Meewind 2.0 - Bescheiden, maar geslaagd

, 2 juli 2018

Met Meewind 2.0 trachtte de N9 dit weekend met bescheiden middelen in het bescheiden Eeklo een muzikaal interessante en vooruitkijkende programmatie te brengen. De organisatie was vlekkeloos; acts sloten naadloos op elkaar aan en er werd geen vertraging opgelopen. Best indrukwekkend voor een acht uur durend programma. Het maakte wel dat drank- en eetpauzes niet evident waren.

De nadruk lag zonder meer op het elektronische experiment. Biond the Drum, een project van sonisch laborant Thomas Betsens en topdrumster Karen Willems ging hierin het verst. Compleet met witte kiel gebruikte Betsens achtereenvolgens de spiertonus, statische elektriciteit op de huid en breingolven van Willems om geluid, gaande van synths tot een ratelend fietswiel, aan te sturen. De nadruk lag echter duidelijk op de exploratie, eerder dan op het muzikale. Enkel wanneer Willems’ huid tijdens het drummen fungeerde als bron van geluid werden muzikaal echt hoge toppen geschoren. Desalniettemin was het een boeiend optreden en een fantastische performance, die mits verdere uitwerkingen heel wat potentieel in zich draagt.

In de daaropvolgende sessie stuurden de drones van Kreng een improvisatieronde aan waarin zowel Willems als klassiek cellist Benjamin Glorieux blijk gaven van instrumentaal meesterschap. Toch was het geen technische pronkparade. Er werd duidelijk gestreefd naar een capterend geheel waarin elke artiest zijn plaats kreeg. Bij momenten waren de verschillende takes te lang uitgesponnen, maar dan was daar weer Glorieux met een vaak speelse lijn of Willems die haar spel liet aanzwellen.

De ruimte tussen de optredens door werd gevuld door dreammachinesessies (ontwerpen door Thomas Betsens) in een kamer vol kussens en begeleid door achtereenvolgens Engerling Ensemble en Helvete. Voor de leken: een dreammachine is niet meer of minder dan een achtenzeventigtoerenplatendraaier waarop een lamp en een cilinder met patronen is gemonteerd; wanneer de platenspeler begint te draaien, flitst het licht op een welbepaalde frequentie die vormen en kleuren voor je gesloten ogen tovert. Engerling Ensemble is een duo met elk een batterij aan modulaire synths. Met die synths produceren ze zacht oscillerende, warme soundscapes, die intelligent op- en afbouwen. Helvete gebruikt het geluid van harmoniums om diepe drones te produceren die hij gedurende een uur geleidelijk moduleert. Beide artiesten pasten wonderwel in de context van de droomkamer. Engerling Ensemble creëerde eerder een golvende, licht trippy sfeer, terwijl de monotone Helvete erin slaagde de luisteraar in diepe meditatie te sturen.

Hoogtepunt van de avond was Father Murphy. De Italiaanse band beweert de sonische veruitwendiging te zijn van het katholieke schuldgevoel, achteraf gezien een verrassend adequate typering. Vader Murphy zelve en zijn partner Chiara Lee engageerden zich in een intense en donkere muzikale dans. De minimale, denderende percussie, Gregoriaans aandoende gezangen van beiden, de drones van Chiara en de instrumentatie van Murphy waren perfect op elkaar ingespeeld. Samen creëerden ze één dreunend en bombastisch geluid. Het hele optreden lang werd een donkere spanning aangehouden. We hadden echter net als bij The Germans het gevoel dat er meer mogelijk was geweest indien de set langer dan veertig minuten had kunnen duren. Wat de redenen voor de te korte sets van de twee bands waren, is onduidelijk, maar het is alleszins een gemiste kans.

The Germans waren vanuit Antwerpen gehaald om het publiek ook op wat toegankelijker muziek te trakteren. De band bewandelt constant de grens van noise zonder erover te stappen. Dissonante gitaarakkoorden werden, net als de schreeuwen van zanger Ampe, achter in de mix gehouden, vervormde bassen versmolten naadloos met dansbare beats. The Germans namen een chaotische hoop lawaai en kneedden die op één of andere manier tot catchy krautrock. Elk moment leek de bom te zullen barsten en het lawaai te zullen losbreken, maar de spanning en anticipatie werden aangehouden zonder ze op/in te lossen. Misschien dat een langere set wat meer avontuur had toegelaten.

Een andere, vreemde eend in de experimentele bijt was Bert Dockx. De bard speelde solo en bracht drie Flying Horseman-nummers gevolgd door drie covers. Stylistisch was de set heel eclectisch met elementen van blues, rock, noise, pop, jazz en soul, een bewijs van de veelzijdigheid van Dockx als muzikant. Het spelplezier straalde ervan af. Dockx leek enkel op een podium te zitten om zichzelf te amuseren, maar slaagde er desalniettemin in een meeslepend optreden neer te zetten. De rare sprongen die hij maakte - tussen pakweg Springsteen, folkgetokkel en dissonante solo’s - kwamen heel natuurlijk over, alsof we werden meegenomen in zijn hoofd.

Afsluiter van de avond was Raveyards. Met leden van o.a. Steak Number Eight, The Subs, Raketkanon en Disko Drunkards verwachtten wij een moddervette sound. En die kregen we ook. Vanaf minuut één werden pulserende, overstuurde beats het publiek in geslingerd. De band trad midden in het publiek op, in een installatie van doorzichtige projectiedoeken, wat de sfeer ten goede kwam. De songs waren echter net iets te generisch om te blijven boeien. De dikke geluidslaag niettegenstaande, hadden we te vaak déjà-vu-gevoelens van acts als Yeasayer, Hawkwind of Justice. Geen slechte referenties, verre van slecht uitgevoerd, maar de show leek vaak meer op een collage van invloeden dan op iets vooruitstrevends. De band leunde daarnaast ook te zwaar op gitarist Brent Vanneste om de muziek open te trekken en van scherpe kanten en donkere hoeken te voorzien. Te vaak klonk de synthverzameling als achtergrondmuziek bij het spel van de Steakgitarist.

Meewind 2.0 lokte een hondervijftigtal mensen; een bescheiden project, maar de N9 slaagt er hiermee wel in haar stukje van het experimentele muzieklandschap af te bakenen en haar relevantie te benadrukken. De programmatie lokte niet het soort namen waarmee De Kreun of De Vaartkapoen ons soms mee van onze sokken blaast, maar het geheel stond als een huis en werd vlekkeloos uitgevoerd. De balans tussen relevante publiekstrekkers, avant-gardewerk en lokaal talent werd succesvol bevonden. Tot volgend jaar.

30 november 2016
Koerian Verbesselt