarna verzinkt het optreden jammer genoeg in een bluesrock-routine en zelfs For What It’s Worth ontsnapt niet aan een vrij clichématig arrangement.

Jammer van de anticlimax. De helft van dit concert was machtig tot geniaal, de andere helft matig interessant tot vervelend. Moest Stills zich meer concentreren op songmateriaal dat past bij de gebreken van zijn stem, en zichzelf het gemak van bluesschemaatjes ontzeggen, kan hij in zijn nadagen misschien terug een hele grote artiest worden. Wil er alvast eens iemand Rick Rubin bellen?

November 8, 2008
Stefaan Van Slycken