Sly & Robbie ft Nils Petter Molvaer De dunne lijn tussen bizar en briljant

Sly & Robbie ft Nils Petter Molvaer

Wie echt probeert te begrijpen welke magische momenten de fraaie barokzaal van CC De Casino mocht beleven bij dit legendarische concert, kan zich best even voorbereiden met enige achtergrond. Maar ook zonder was er genoeg te genieten.

Achtergrond dus, onder de vorm van enkele links. Te beginnen bij Nils Petter Molvaer, een Noor die zijn trompet laat zweven via elektronische manipulatie met loops, echo’s en fraai glijdende effecten. Vervolgens de Jamaicaanse “riddim twin”, Sly Dunbar en Robbie Shakespeare, de legendarische verpersoonlijking van respectievelijk drums en bas die met vele honderden releases al lang de grenzen van de reggaemuziek verruimd heeft, maar tegelijkertijd ook het boegbeeld blijft voor live dubmuziek. Als derde voegen we daar graag de fijnzinnige frutselelektronica van de Fin Vladislav Delay aan toe: specialist in abstracte, elektronische creaties en geestesverruimende idm- en ambientscapes. Tenslotte krijgt u een deeltje Eivind Aarset, een klankschilder met zweverige gitaardrones en ijle, minimalistische sfeertonen. Zo, nu bent u mee.

De hybride improvisaties van telkens om en bij de tien minuten, die dit Noord- /Zuid-gezelschap gedurende anderhalf uur tevoorschijn toverde, waren stuk voor stuk een evenwichtsoefeningen tussen al deze ingrediënten. Molvaer voorop, centraal op het podium en vaak schilderend met soms ver wegglijdende trompetstoten, jazzy notensequenties of zelfs korte zangstukjes in de klankbeker van zijn instrument! Tot tweemaal toe kreeg hij zelfs de zaal muisstil met minimale, dromerige ambientstukken, die door Aarsets warme snaartonen aangedikt werden.

Maar het publiek had het vooral begrepen op de Jamaicaanse injectie in dit gezelschap, beide stevig in vorm. Want niet enkel binnen de meeste totaalimprovisaties kregen Sly & Robbie aardig wat ruimte om met soms stevig oppeppende reggaegrooves naar voren te treden, met twee fraaie rootssongs gingen het rood-reel-groen-gevoel en de applausmeter zelfs helemaal de hoogte in. Eerste verrassing: de immer grappende Robbie Shakespeare nam achter de micro plaats en zette hun klassieker Hot You’re Hot in met die zuivere en vrij hoge stem, die in schril contrast stond met zijn lijvig figuur. Tweede verrassing: het kwintet kwam op het einde terug voor een vrolijke vertolking van een rasechte Studio One-klassieker, Dawn Penns You Don’t Love Me (No, No, No) inclusief alom gekende drum’n’bass-aanzet. Maar niets voor niets natuurlijk, zelfs binnen deze reggaesongs creëerde het vijftal veel ruimte voor wegglijdende ambientmomenten en jazzy sfeerimprovisaties met elektronica en trompet.

Doorheen dit fascinerend muzikaal avontuur van zowel tropische broeierigheid als polaire desolaatheid, zorgden zowel Aarsets gitaartapijten als Delays verrijkende knisperelektronica en digitale percussie voor enkele pittige accenten; vaak op de achtergrond, maar in een stevig krautrockmoment met scheurend snaarwerk en sissende beats zelfs prominent vooraan. Een moment van buitenaardse verwondering halfweg de show.

De voorspelde evenwichtsoefening tussen erg diverse strijdkrachten bleek dus een succesverhaal. Eentje waarbij iedereen aan bod kwam en genoot van elkaars spel, waarbij afgelijnde ideeën en soms wilde improvisaties elkaar ontmoetten en de muzikanten elkaar zelfs soms even helemaal kwijt waren, om erna de greep te verstrakken. Reggae meets ambientjazz? Wij zien het helemaal zitten.


November 5, 2016
Johan Giglot