Steely Dan

Terugblik op een indrukwekkende carrière

Fabian Desmicht
Vorst Nationaal, Brussel30 juni 2009

Steely Dan leverde in de jaren zeventig meesterwerk na meesterwerk af, en jazz kwam daarbij steeds nadrukkelijker naar voren. In Vorst profileerde de band rond Donald Fagen en Walter Becker zich meer dan ooit als jazzband. Het zittende publiek applaudisseerde na elke solo, terwijl onder Fagens Fender Rhodes een foto van Duke Ellington hing. En die hoorde dat het goed was.


Het Toon Roos Quartet mocht de spits van de avond afbijten met licht verteerbare, maar bezielde jazz. De geest van Chick Corea’s ‘Light As A Feather’ was daarbij nooit ver weg. Dat het kwartet op veel bijval kon rekenen van het publiek, zegt veel over de koers die Steely Dan de voorbije jaren is gaan varen.

Steely Dan
Fagen en Becker werden ook door de eigen band onthaald op een fijne portie jazz, en ze leverden een mooie terugblik op een “super fine career”, zoals Fagen de avond zelf omschreef. In lijn met het legendarische perfectionisme van de twee heren, bestond de groep ook nu weer uit de allerbeste muzikanten.
Met een sublieme soulversie van Reeling In The Years koos The Dan voor de verrassingsaanval, en dat werkte wonderwel, vooral door de glorieuze sound van het zangeressencorps en de vierkoppige blazerssectie. De overige nummers bleven daarentegen opvallend trouw aan de studioversies, met wisselend succes.
Maar hoe breed wij ook glimlachten toen we Bad Sneakers, Kid Charlemagne en Do It Again herkenden, telkens was onze teleurstelling moeilijk te onderdrukken. Bad Sneakers en Kid Charlemagne leden onder minder geslaagde arrangementen en in bisnummer Do It Again gingen we vergeefs op zoek naar de geïmproviseerde magie van het origineel.
De gevoelige soul van Babylon Sisters was dan weer ronduit indrukwekkend, en Aja was het onbetwiste hoogtepunt van de avond. De band bracht de delicate compositie met verve en benaderde moeiteloos de studioversie, die subliem werd ingespeeld door jazzgrootheden als saxofonist Wayne Shorter en drummer Steve Gadd.
Gedurende het hele optreden was Fagen de overduidelijke frontman en woordvoerder. Af en toe trad ook Walter Becker echter in de schijnwerpers, bijvoorbeeld met een geestig stukje spoken word tijdens Hey Nineteen. En op Daddy Don’t Live In That NYC No More nam hij zelfs op komisch monotone wijze de zang voor zijn rekening.
Parker’s Band werd dan weer vertolkt door de achtergrondzangeressen. Het gaf Fagen tijd om op adem te komen, en zorgde – samen met een erg gevarieerde setlist – voor dynamiek. 
Met merkbaar plezier en een warme sound wist Steely Dan zeker te overtuigen. Spijtig – o, ironie! – dat hun platen altijd zo verdomd perfect zijn. Want juist dat maakt bewerkingen en improvisaties toch altijd een tikje riskant.
← Terug naar overzicht