Sons Of Kemet + Jasper Hoiby Dansbaar Afrofuturisme

Rataplan, 3 juni 2017
Sons Of Kemet + Jasper Hoiby

But is it jazz? In het geval van de eerder naar de traditionele jazz neigende Jasper Hoiby (Phronesis) zijn we geneigd ja te antwoorden; in het geval van jong geweld als Sons Of Kemet zeggen we neen, maar what the fuck! 

Voor een langzaam binnendruppelend en hoofdzakelijk zittend publiek was bassist en componist Jasper Hoiby met zijn Fellow Creatures eerst aan de beurt.  Hij is een graag geziene gast in België en trad eerder al aan op een uitverkocht optreden Brussels Jazz Festival en op Leuven Jazz (samen met Shai Maestro). De Deense bassist had met drummer Corrie Dick, trompettiste Laura Jurd (beiden ook aan het werk bij het al even geweldige Dinosaur), saxofonist Mark Lockheart (Polar Bear) en de meesterlijke pianist Will Barry een geweldige reeks rasmuzikanten rond zich verzameld.

Met 'Fellow Creatures' was het opzet vooral om een breder geluid te laten horen met sterke input van de blazerssectie. Al snel bleek dat de groep zowel inzette op traditie (Folk Song), maar binnen het format van de compositie ruimschoots mogelijkheden had tot improvisatie. In een eerder bescheiden set liet Hoiby een erg sterke indruk na. De virtuoze Hoiby schitterde op contrabas, maar was vooral de spelverdeler van het geheel en liet niet na om zijn medemuzikanten - Barry soleerde soms fraai en ook Dick kwam er goed uit - te doen schitteren. De groep teerde maximaal op vrijheid, wat je kon horen in glorieuze versies van titeltrack Fellow Creatures of een uiterst knap en poëtisch kleinood als Little Song For Mankind.

In een korte, gebalde set liet Hoiby tussendoor verstaan dat de nieuwe nummers van het album geïnspireerd waren op Naomi Kleins 'This Changes Everything', wat onder meer duidelijk werd gemaakt in Song For The Bees, dat met zijn pulserend ritme en vrolijk zoekende sax- en trompetgeluiden de ideale voorbode was voor Sons Of Kemet. Dit was een energieke Fellow Creatures-band die uitdaagde en zich samen met het publiek de gelukzaligheid in speelde.

De Britse band Sons Of Kemet is één van die vele bands waarachter de werkelijk ongrijpbare saxofonist Shabaka Hutchings (Melt Yourself Down, The Comet Is Coming, Shabaka & The Ancestors) schuilt. In Sons Of Kemet speelt de in Barbados opgegroeide Hutchings samen met tubaspeler Theon Cross, percussionisten Tom Skinner (Melt Yourself Down, Floating Points, Mulatu Astatke) en Seb Rochford (Polar Bear), beiden op drums. Alleen daaruit kan je al opmaken dat deze groep groovet dat het geen naam heeft. Altijd feest, altijd prijs!

Al liet dat feest in Rataplan even op zich wachten daar er aanvankelijke wat technische problemen verholpen dienden te worden. Een immer goedlachse Hutchings en tubaspeler Cross deden voortdurend teken naar de geluidsman dat het omhoog moest. En dat bleek ook het kenmerk van de avond: optimistisch voorwaarts richting toekomst. De groep zwoegde, ploeterde en deed waarvoor het gekomen was: van de Rataplan een zweterige dansclub maken met Sons Of Kemet als onophoudelijk groovesystem, dat het publiek verbijsterde.

Met maar liefst twee percussionisten in de band staat het ritmische, dansbare centraal. Voeg daar nog een wonderlijke tubaspeler (Marshall) en een weergaloze stersaxofonist aan toe en je hebt het recept voor een uiterst bewogen en soms sensueel zwoel concert, waarin de groep continu naar zowel geschiedenis (Kemet is één van de eerst erkende namen uit het oude Egypte en de laatste Nubische koning heette niet toevallig Shabaka), muziekgeschiedenis (een stevige dosis Coltrane, de funky shots van Afrobeatvisionair Fela Kuti, de Ethiopische peetvader Mulatu Astatke, Count Ossie, Cedric Brooks) als de literatuur (Galeano, Pessoa, Octavia E Butler) verwees.

Sons Of Kemet zorgde in een danig opgehitste Rataplan voor zwierige, uiterst aanstekelijke, jazzy Afrogrooves met een wellustig Caraïbisch tintje. Er doken elementen van calypso op, maar evengoed reggae, marsbandmuziek, fanfare en meer. Dat de muziek sterk teerde op het percussieve, kon je onder meer horen in tracks als In The Castle Of My Skin (geïnspireerd door het gelijknamige boek van George Lamming), waarin Hutchings en zijn maats een statement maken pro diversiteit in het Verenigd Koninkrijk anno 2017, of het ronduit heerlijke Play Mass.

Alles tezamen zorgde de groep voor een werkelijk orgastisch hoogtepunt van een concert. Deze Afrofuturistische jazzpioniers met nog maar twee platen op het conto (het in 2013 uitgekomen 'Burn', waarin ze onder meer naar de klimaatproblematiek verwijzen en het recente 'Lest We Forget What We Came Here To Do', één van dé jazzalbums van 2015) maakten er een overdonderend feest van.

In geen tijd bracht Sons Of Kemet een uiterst gevarieerd publiek aan het dansen. De ongekend massieve sound was als een pletwals. Misschien zou je kunnen opmerken dat er betrekkelijk weinig ruimte was voor nuance. Maar voor straffe solospots was er gelukkig wel plaats; onder meer van de flexibele tubaspeler Cross die toch mee het uithangbord van Sons Of Kemet bleek te zijn.

Wat doe je als een schijnbaar op ontploffen staande tubaspeler er werkelijk alles uitperst, terwijl achter hem twee drummers van jetje geven en naast hem een boomlange saxofonist olijk zit verder te toeteren? Dansen, dansen, dansen dat het geen naam heeft. Up, up, up! Meer kon er menselijkerwijs niet van hen verwacht worden. Sons Of Kemet maakte  naam en reputatie meer dan waar. In anderhalf uur tijd veroverden ze de Rataplan. 

But is it jazz? Wel, eerder een uiterst aanstekelijke mix van global grooves met solide roots in de jazz. Een verbijsterd publiek nam kennis van een innovatieve en dansbare Afrofuturistische sound die zeker in een concertzaal als de Rataplan volledig tot zijn recht kwam. Of zoals iemand zich na het optreden liet ontvallen: Sons Of Kemet waren meer rock-'n-roll dan de line-up van Rock Werchter en straffer qua dansvibes dan Tomorrowland. 

Shabaka Hutchings staat met zijn Ancestors nog op Gent Jazz op 13 juli


4 juni 2017
Philippe De Cleen