Sparks Om blij van te worden

Arenbergschouwburg, 7 juni 2018
Sparks

2017 stond voor ons in het teken van de terugkeer door de grote poort van de iconische formatie Sparks. Niet alleen prijkte hun drieëntwintigste studioalbum ‘Hippopotamus’ onverwacht helemaal bovenaan ons eindejaarslijstje, we kregen ook de gelegenheid om de groep nog eens live aan het werk te zien in ons land. Ook dat concert, in de Brusselse Ancienne Belgique, vormde een onvergetelijke ervaring en toen aangekondigd werd dat ze op donderdag 7 juni 2018 naar Antwerpen zouden afzakken, stonden we omzeggens alweer klaar om te vertrekken.

Want je moet het maar doen natuurlijk. Al sinds het begin van de jaren zeventig creëren de twee broers uit Californië hun eigen muzikale wereld, waarbij ze genres als glamrock, powerpop, synthpop, new wave, disco en elektronica door de mangel haalden en uitgroeiden tot een belangrijke inspiratiebron voor tal van artiesten. Onder meer Morrissey, Franz Ferdinand (met wie ze een aantal jaren geleden nog samenwerkten onder de naam FFS), Ramones, Depeche Mode, Def Leppard, Pixies en Arcade Fire zijn in min of meerdere mate schatplichtig aan Sparks. Maar dat ze ook anno 2017 nog altijd levendig en relevant zouden klinken en de concurrentie op een hoopje zouden spelen, was voor ons zowat de verrassing van het jaar.

Kiezen is altijd een beetje verliezen. Donderdagavond kon je in Antwerpen (meer bepaald in de Lotto Arena) ook naar een andere levende legende, Bryan Ferry begeleid door het Metropole Orkest, gaan kijken. Maar wij opteerden toch - voor het eerst in onze jarenlange geschiedenis als concertbezoeker - voor de Arenbergschouwburg in het stadscentrum. En we waren gelukkig niet alleen. Dat ‘Hippopotamus’ een dijk van een plaat is, werd meteen onderstreept door de gloedvolle opener van de show: What The Hell Is It This Time? Het meest recente Sparks-album is zonder meer een hoogtepunt in hun rijke discografie, getuige ook songs als Unaware, de hilarische titeltrack, het geweldige Missionary Position en het onweerstaanbare Edith Piaf (Said It Better Than Me), die later in de set aan bod kwamen.

Wie de groep voor het eerst live zag, was ongetwijfeld geïntrigeerd en gecharmeerd door de wisselwerking tussen de waardig ouder wordende, enthousiast dansende zanger Russell Mael en diens introverte, quasi afstandelijke broer Ron achter de toetsen. Al hadden we de indruk dat het grootste deel van het publiek uit diehardfans bestond vanavond. Niet verwonderlijk, want eens je een Sparks-concert hebt meegemaakt, geraak je eraan verslingerd. De hoofdingrediënten zijn en blijven na al die jaren: spitante teksten, de karakteristieke falsettostem van Russell, een ietwat theatrale performance en aanstekelijke melodieën aan de lopende band.

Aan afwisseling was er geen gebrek donderdag, want ook ouder werk stond op het programma en werd fel gesmaakt door de aanwezigen. Wij genoten vooral van At Home, At Work, At Play (uit ‘Propaganda’, 1974), het nog altijd sublieme This Town Ain’t Big Enough For Both Of Us (uit ‘Kimono My House’, 1974), het dansbare Tryouts For The Human Race en The No. 1 Song In Heaven (uit ‘No. 1 In Heaven’, 1979), maar evenzeer van bijvoorbeeld When Do I Get To Sing My Way? (uit ‘Gratitious Sax & Senseless Violins’, 1994) of geniale, meer recente songs als The Rhythm Thief en My Baby’s Taking Me Home (uit ‘Lil’ Beethoven’, 2002).

Kortom: een optreden met amper een dipje het vermelden waard, en het applaus na afloop was dan ook navenant. Deze topshow kon onmogelijk beëindigd worden zonder een paar welgekozen bisnummers, en die kregen we dan ook in de vorm van Change (uit ‘Music That You Can Dance To’, 1986) en het onstuimige Amateur Hour (nog een track uit ‘Kimono My House’). Een concert om blij van te worden, voor zover u dat nog niet was op voorhand.


8 juni 2018
Jan Vael