Sonic City 2016 - Compromisloos

, 2 juli 2018

p.p1 {margin: 0.0px 0.0px 0.0px 0.0px; font: 11.0px Helvetica; -webkit-text-stroke: #000000} span.s1 {font-kerning: none}

Het ondertussen beproefde concept van Sonic City? Een welgekozen band mag een eigen weekendprogramma samenstellen. Onder meer Viet Cong, James Holden, Deerhoof en LIARS passeerden al de revue als curator. Ook Savages zorgde dit jaar in samenwerking met De Kreun voor een hoge concentratie aan uiteenlopende kwaliteitsacts.

Inga Copeland verscheen op onze radar door haar samenwerkingen met Dean Blunt. Beiden schaduwen, opgestegen uit de Londense underground, niet bekommerd met het opbouwen van een carrière of imago. Al dj’end manipuleerde Copeland donkere samples, zong daar af en toe bij, en stapte toen doodleuk het publiek weer in. Het geheel klonk geïmproviseerd en nonchalant op een goede manier. De meest memorabele momenten waren die wanneer gevaarlijke beats door de chaos braken en flarden songs passeerden.

Voor haar laatste album “Oh No” kreeg Jessy Lanza al schouderklopjes van Pitchfork. Met goed gekozen weerhaken weet ze zich te onderscheiden van de massa dromerige elektronica + zangeres-formaties. Noise, footwork-en discoinjecties hielden de songs fris. Als live-act zoekt Lanza nog maturiteit; de puzzelstukjes vielen niet altijd helemaal samen. Wat we hoorden was een charmante, vrijblijvende set.

Wat niet opging voor Bo Ningen. Straight from Japan, energiek en met een uit noise, psychedelica-en stonerbakstenen gemetselde wall of sound. De jongens (allemaal met lang zwart haar) tourden als support mee met Savages en toonden zich een ijzersterke liveband. Met een présence waarvan je een beetje achteruit schuifelde.

Bij Mykki Blanco was het achteruit schuifelen van moeten, toen hij er ergens halverwege de set duchtig op los begon te meppen met zijn jas en pruik. DJ Bambi leverde trapbangers zoals dat heet, degelijk maar niets nieuws onder de zon. Ware het niet voor Blanco zelf, als queer man een uniek figuur binnen de hiphop en muziekwereld. Hij switchte met overtuiging en flair tussen typetjes, kreunde en brulde en trok het publiek eigenhandig over de streep.

SUUNS passeerde hier vorig jaar al, toen onder met Jerusalem In My Heart. Ook zonder de Oosterse invloeden van Radwan Ghazi Moumneh bleef de band (en in het bijzonder de drummer) hypnotiseren. Minimalistische grooves die nu aan dub, dan weer aan Can deden denken. Heerlijke set zonder poespas.

Top of the bill van zaterdag was Kate Tempest, dichteres, rapster, profeet. Laatste plaat ‘Let Them Eat Chaos’ luistert als een episch gedicht over één moment in de nacht voor zeven verschillende mensen in het Londen van vandaag, culminerend in een apocalyptische climax. Haar show was net hetzelfde, een compromisloos idee dat bijzonder goed werkte bij het aandachtige Sonic City-publiek. Ging Tempest a capella, dan luisterde je.

Want ze had een grote boodschap, en slaagde er ook in die over te brengen zonder prekerig aan te doen. Existentiële vragen, de vastgoedcrisis in Londen, het immigratieprobleem, ze vond de woorden en ze klonken nodig. Haar begeleidingsband was het sterkst wanneer ze het simpel en krachtig hielden - soms voelde wat ze deden wat onbepaald aan. Dat stoorde gelukkig nooit echt; het ging om de stem, luid en duidelijk, en de weerklank die ze vond.

De veteranen van Tortoise sloten een prima festivalavond af met melodische, repetitieve en bezonnen indierock. Een uitgebreide setup met onder meer twee drumstellen en een vibrafoon zorgde in combinatie met talloze instrumentwissels voor een rijk palet aan klanken. Wel aangenaam, niet spannend, maar dat hoefde ook niet meer. Er lag nog een dag in de straten van Sonic City in het verschiet.

14 november 2016
Kasper Cornelus